De polybolos

Polybolos (Museum für antike Schifffahrt, Mainz )

Het bovenstaande apparaat is een reconstructie van een antieke polybolos, wat Grieks is voor “veelwerper”. Het is een soort repeteergeweer, alleen lost het geen kogels maar pijlen. Het apparaat zou zijn ontworpen door een verder niet goed bekende, aan het begin van de derde eeuw v.Chr. op het eiland Rhodos werkzame ingenieur Dionysios van Alexandrië. We kennen zijn uitvinding alleen indirect, uit een beschrijving door Filon van Byzantion, die later leefde in dezelfde eeuw en ook de oudst bekende beschrijving van een watermolen heeft gegeven. Diens beschrijving van de polybolos was voorzien van illustraties, wat een reconstructie mogelijk maakt.

Nu stuiten de experimenteel archeologen bij vrijwel elke reconstructie op het probleem dat de informatie nooit helemaal duidelijk is. Het is niet anders dan de bouwtekening van een IKEA-kast: je staat weleens te kijken wat de tekenaar, ook al deed ’ie het nog zo goed, eigenlijk kan hebben bedoeld. Dan kun je twee dingen doen: antieke informatie zoeken bij antieke ingenieurs die verwante zaken beschreven, of kijken wat praktisch is. Een Brits team, werkzaam voor het TV-programma MythBusters, koos voor het laatste; het team van het Museum für antieke Schifffahrt in Mainz ging te rade bij de Romeinse ingenieur Vitruvius, die in de eerste eeuw v.Chr. conventionele pijlenschieters beschreef. De beide reconstructies ontlopen elkaar niet veel.

Bovenaan ziet u een langwerpige kast: dat is het magazijn, waarin tientallen pijlen lagen, die door een gleuf in de loop kunnen vallen. Het mechanisme zorgt ervoor dat die gleuf zich sluit zo snel er een pijl in de loop ligt. Door aan de windas te draaien, gaat de ketting draaien, en zo worden de veren aan weerszijden van de loop gespannen. Als ze de pijl hebben gelost, opent de gleuf zich opnieuw voor de volgende pijl. (Dit is overigens de oudst-bekende toepassing van een ketting.)

Uiteraard hebben de experimenteel archeologen tests gedaan met dit antieke wapen. Het bleek niet heel anders dan een pijl en boog: het had een bereik van enkele honderden meters maar doordat de wind vat kreeg op de pijl, was een schot alleen op heel korte afstand nauwkeurig, terwijl de luchtweerstand de pijl remde, zodat met de afstand ook het momentum afnam. Dit zou te ondervangen zijn door een groter kaliber en een zwaardere pijl. Het gereconstrueerde apparaat kon elke vijf seconden een pijl lossen, dus zo’n twaalf per minuut.

De hamvraag is natuurlijk: wat heb je eraan? Welk voordeel is er ten opzichte van gewone boogschutters, die nauwelijks minder snel schieten en een stuk goedkoper en mobieler zijn? Bovendien: gewone boogschutters kunnen brandpijlen lossen. De vraag is daarom of de polybolos ooit werkelijk is ingezet of dat het wapen nooit verder is gekomen dan het experimentele stadium.

In elk geval is dit artikel over de polybolos met afstand het allerdomste dat vorig jaar is gepubliceerd, en dat wil, in het veld der archeoblabla, wel wat zeggen.

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


De Gallische boerderij

maart 17, 2023
Col de la Traversette

februari 6, 2022
Een Fenicische stad: Kerkouane

februari 28, 2025 Deel dit: #DionysiosVanAlexandrië #FilonVanByzantion #MarcusVitruviusPollio #polybolos

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Bovenslag en onderslag

Misschien werpt u tegen dat u watermolens hebt gezien in beekjes. Als Apeldoorner ken ik de Bouwhofmolen aan de Ugchelsebeek. Maar dat zijn zogeheten bovenslagmolens, waarbij het water aan komt stromen aan de bovenkant van het wiel. Het verval van het water drijft het rad aan. Dit is een latere ontwikkeling. De oudste watermolens zijn zogenaamde onderslagmolens, waarbij het water aan de onderkant onder het wiel stroomt en aandrijft. Kortom: een rivier.

De onderslagmolen bij Dommelen

De bovenslagmolen werd pas mogelijk toen ingenieurs zochten naar manieren om ook bij kleinere stromen te profiteren van waterkracht. De eerste vermelding van een bovenslagmolen is te vinden in een gedichtje van Antipatros van Thessaloniki, die leefde ten tijde van keizer Augustus.

Reconstructie van de bovenslagmolen van Jerash (Jordan Museum, Amman)

De oudst-bekende vermelding van een onderslagmolen is ruim twee eeuwen ouder. Ze is te vinden bij de hellenistische auteur Filon van Byzantion. Ergens rond het midden van de derde eeuw v.Chr. beschrijft hij hoe zo’n molen functioneert.

Omdat de onderslagmolen dus vóór het midden van de derde eeuw v.Chr. moet zijn ontwikkeld in een gebied met voor zulke molens geschikte grote rivieren, wordt wel aangenomen dat de eerste watermolens zijn gebouwd in de Perzische tijd, en dan is Mesopotamië weer plausibeler dan Egypte, omdat de Nijloverstroming het nogal lastig maakt de molen te laten functioneren.

Voorbeelden

Diverse auteurs verwijzen naar watermolens, er zijn afbeeldingen en de resten van watermolens zijn ook opgegraven. Rond 75 na Chr. kende Antiochië voltmolens, die dus dienden om vilt te maken. Uit Günzburg in Beieren komt een inscriptie over een gilde van molenaars en een Macedonische inscriptie noemt het belastingtarief voor molenaars. Een reliëf uit Hierapolis (Pamukkale) toont een waterrad dat twee zaagmachines aandrijft. In Jerash dreef een bovenslagmolen enkele zagen aan die stonden opgesteld in een vertrek onder de tempel van Artemis. Er was een watermolen te zien op een mozaïek uit het paleis van de Byzantijnse keizer in Constantinopel.

Een watermolen, afgebeeld in het keizerlijk paleis in Constantinopel

Ik hoop vandaag te gaan kijken bij de zestien in serie geschakelde bovenslagmolens van Barbegal in Zuid-Frankrijk. Een soortgelijke reeks molens heeft gestaan in keizerlijk Rome, op de oostelijke helling van de Gianicolo. Kortom, het bewijs is overstelpend en het is curieus dat ooit gedacht is geweest dat de watermolen een middeleeuwse uitvinding is.

Belang

Ik rond af met een opmerking over het belang: watermolens zorgden voor energie die niet te herleiden was tot voedsel. Andere machines werden aangedreven doordat mensen of dieren in een tredmolen liepen. Of iets soortgelijks. Dat betekende dat de hoeveelheid beschikbare energie in de samenleving begrensd was: je kon niet zomaar meer slaven in de tredmolen zetten, want negen van de tien mensen moesten werken als boer. Een ezel was ook geen alternatief, want die at een deel van de oogst op. Je kon niet eindeloos veel ezels onderhouden.

Waterenergie was een manier om deze beperking te overwinnen. Het was een weg naar economische vooruitgang. Misschien is de echte vraag wel waarom er niet méér van zijn geweest.

Naschrift, 22 mei 2025

Inmiddels bezocht ik Barbegal. Hier zie je de molens van boven. Het was te gevaarlijk om van de rotsen naar beneden te gaan, dus een betere foto heb ik niet.

De resten van de watermolens van Barbegal #Antiochië #AntipatrosVanThessaloniki #Apeldoorn #Barbegal #Constantinopel #FilonVanByzantion #Günzburg #Gerasa #gilde #HierapolisPamukkale #Jerash #Rome #technologie #watermolen