De barre tocht van Orpheus

Batman ruziet weleens met Superman. Arsène Lupin was Sherlock Holmes te slim af. Godzilla streed tegen King Kong. Het is leuk als verhalen die traditioneel gescheiden zijn, contact maken. Dat was in de Oudheid niet anders. Het verhaal van Jason en de Argonauten ontleent een deel van zijn charme aan het gegeven dat allerlei helden ook uit andere verhalen bekend zijn: zo is Herakles een van de opvarenden van ’s werelds eerste schip, samen met zijn geliefde Hylas, zijn vriend Admetos en stalhouder Augeias. Verder de goddelijke tweelingen Kastor en Polydeukes, enkele vaders van helden uit de Trojaanse Oorlog, en ook de zanger Orfeus. Het is een antieke League of Extraordinary Gentlemen.

De oudste bron is een hellenistisch gedicht van Apollonios van Rhodos (in het Nederlands vertaald door Wolther Kassies), die vanzelfsprekend oudere stof bewerkt en daarbij Homeros volgt, maar die ook een nieuw type held neerzet. Zijn Jason is geen rauwdouwer zoals we kennen uit de Ilias. Apollonios’ helden zijn weleens onzeker en bang. Moreel gaat het van kwaad tot erger: ze doden weleens de verkeerde, ze geven zich over aan piraterij, ze stelen het Gulden Vlies, ze doden onschuldige mensen. De stof is verder behandeld door de Romeinse dichter Valerius Flaccus, in twee mythologische uittrekselboeken en in een laatantieke tekst die Piet Gerbrandy onlangs in het Nederlands heeft vertaald als De barre tocht van Orpheus.

Perspectiefwisseling – en meer

De anonieme Griekse dichter was dus bepaald de eerste niet om de stof te behandelen. Hij wilde zijn publiek boeien door het verhaal te vertellen vanuit een ander perspectief, namelijk dat van Orfeus. Dat is op het eerste gezicht zoiets als Marion Zimmer Bradleys The Mists of Avalon (koning Arthur vanuit vrouwelijk perspectief) of Mijn reis met Dante door de Hel door Drs.P. (Goddelijke Komedie vanuit het perspectief van Vergilius), maar er is toch iets meer aan de hand.

Immers, de zanger Orfeus is ook de centrale figuur in een religieuze stroming waarin het draait om inwijding, zuivering, ascese en de belofte dat wie het lichamelijke overwint, de cyclus van reïncarnatie kan doorbreken en een aangenaam hiernamaals verwerft. Wie het Argonautenverhaal vertelt vanuit een orfisch perspectief, varieert niet op de Argonautenstof maar varieert op het Orfeusverhaal.

Dat dit ook met de Orfische Argonautika het geval is, blijkt uit de selectie die de dichter heeft gemaakt. “Orfeus” slaat bekende Argonautenverhalen (zoals de tocht door de Libische woestijn) geheel over. Soms suggereert hij dat de geadresseerde, zijn leerling Mousaios, het al weet. Tegelijk laat deze Orfeus weten dat muziek wonderen kan bewerken en beschrijft hij in enig detail orfisch aandoende rituelen, zoals inwijding in de mysteriën van Samothrakè. De orfische ascese, die ook celibaat omvatte, denk ik te herkennen in de wijze waarop Jason Medeia ontmaagdt. De stof is traditioneel maar de dichter van de Orfische Argonautika stelt alles in het werk om het onromantisch te laten lijken. Dit is eerder grensoverschrijdend gedrag dan een van de werken van Gouden Afrodite.

Het Dodenrijk

De orfische stof gaat voor een deel over het dodenrijk. Orfeus is immers – althans volgens Dodds’ beroemde The Greeks and the Irrational (1951) – te beschouwen als een soort sjamaan die, eenmaal in trance, ervaring had met the undiscovered country. De Argonauten van de Orfische Argonautika maken een soortgelijke reis. Apollonios had zijn helden al over de Donau naar het verre westen laten varen, de laatantieke auteur beschrijft een reis over de Dnjepr en de Oostzee naar een Rijk van de Langlevenden en de Kimmeriërs (die al bij Homeros wonen in een soort Dodenrijk).

De beschrijving van de noordelijke wateren – van licht verstoken, donderende kolken, ijskoud land, zilverkleurig water – laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. Ze doet overigens denken aan Albinovanus Pedo, die soortgelijke claims doet over de Waddenzee. Angst voor de rand van de aarde was in de Oudheid maar al te reëel. Het is misschien niet eens nodig een bezoek aan de Noordzee allegorisch te lezen als afdaling in de Onderwereld, want de mensen meenden destijds echt dat de wereld hier eindigde.

Allegorie

Evengoed lijkt het gedicht een allegorische laag te bevatten. In de inleiding van De barre tocht van Orpheus schrijven Piet Gerbrandy en Guusje van der Meij:

Het gedicht suggereert … dat de figuur van Orpheus een brugfunctie vervult tussen onze wereld en die Andere, die we nog niet, of niet meer, kennen. Als we ons vervolgens realiseren dat Orpheus de dichter bij uitnemendheid is, betekent dat wellicht dat hij staat voor de spirituele kracht van poëzie in het algemeen. Dit impliceert dat wie in de juiste stemming De barre tocht leest, mogelijk een louterende ervaring doormaakt en misschien heel even iets opvangt van het mysterieuze, dat per definitie ongezegd moet blijven.

Suggereert, wellicht, mogelijk, misschien: Gerbrandy en Van der Meij zijn niet al te stellig. Ik weet ook niet of er echt een diepere betekenis moet zijn om te genieten van een gedicht, zeker als de vertaling vlot leest en een lekker bekkend ritme heeft. Ik heb veel plezier aan De barre tocht van Orpheus beleefd, zittend in een lentezonnetje op een afgelegen bankje aan het IJ.

***

De barre tocht van Orpheus. Argonauten in de Late Oudheid. Vertaald door Piet Gerbrandy, ingeleid en toegelicht door Piet Gerbrandy en Guusje van der Meij (€16,90)

#Admetos #AlbinovanusPedo #ApolloniosVanRhodos #Argonauten #ascese #Augeias #dodenrijk #EricDodds #GaiusValeriusFlaccus #GriekseLiteratuur #GuusjeVanDerMeij #Jason #Medeia #Mousaios #Orfeus #Orfiek #OrfischeArgonautika #PietGerbrandy #poëzie #sjamanisme

Deze week een gesprek met dichter en classicus Piet Gerbrandy over de gedichten van Friedrich Nietzsche.

Te beluisteren via:
www.amsterdamfm.nl/springvossen-555-arja-hop-en-peter-svenson

of de verschillende podcast platforms (links in bio)

In de Regentenkamer van het Allard Pierson gaat Robert van Altena in gesprek met Piet Gerbrandy over de poëzie van Friedrich Nietzsche naar aanleiding van het verschijnen van een Nederlandse vertaling: Friedrich Nietzsche. Dat alles ben ik. Gedichten (Historische Uitgeverij).

N.b.: De eerste druk van de bundel is inmiddels uitverkocht. De uitgeverij heeft een nieuwe editie in voorbereiding die in de herfst in de winkels zal liggen.

Dat alles ben ik bevat naast alle door Nietzsche voor publicatie bestemde gedichten ook enkele jeugdwerken. De bundel is samengesteld, vertaald en toegelicht door Ard Posthuma. Piet Gerbrandy schreef een inleiding en filosofen Martine Prange en Mariëtte Willemsen schreven ieder een essay.

De bundel van Piet Gerbrandy die ter sprake komt is diens laatste bundel: Niets dan dit (Uitgeverij Atlas Contact, 2023). De bundel werd bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2024. Niets dan dit is ook als audioboek te vinden op Spotify, De gedichten worden door de dichter zelf voorgedragen.




Foto schilderij:
Edvard Munch, Portret van Friedrich Nietzsche (1906) olieverf op doek, 201 x 160cm, Collection Thielska Galeriet Stockholm

#springvossen #pietgerbrandy #friedrichnietzsche #historischeuitgeverij #edvardmunch #ardposthuma #martineprange #mariettewillemsen #datallesbenik #gedichten #poezie #robertvanaltena #AFM #radio #podcast #thielskagaleriet

Dans die het heelal omkranst

Want de heffe van het al 
mag zich nooit willen meten
met de hoogste toppen,
maar al wat zijn plaats heeft
in het koor van de zijnden
gaat nooit meer verloren:
uit het één volgt het ander,
alle dingen genieten
van uitwisseling:
en al wat teloorgaat

vormt een eeuwige kringloop
die steeds door jouw adem
verwarmd wordt.

Laten we dansen en de schepping vieren. Laten we dat vooral doen en daarbij niets en niemand buitensluiten. Want er wordt weinig gedanst, écht gedanst – en dat is volgens mij van alle tijden – om te vieren Wat Er Is en dat het er is. En dansen doet Synesios van Kyrene in de negen hymnen in het boekje Dans die het heelal omkranst*.

Je mag echt, fysiek dansen, maar dat hoeft niet. Je kunt ook zingend dansen, pratend dansen, zwijgend dansen, denkend dansen, niet-denkend dansen en niet-dansend dansen. Dansen is het volgen van de beweging die zich als vanzelf aandient en vrij is. Vrij in het moment, ieder moment. Dansen en gedanst worden is leven, met alles erop en eraan.

En je kunt dichtend dansen. Dat deed Synesios van Kyrene – en Piet Gerbrandy als vertaler in zijn voetsporen (want ere wie ere toekomt, de Nederlandse vertaling danst dankzij hem). Naar eigen zeggen heeft de rond 370 in de Griekse stad Kyrene geboren Synesios ‘kinderen van taal verwekt’. Synesios stamt uit een aristocratische familie en kreeg een gedegen klassieke opleiding met daarin een belangrijke plaats voor de poëzie en retorica. Hij trouwde, maar kreeg in 411 het verzoek bisschop van Ptolemaïs te worden, waaraan hij voldeed. Om verschillende redenen (o.a. de dood van zijn drie kinderen) hield hij dit maar 2 jaar vol. Synesios stierf in 413 als gevolg van totale uitputting.

Van het Ene naar het vele

Als platonist had Synesios behoorlijke dogmatische bezwaren tegen de christelijke leer. Hij stond in de traditie van wat we tegenwoordig het neoplatonisme noemen. Hierin is het Ene boven ieder denkbeeld en concept verheven. Uit het Ene stroomt de Geest of het Denken (nous) voort, de drager van vormen of ideeën, de blauwdruk der dingen. Uit de Geest komt de Ziel voort, die de schakel is tussen de materie en de Geest. Zij koppelt ruimte aan stof en doet tijd en ruimte, en dus de talloze verschijningsvormen die de schepping rijk is, ontstaan.

Synesios kan zich niet vinden in het Bijbelse idee dat de incarnatie van het goddelijke zich op één historisch controleerbaar moment (de geboorte van Jezus) op één specifieke plaats heeft afgespeeld. Voor hem is Jezus een mythische figuur die allegorisch moet worden geduid, een vertegenwoordiger van een goddelijke aanwezigheid in de stoffelijke werkelijkheid. Hij belichaamt de belofte van hereniging met het Ene – die voor iedereen mogelijk is.

Hoewel Synesios zich in de lofzangen en smeekbeden in Dans die het heelal omkranst afwisselend bedient van Platonisch en christelijk taalgebruik, ervaar ik dit nergens werkelijk als een schisma (hooguit af en toe als enigszins gekunsteld). Ik kan me voorstellen dat dit komt doordat Synesios zelf voorbij de taal en gebruiken van beide stromingen kon kijken naar de gemeenschappelijke bron die hij bezingt en tot welke/wie hij zijn smeekbeden richt. Een voorbeeld:

Eenheid van eenheden,
vader van vaders,
van beginnen begin,
van bronnen de bron,
van wortels de wortel,
van wat goed is het goede,
van gesternten gesternte,
van heelallen heelal,
van vormen de vorm,
afgrondelijke schoonheid,
verborgen zaad,
vader van eeuwigheden,
vader van onzegbare
denkende heelallen
van waaruit een onsterfelijke
ademtocht druppelt
die fysieke gevaarten
binnen komt zwemmen
en daar een tweede
heelal ontsteekt.

Ik bezing jou, gelukzalige,
met de klank van mijn stem,
ik bezing jou, gelukzalige,
met de klank van mijn zwijgen […]

Verheven choreografie

De dans die het heelal omkranst bevat negen door Synesios van Kyrene geschreven hymnen over een periode van ten minste 15 jaar – dat noem ik nog eens de tijd nemen. In zijn heldere inleiding schrijft Gerbrandy onder meer: ‘… Synesios [laat] de bezielde kosmos ook meermalen in lofzangen […] uitbarsten en verklaart dat hij zelf opgenomen zou willen worden in die verheven choreografie. Op grond daarvan kunnen we zeggen dat de hymnische vorm niet zomaar een spel of een literaire techniek is: door deze liederen te schrijven en, wie weet, uit te voeren, voegt de dichter zich in het grote geheel dat, om een pythagoreïsch beeld te gebruiken, waargenomen kan worden als een “harmonie der sferen”.’

Natuurlijk is de dichter, zoals wij allemaal, onderdeel van deze harmonie. Dat dit niet altijd als harmonieus aanvoelt, tja, dat is des mensen. Synesios kent dit natuurlijk ook, ook hij kent lijden in zijn leven en verliest zich in begeerten, geneugten, oordelen en vooroordelen, maar tegelijkertijd heeft hij de wens en het inzicht om door inkeer terug te keren naar de zuiverheid van het/de Ene:

Dit leven op aarde
heeft voor mij afgedaan.
Weg met die troebele
blik van goddelozen,
politiek machtsvertoon;
weg nu met al die
mierzoete verblinding,
onplezierig plezier,
waarmee de aarde de ziel
stroop om de mond smeert,
als een slaaf aan zich bindt.

Meebewegen

Oftewel: in de wereld maar niet van de wereld. Daar ligt de vrijheid, de ruimte om te dansen en gedanst te worden. Daar verlies je je niet in de stof van de wereld. Maar omdat wij mensen ons hier toch nogal eens verliezen, vergeten we vaak te dansen. Dat is jammer, want dit dansen kan ons de harmonie – en het feit dat we gedanst worden en slechts mee hoeven te bewegen met de dans – weer in herinnering roepen. Dus laat ons dansen en gedanst worden.

P.S. Hoe teergevoelig en liefdevol is de dichter wanneer hij de ziel omschrijft als ‘je meisje’, wat me doet denken aan de taal van het Hooglied:

Bekommer je dus,
gelukzalige, om je meisje
[…] in mijn oog
zit nog een klein beetje
schittering verscholen
waarvan nog niet alle
energie is uitgeblust […]

 

*Dans die het heelal omkranst – Negen hymnen aan de Ene, Synesios van Kyrene (vert. Piet Gerbrandy), uitgeverij Damon, 2016.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#dansen #geest #Jezus #kringloop #PietGerbrandy #schepping #SynesiosVanKyrene #ziel
#dansen #geest #Jezus #kringloop #PietGerbrandy #schepping #SynesiosVanKyrene #ziel

Dans die het heelal omkranst - Boeddhistisch Dagblad

Je mag echt, fysiek dansen, maar dat hoeft niet. Je kunt ook zingend dansen, pratend dansen, zwijgend dansen, denkend dansen, niet-denkend dansen en niet-dansend dansen. Dansen is het volgen van de beweging die zich als vanzelf aandient en vrij is. Vrij in het moment, ieder moment. Dansen en gedanst worden is leven, met alles erop en eraan.

Boeddhistisch Dagblad