Sprookjesopera Prokofjev op herhaling

Amsterdam, 21-2-2013 – In 2005 betoverden regisseur Laurent Pelly en dirigent Stéphane Denève het Nederlandse publiek met hun visie op L’amour des trois oranges van Sergei Prokofjev. Deze productie van De Nederlandse Opera voldeed met zijn inventieve decors, uiterst muzikale regie, oogverblindende kostuums en geweldige prestaties van solisten, Koor van DNO en het Rotterdams Philharmonisch Orkest aan de meest hooggespannen verwachtingen.

‘Zelden zo’n geslaagde synthese van muziek, beeld en esprit op de operabühne gezien’, schreef Het Parool. Wie deze hilarische opera toen gemist heeft, krijgt in maart een herkansing, ditmaal met het Residentie Orkest in de bak en Tomás Netopil op de bok. De fenomenale Anna Shafajinskaja keert terug als de gemene heks Fata Morgana.

Toen Sergei Prokofjev in 1918 voor een concerttournee naar Amerika reisde, had hij een exemplaar bij zich van De liefde voor de drie sinaasappelen, een adaptatie door Vsevolod Meyerhold van het gelijknamige toneelstuk van Carlo Gozzi. Prokofjev raakte tijdens zijn lange reis geboeid door de ‘mengeling van sprookjesachtige elementen met humor en satire’, en begon aan een synopsis voor een opera.

Het door commedia dell’arte geïnspireerde sprookje verhaalt van een koning wiens zoon aan melancholie ten onder dreigt te gaan. Uiteindelijk wordt hij gered door zijn liefde voor een van de drie prinsessen die wonen in evenzoveel sinaasappelen. Prokofjev legt zijn idee voor aan dirigent Cleofante Campanini, die meteen een opdracht regelt bij de Chicago Opera. De voertaal wordt Frans – Amerikanen verstaan geen Russisch en een Engelstalig libretto was destijds ondenkbaar.

In januari 1919 wordt het contract getekend, waarna Prokofjev koortsachtig aan de slag gaat. Hij levert zijn opera keurig op tijd in voor de première in oktober, maar deze wordt vanwege het vroegtijdig overlijden van Campanini drie jaar uitgesteld. Prokofjev ervaart overigens wel een cultuurshock, want de Amerikanen blijken aanzienlijk behoudender te zijn dan hij thuis gewend was.

‘In mijn eigen land waren componisten al een eeuw bezig geweest nieuwe wegen in te slaan en het publiek op een uitdagende manier met nieuwe problemen te confronteren. Amerika daarentegen had geen eigen componisten en het hele accent lag meer dan bij ons op de uitvoering.’ Rekening houdend met de smaak van het Amerikaanse publiek bezigt Prokofjev een eenvoudiger idioom dan in zijn eerdere opera De speler.

Toch loochent hij niet geheel zijn status van radicale ‘bolsjewiek’, want in zijn streven naar oorspronkelijkheid neemt hij verschillende operaconventies op de hak. Zo ontbreken reguliere aria’s en breekt hij met de romantisch-realistische traditie door de absurdistische elementen nog eens extra aan te dikken.

De kokkin is gewapend met een enorme soeplepel en wordt gezongen door een bas; de beminde prinses uit de derde sinaasappel verandert in een zwarte rat en de prins huwt bijna een vertrouwelinge van de toverkol Fata Morgana, wier vloek hem veroordeelde tot zijn liefde voor de citrusvruchten.

De handeling wordt voortdurend becommentarieerd en beïnvloed door leden van het koor, die als ‘Lyristen’, ‘Tragischen’, ‘Komischen’ en ‘Leeghoofden’ allemaal zo hun eigen ideeën hebben over wat een goede opera nou eigenlijk is. Toch weet Prokofjev dit alles tot een overtuigend muzikaal geheel te smeden, waarin fijnzinnige lyriek, staalhard avant-gardisme, doldwaze scherzomuziek en barbaarse ritmiek hand in hand gaan.

De première in 1921 werd een doorslaand succes. Geen wonder, want alleen al de ‘herkenningstune’, een dwarse mars vol scheve noten, doet je fluitend de zaal verlaten. Kortom: gaat dat zien, gaat dat horen!

#AnnaShafajinskaja #Cultuurpers #DeNederlandseOpera #LAmourDesTroisOranges #LaurentPelly #Netopil #Prokofjev #ResidentieOrkest #RotterdamsPhilharmonischOrkest #StéphaneDeneuve #TheaDerks

Stomende Sjostakovitsj

Utrecht, 18-3-2013 – Met een daverend applaus beloonde het publiek in Vredenburg Leidsche Rijn gistermiddag het Noord Nederlands Orkest en dirigent Stefan Asbury, voor hun vertolking van de Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. De Britste Asbury vuurde zijn krachten aan tot een dampende en stomende interpretatie, die niemand onberoerd liet. De finale mokerslagen van dit monumentale werk lieten overtuigend horen hoe vertrapt de componist zich voelde door het irrationele Sovjetregime.

Sjostakovitsj componeerde zijn Vijfde Symfonie in 1937, niet lang nadat zijn opera De Lady Macbeth van het district Mtsensk in het artikel ‘Chaos in plaats van muziek’ met de grond gelijk was gemaakt – op instigatie van Stalin. Hoewel de opera al twee jaar met groot succes in binnen- en buitenland werd uitgevoerd, nam de ‘geliefde leider’ tijdens een voorstelling aanstoot aan de dissonante klanken en de ‘negatieve’ boodschap. (Een vrouw wordt verstikt door haar milieu en doodt zowel haar echtgenoot als haar minnaar.) Om zijn hachje – lees, zijn leven – te redden, componeerde Sjostakovitsj deze symfonie, die tonaler was dan zijn voorgaande werken. Een criticus omschreef het resultaat als ‘het creatieve antwoord van een sovjetcomponist op terechte kritiek’.

Maar hoewel Sjostakovitsj terugkeerde naar de gangbare vierdeligheid, al te opvallende dissonantie achterwege liet en de toehoorder vergast op herkenbare en memorabele melodieën, is de onderliggende dreiging onmiskenbaar. De kolkende ritmiek in het eerste en laatste deel, de vele solisten die zich met gloedvolle thema’s dapper tegen het geweld van de massa verheffen, de intense klaagzang in het derde deel, het zijn niet mis te verstane verwijzingen naar het leed dat de Russische bevolking moest dragen. Geen wonder dat het publiek na de première in Leningrad op 21 november 1937 maar niet wilde ophouden met klappen. Na een half uur doofde men de lichten in de zaal, om de mensen te bewegen weg te gaan.

Stefan Asbury en zijn musici wisten de onheilszwangere en tragische sfeer uitstekend te treffen. De razend lastige hoornpassages werden groots en meeslepend neergezet, een enkele gemiste inzet en een soms wat rafelige ritmiek daargelaten. Ook de overige koperblazers troffen precies de juiste toon en de snoeiharde slagen op de grote trom aan het slot van de symfonie waren letterlijk overdonderend. In het boek Getuigenis zei Sjostakovitsj over dit einde: ‘Je moet wel gek zijn om niet te horen dat hier iemand met een stok geslagen wordt: je zult vrolijk zijn, je zult vrolijk zijn! Tot je gebroken wegloopt, al mompelend: ik zál vrolijk zijn.’

Voor de pauze klonk het Tweede Vioolconcert van Sjostakovitsj’ grote rivaal Sergei Prokofjev, dat in dezelfde periode ontstond, 1935. Keerde Sjostakovitsj noodgedwongen terug naar een toegankelijkere klanktaal, Prokofjev was begin jaren dertig zelf op zoek gegaan naar ‘een nieuwe eenvoud’. Hij verhuisde in 1936 vrijwillig vanuit Parijs terug naar de Sovjetunie, in de overtuiging dat zijn nieuwe stijl daar goed zou aanslaan – wat aanvankelijk ook zo was.

Het Tweede Vioolconcert zit boordevol lyrische melodieën, maar kent ook passages met de wervelende ritmiek die we kennen van Prokofjevs meer tegendraadse werken als het ballet Le pas d’acier en zijn opera De Vuurengel. De solist Charlie Siem heeft een prachtig zangerige toon, die echter wat klein is en niet alle uithoeken van de – zeer goed gevulde – zaal bereikte. Het in kleine bezetting spelende Noord Nederlands Orkest begeleidde bekwaam, maar het echte vuur klonk dus pas na de pauze, in de groots bezette Vijfde van Sjostakovitsj: Prokofjev bleek geen partij voor de verzengende noten van zijn vijftien jaar jongere collega.

Thea Derks tijdens inleiding op Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj

#CharlieSiem #NoordNederlandsOrkest #Prokofjev #Sjostakovitsj #StefanAsbury #TheaDerks #VredenburgLeidscheRijn

Wat ‘hoorde’ de dove Beethoven? Martijn Padding formuleert een antwoord in Glimpse

Vrijdag 8 december speelt het Residentie Orkest in het AVROTROS Vrijdagconcert Beethovens Tweede Symfonie en het Tweede Vioolconcert van Prokofjev. Een niet direct voor de hand liggende combinatie, maar het cement tussen de opgewekte muziek van de Duitser en de opruiende klanken van de controversiële Rus vormt Glimpse van de Nederlandse componist Martijn Padding.

Hierin verklankt hij zijn visie op Beethovens Tiende Symfonie, waarvan alleen schetsen bestaan. Altijd in voor een geintje schreef Padding zijn 12 minuten durende stuk voor een orkest dat speelt op darmsnaren, maar het mag ook uitgevoerd worden op moderne instrumenten, zoals het Residentie Orkest nu doet.

Nederlands geluid

Padding heeft een naam hoog te houden op het gebied van tegendraadse composities en kreeg in 2016 de prestigieuze Johan Wagenaar Prijs. De jury noemde hem ‘veelzijdig, inventief, origineel en virtuoos in zijn instrumentaties. Zijn werk is dwars, eigengereid en heeft een onmiskenbaar Nederlands geluid.’

Vaak wordt Martijn Padding omschreven als vertegenwoordiger van de ‘Tweede Haagse School’, naar analogie van de ‘Haagse School’ rond Louis Andriessen bij wie hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zelf zegt hij: ‘Die aanduiding wordt vaak verkeerd gebruikt. Het gaat bij componisten als Louis Andriessen en Diderik Wagenaar niet om het harde geluid, een beukende stijl, maar om een open houding. Dat herken ik in mijn eigen werk.’

Liever spreekt de componist van een Nederlandse manier van componeren. ‘Die zit hem in de volstrekte transparantie, zowel in het idee van een stuk als in de klank zelf. Wij hebben een zekere rechtlijnigheid van denken. Een Nederlandse kunstenaar zal nooit een zijpaadje inslaan. Dat maakt ook het verschil tussen pakweg de Italiaan Giralomo Frescobaldi en Jan Pieterszoon Sweelinck, of tussen de Fransman Pierre Boulez en Louis Andriessen. Nederlanders zijn puur gefixeerd op de binnenkant van de compositie, op het bouwwerk.’

Publiek ‘bouwt’ zelf het klankbeeld op

Dat geldt ook voor Glimpse, dat Padding in 2010 componeerde als opmaat tot de integrale uitvoering van Beethovens 9 symfonieën in het Holland Festival door oudemuziekspecialisten Anima Eterna en Jos van Immerseel. Hij koos de orkestbezetting van Beethovens Geschöpfe des Prometheus en liet zich inspireren door diens muzikale schetsen.

‘Ik wilde een stuk schrijven over de stilte rondom Beethoven, en over de werveling in zijn hoofd waarmee de noten van een symfonie ontstaan’, zei Padding hierover. ‘Voor mijn stuk gebruik ik noten van Beethoven, maar het is vooral mijn fantasie over het scheppingsproces van Beethovens Tiende.’

Zo stelde hij zich voor hoe Beethoven voor zijn orkest zit en gaandeweg tot een compositie komt. ‘We maken als het ware het hele compositieproces mee, het orkest wordt gesymboliseerd door twee pauken. Hij denkt… de pauk klopt het hele stuk door… we horen een flard… hij denkt verder… nog een flard. Pas na driekwart van het stuk trekken de flarden zich samen tot een symfonisch moment.’ Aangezien Padding slechts ‘superzacht de contouren’ aanlevert dient het publiek, luisterend met de hand aan het oor het uiteindelijke klankbeeld als het ware zelf te realiseren.

Na de wereldpremière repte de Volkskrant van een ‘tantaliserend proces, waarin motieven en akkoorden komen langs waaien als uit een verre zaal waarvan iemand af en toe de deur even opendoet. Zelden komt de muziek helder door: Beethoven was immers potdoof op het eind van zijn leven. Het fascinerende is dat Padding met dit wazige, maar zelden tot gearticuleerde gedaante uitgroeiende klankmateriaal een stuk heeft gemaakt dat zowel zijn eigen vingerafdrukken draagt als die van Beethoven. Hij weet de toehoorder de illusie te geven dat hij werkelijk ervaart wat zich tussen de dove oren van Beethoven heeft afgespeeld.’

Het concert vormt onderdeel van de radioserie AVROTROSVrijdagconcert en wordt live uitgezonden op Radio 4.

#AnimaEterna #AVROTROSVrijdagconcert #Beethoven #Glimpse #JosVanImmerseel #MartijnPadding #Prokofjev #ResidentieOrkest

BayerischeStaatsoper (@bay_staatsoper)

KRIEG UND FRIEDEN VIDEO ON DEMAND Ab sofort ist die Aufzeichnung der Premiere von KRIEG UND FRIEDEN als Video-on-Demand auf http://STAATSOPER.TV zu sehen. As of now, the recording of the premiere of WAR AND PEACE is available as video-on-demand on http://STAATSOPER.TV.… https://twitter.com/i/web/status/1632742388211826689

Nitter
Interesting photo: Rostropovich plays piano in front of Prokofiev
@classicalmusic #musik #historicalphotos #Prokofjev #Rostropovich
Sergei Prokofiev Classical Symphony in D major Op.25, Leonard Bernstein

YouTube