De maronieten in 1596
Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.
Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).
***
Het isolement van de maronieten
De maronieten zullen niet toestaan dat Turken zich bij hen vestigen, hoewel die wel overal elders in Syrië zijn. Maar bij de maronieten zul je ze niet zien. Daar zorgen hun diakens voor, die met dat doel noch hun portemonnee noch hun leven sparen. Op hun bergen wonen dus alleen de christenen die zich maronieten noemen. Ze hebben hun naam ontleend aan een abt die Maron heette.
Ze leven niet in grote steden of prachtige paleizen, maar in kleine dorpen, waarvan er op allerlei plaatsen veel zijn. Hun huizen zijn matig van kwaliteit en zonder grote waarde. Dat is niet alleen omdat er geen edele en rijke mensen onder hen zijn, maar ook omdat ze zó door de Turken worden onderdrukt, dat ze gedwongen zijn alle vormen van grandeur en praal te vermijden. Ze tonen zichzelf als arm, zodat ze een slechte behandeling kunnen vermijden. En ze vinden het ook zelf prettig om eenvoudig gekleed te gaan.
Hun kleding verschilt niet van die van de andere Levantijnen, en bestaat uit een tulband en een vest dat reikt tot de knieën of tot het midden van het been. Soms dragen ze een doublet of abaya om zich verder te bedekken. Ze gaan echter meestal met blote benen, hoewel sommigen een halflange broek dragen, op de Turkse manier, met schoenen. De wapens die ze gebruiken zijn de boog, de haakbus, het kromzwaard en de dolk.
Eten en drinken
De mannen zijn zeer lang, hebben een natuurlijke zachtheid, zijn ervaren met wapens en lijken meer op Italianen dan op andere volken. Ze gebruiken geen tafels of krukken om op te zitten, maar in plaats daarvan zitten ze met gekruiste benen op matten of tapijten die over de grond zijn uitgespreid. Daar eten en drinken ze. In plaats van een tafelkleed leggen ze een rond stuk leer op de grond en bedekken dat met brood, ook al eten ze maar z’n tweeën of drieën. Ze zitten rondom en leggen het eten in het midden. Ze eten net als de Turken, gebruiken geen servetten, messen of vorken, maar alleen mooie houten lepels.
Als ze drinken, gaat één glas rond. Het is de heer des huizes die iedereen bedient met zijn glas, zodat hij aan tafel weinig rust heeft. Ze drinken stevig, hoewel hun glazen slechts klein zijn. Hoe meer ze drinken, hoe meer eer ze denken te bewijzen aan hun gastheer; en ook als het leer dat als tafelkleed dient is opgeruimd, houden ze niet op met drinken – althans zolang er wijn in het vat zit. Deze leren tafelkleden worden netjes opgevouwen met een koordje eromheen. Als iemand binnenkomt nadat ze al aan tafel zitten, zal hij, nadat hij het gezelschap heeft begroet, gaan zitten, en zonder verdere omhaal mee-eten en drinken, en ’t zou een grote onbeleefdheid zijn het anders te doen.
Ze gebruiken geen lakens voor de bedden waarin ze slapen. Iedereen maakt een touwtje vast aan de deken en ligt er zo onder.
De maronitische vrouwen
De maronitische vrouwen zijn beschaafd en bescheiden. Hun manier van kleden verschilt niet veel van de Italiaanse. Hun kleding reikt tot op de grond en bedekt hun borsten en schouders volledig. Het is heel eenvoudig: slechts een doek van wit katoen of op z’n best iets met een paarse of blauwe kleur, soms een beetje bewerkt. Op hun hoofd dragen ze een soort linnen sluier, die hun haar zowel voor als achter bedekt.
Als ze toevallig een man tegenkomen die ze niet kennen, ontwijken ze hem of ze bedekken hun gezicht met hun sluier. Velen van hen dragen, net als de Turkse vrouwen, armbanden om hun armen en benen, en een kransvormig sieraad op het voorhoofd, met kleine stukjes zilver. Ze krullen hun haar niet, noch verven ze hun gezicht, noch zie je bij hen enige andere gelijksoortige nuffigheid; wat even prijzenswaardig bij hen is als het tegendeel schandelijk is bij onze Europese dames.
Wanneer de maronitische vrouwen ter kerke gaan, zitten ze niet tussen de mannen, waar hun gezichten te zien zouden zijn. Alle mannen zitten voor in de kerk, en zij blijven bij de deur om er als eersten uit te gaan zodra de dienst is afgelopen. Zo kan niemand hen zien. Er is ook geen man die van zijn plaats komt totdat alle vrouwen zijn vertrokken.
Het land van de maronieten is geheel vrij van losbandige en ordinaire vrouwen, zodat je er op geen enkele manier kunt horen over overspel of soortgelijke ondeugden, wat een bijzondere gunst van God is.
***
PS
U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dat kan hier en daar. Ik weet toevallig dat dit project wordt geheroriënteerd om de displaced persons te helpen.
#ClemensVIII #GirolamoDandini #jezuïeten #maronieten #OnzeLieveVrouwe #OnzeLieveVrouweVanQannoubine #Qadishavallei
