Istifan al-Duwayhi

Istifan al-Duwayhi

Vorig jaar was ik in april in Libanon, waar mijn vriendin Françoise me meenam naar de Qadishavallei. Dat is zoiets als een combinatie van het Vaticaan, Genève, Ons’ Lieve Heer op Solder en de Athos. Hier verblijft de maronitische patriarch, hier werkten de beste theologen, hier was een schuilplaats voor gelovigen en hier staan allerlei kloosters. Die zijn prachtig gelegen op volkomen onbereikbare plaatsen. Voor wie het even kwijt was: maronieten zijn Libanese christenen met een eigen liturgie, die het gezag erkennen van de paus. Er waren ooit theologische verschillen maar die zijn sinds de dertiende eeuw steeds verder onder het tapijt geveegd.

Eén van de kloosters in de Qadishavallei staat bekend als Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine en was van de vijftiende tot negentiende eeuw de residentie van de patriarch. Ik noemde dit klooster al eens toen ik hier Girolamo Dandini citeerde, die in 1596 aanwezig was bij een maronitische synode. Zou hij een eeuw later in Libanon zijn geweest, dan zou hij hier niet alleen Cornelis de Bruijn hebben kunnen ontmoeten, maar ook patriarch Istifan al-Duwayhi. (“Isitifan” is de Arabische weergave van de Griekse naam die wij weergeven als Stefanus of Étienne.)

Naar een hoger intellectueel peil

Het Vaticaan probeerde in die tijd, die van de Contrareformatie, enerzijds de scholing van de priesters te verbeteren en anderzijds de banden met christenen elders te versterken. Daarom hadden paus Gregorius XIII (die van de kalender) en de maronitische patriarch Sarkis Rizzi in 1584 een school opgericht voor maronitische priesters in Rome. Studenten leerden aan het Collegio dei Maroniti over hun eigen, oosterse liturgie en over de rooms-katholieke eredienst, en bestudeerden ook allerlei academische vakken.

Istifan al-Duwayhi, geboren ten tijde van de regering van de druzische emir Fakhr ad-Din en opgeleid in Rome, werd in 1670 gekozen tot patriarch en oefende dat ambt uit tot zijn dood in 1704. Hij had in Italië kennis gemaakt met het Europese onderwijs, dat hij hoger aansloeg dan het onderricht in het Ottomaanse Rijk, zodat hij ervoor ijverde zoveel mogelijk priesters naar Italië te sturen, in de hoop dat ze bij terugkeer het intellectueel niveau van het onderwijs in de maronitische dorpen konden verhogen. De hervorming van het kloosterleven diende hetzelfde doel – een doel dat overigens is gehaald.

Zelf deed Al-Duwayhi historisch onderzoek en publiceerde hij een overzicht van de diverse patriarchen, een kroniek van de maronitische kerk, diverse geschriften over de liturgie en een Liber brevis explicationis de Maronitarum origine eorumque perpetua orthodoxia et salute ab omni hæresi et superstitione.noot Boek met korte uitleg van de oorsprong der maronieten en van hun aloude rechtzinnigheid en onbezoedeldheid door alle ketterij en bijgeloof. Ook deed Al-Duwayhi pogingen de Grieks-orthodoxen van zijn tijd ervan te overtuigen dat het goed was samen te werken met het Vaticaan. Dat leidde bij die christelijke groep tot een – eerlijk gezegd – nogal amusante kerkscheuring, waarover ik al eens eerder heb geschreven.

Arabisch

De paus zag het liefst dat de maronieten ook de Latijnse mis zouden overnemen. Maar daartegen had Al-Duwayhi bezwaar. Hij erkende wel het onderliggende probleem, namelijk dat de maronitische liturgie in het Aramees was, wat de meeste mensen niet verstonden. En de apostel Paulus schreef:

Als een trompet een onduidelijk signaal geeft, wie maakt zich dan gereed voor de strijd? Voor u geldt hetzelfde: hoe moet men u begrijpen als u in onverstaanbare klanken spreekt? Uw woorden verdwijnen in het niets.noot 1 Korintiërs 14.8-9; NBV21.

Het invoeren van het Latijn was echter geen oplossing. Turks, de taal van de bestuurlijke elite, was dat evenmin. Beter was het om de mis in het Arabisch op te dragen. En zo is het ook gelopen: een maronitische mis is grotendeels in het Arabisch, met enkele gebeden in het aloude Aramees. Al-Duwayhi vertaalde daarom religieuze literatuur en legde Aramese teksten uit in het Arabisch.

Ik verbeeld me niet dat u, seculiere Nederlander of Vlaming, dit alles met bovengemiddelde interesse leest, maar met zijn nadruk op scholing, op het eigen verleden en op de eigen taal deelt Istifan al-Duwayhi belangstellingen met de grote Europese romantici van de vroege negentiende eeuw. Bij de een kwam die belangstelling voort uit pastorale betrokkenheid, bij de anderen speelde nationalisme een rol, maar de parallel is opvallend.

[Ik gebruik de tijd van mijn revalidatie voor het schrijven van Libanon. Een korte geschiedenis. Dit vond ik een leuk detail.]

#Contrareformatie #FrançoiseHbeiqa #GirolamoDandini #GregoriusXIII #IstifanAlDuwayhi #Libanon #LibanonEenKorteGeschiedenis #maronieten #nationalisme #OnzeLieveVrouweVanQannoubine #Qadishavallei

Op bezoek in Libanon (3): de maronieten - Mainzer Beobachter

Ik reis deze dagen door Libanon om vrienden op te zoeken. Ik houd erg van dit land en daarom blog ik vandaag over de maronieten.

Mainzer Beobachter

De maronieten in 1596

Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.

Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.

Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).

***

Het isolement van de maronieten

De maronieten zullen niet toestaan dat Turken zich bij hen vestigen, hoewel die wel overal elders in Syrië zijn. Maar bij de maronieten zul je ze niet zien. Daar zorgen hun diakens voor, die met dat doel noch hun portemonnee noch hun leven sparen. Op hun bergen wonen dus alleen de christenen die zich maronieten noemen. Ze hebben hun naam ontleend aan een abt die Maron heette.

Ze leven niet in grote steden of prachtige paleizen, maar in kleine dorpen, waarvan er op allerlei plaatsen veel zijn. Hun huizen zijn matig van kwaliteit en zonder grote waarde. Dat is niet alleen omdat er geen edele en rijke mensen onder hen zijn, maar ook omdat ze zó door de Turken worden onderdrukt, dat ze gedwongen zijn alle vormen van grandeur en praal te vermijden. Ze tonen zichzelf als arm, zodat ze een slechte behandeling kunnen vermijden. En ze vinden het ook zelf prettig om eenvoudig gekleed te gaan.

Hun kleding verschilt niet van die van de andere Levantijnen, en bestaat uit een tulband en een vest dat reikt tot de knieën of tot het midden van het been. Soms dragen ze een doublet of abaya om zich verder te bedekken. Ze gaan echter meestal met blote benen, hoewel sommigen een halflange broek dragen, op de Turkse manier, met schoenen. De wapens die ze gebruiken zijn de boog, de haakbus, het kromzwaard en de dolk.

Eten en drinken

De mannen zijn zeer lang, hebben een natuurlijke zachtheid, zijn ervaren met wapens en lijken meer op Italianen dan op andere volken. Ze gebruiken geen tafels of krukken om op te zitten, maar in plaats daarvan zitten ze met gekruiste benen op matten of tapijten die over de grond zijn uitgespreid. Daar eten en drinken ze. In plaats van een tafelkleed leggen ze een rond stuk leer op de grond en bedekken dat met brood, ook al eten ze maar z’n tweeën of drieën. Ze zitten rondom en leggen het eten in het midden. Ze eten net als de Turken, gebruiken geen servetten, messen of vorken, maar alleen mooie houten lepels.

Als ze drinken, gaat één glas rond. Het is de heer des huizes die iedereen bedient met zijn glas, zodat hij aan tafel weinig rust heeft. Ze drinken stevig, hoewel hun glazen slechts klein zijn. Hoe meer ze drinken, hoe meer eer ze denken te bewijzen aan hun gastheer; en ook als het leer dat als tafelkleed dient is opgeruimd, houden ze niet op met drinken – althans zolang er wijn in het vat zit. Deze leren tafelkleden worden netjes opgevouwen met een koordje eromheen. Als iemand binnenkomt nadat ze al aan tafel zitten, zal hij, nadat hij het gezelschap heeft begroet, gaan zitten, en zonder verdere omhaal mee-eten en drinken, en ’t zou een grote onbeleefdheid zijn het anders te doen.

Ze gebruiken geen lakens voor de bedden waarin ze slapen. Iedereen maakt een touwtje vast aan de deken en ligt er zo onder.

De maronitische vrouwen

De maronitische vrouwen zijn beschaafd en bescheiden. Hun manier van kleden verschilt niet veel van de Italiaanse. Hun kleding reikt tot op de grond en bedekt hun borsten en schouders volledig. Het is heel eenvoudig: slechts een doek van wit katoen of op z’n best iets met een paarse of blauwe kleur, soms een beetje bewerkt. Op hun hoofd dragen ze een soort linnen sluier, die hun haar zowel voor als achter bedekt.

Als ze toevallig een man tegenkomen die ze niet kennen, ontwijken ze hem of ze bedekken hun gezicht met hun sluier. Velen van hen dragen, net als de Turkse vrouwen, armbanden om hun armen en benen, en een kransvormig sieraad op het voorhoofd, met kleine stukjes zilver. Ze krullen hun haar niet, noch verven ze hun gezicht, noch zie je bij hen enige andere gelijksoortige nuffigheid; wat even prijzenswaardig bij hen is als het tegendeel schandelijk is bij onze Europese dames.

Wanneer de maronitische vrouwen ter kerke gaan, zitten ze niet tussen de mannen, waar hun gezichten te zien zouden zijn. Alle mannen zitten voor in de kerk, en zij blijven bij de deur om er als eersten uit te gaan zodra de dienst is afgelopen. Zo kan niemand hen zien. Er is ook geen man die van zijn plaats komt totdat alle vrouwen zijn vertrokken.

Het land van de maronieten is geheel vrij van losbandige en ordinaire vrouwen, zodat je er op geen enkele manier kunt horen over overspel of soortgelijke ondeugden, wat een bijzondere gunst van God is.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dat kan hier en daar. Ik weet toevallig dat dit project wordt geheroriënteerd om de displaced persons te helpen.

#ClemensVIII #GirolamoDandini #jezuïeten #maronieten #OnzeLieveVrouwe #OnzeLieveVrouweVanQannoubine #Qadishavallei