Niet-weten als purgeermiddel voor de geest

Een piek zonder berg.

Beste Hans,

Hoe denk jij als beroepsstamelaar over het Uiteindelijke?

Hans: Tja.

Franca: Dat kan je zelfs geen stamelen meer noemen.

Hans: Over het Uiteindelijke wil ik zwijgen.

Franca: ‘Zwijgen doe je het best met woorden’, schrijf je ergens. Hoe zwijg je met woorden over het Uiteindelijke?

Hans: Zo.

Franca: Haha.

Hans: Of zo.

Ik zeg niet dat het uiteindelijke bestaat. Ik zeg niet dat het niet bestaat. Ik zeg niet dat het bestaat en niet bestaat. Ik zeg niet dat het bestaat noch niet bestaat. Ik zeg niet dat het voorafgaat aan bestaan en niet bestaan. Ik zeg niet dat het eraan voorbijgaat.

Ik zeg niet dat het dé uiteindelijke is (een wezen, wereldgeest, bewustzijn, intelligentie, vader, zoon, heilige geest, drie-eenheid of godheid), ik zeg niet dat het hét uiteindelijke is (een kracht, wil, bron, principe, natuur, ding, alomtegenwoordigheid, grond of ongrond). Ik zeg niet dat het de uiteindelijke is met een kleine letter, niet dat het de Uiteindelijke is met een hoofdletter, en zo voort.

Franca: Waarom zo krampachtig?

Hans: Dat voel je niet goed aan. Ik zeg dit met een volstrekt ontspannen geest.

Franca: Waarin zit de ontspanning voor jou?

Hans: Ik leg het uiteindelijke niets op, ook geen zijn of niet-zijn of zijnde niet-zijn. Ik leg mezelf niets op, ook geen weten of niet-weten of wetend niet-weten. Ik speculeer niet over een eventuele relatie tussen het uiteindelijke en mezelf. En hoe graag ik ook op deze ontluisterende manier denk, ik vind niet dat anderen daarom naar mij moeten luisteren of zelf zo moeten denken.

Mijn denken is voor zover ik kan nagaan niet alleen vrij van vaste denkbeelden over het uiteindelijke en over mezelf, maar vrij van alle vaste denkbeelden. Daarom heb ik niets te bevestigen, niets te ontkennen, niets te bewijzen, niets te ontkrachten, niets vast te houden, niets los te laten, niets aan te prijzen en niets af te raden, dit ook niet. Is dat relaxed of niet?

Franca: Jouw weg is niet de via positiva want je bevestigt niets. Het is niet de via negativa want je ontkent niets. Wat is jouw weg?

Hans: De via via.

Franca: Pardon?

Hans: Dat is Latijn voor omweg. In mijn geval een omweg van een halve eeuw. Je mag hem ook de via invia noemen.

Franca: En dat is?

Hans: Latijn voor onbegaanbare weg. Niet voor te stellen, niet na te volgen, ook door mij niet. Of anders de via diluvia.

Franca: Wat is dat nu weer.

Hans: De wegspoelweg.

Franca: Je verzint ze ter plekke.

Hans: Net ze makkelijk. Wat te denken van de denkweg. De wegdenkweg. De denk-wég.

Franca: Klinkt niet erg transcendentaal allemaal. In de mystieke beeldtaal gaan we van laag naar hoog. Van beneden naar boven. Van de aarde naar de hemel. Van de mens naar God. Van het eindelijke naar het Uiteindelijke.

Hans: Zeker weten dat er een boven is? Zeker weten dat er een weg naar boven is? Zeker weten dat jij die weg kan gaan? Zeker weten dat het boven beter is dan beneden? Zeker weten dat je niet al boven bent? Zeker weten dat er een beneden is? Zeker weten dat je daar bent? Zeker weten dat je bent? Zeker weten?

Franca: Poeh.

Hans: De vraagweg.

Franca: Heb jij weleens een rechtstreekse ervaring gehad van het Uiteindelijke? Dat is namelijk de gebruikelijke definitie van mystiek.

Hans: Nooit heb ik het uiteindelijke rechtstreeks ervaren, niet dat ik weet. Nooit heb ik het uiteindelijke onrechtstreeks ervaren, niet dat ik weet. Nooit heb ik het uiteindelijke niet ervaren, niet dat ik weet. Waar dat de definitie van is, weet ik niet.

Franca: Ik doel op de eenheidservaring.

Hans: Soms voel ik me verenigd met dit of met dat of met het geheel. Soms voel ik me afgescheiden van het een of het ander of van alles. Maar verreweg de meeste van mijn ervaringen hebben met vereniging en afscheiding niets uit te staan. Wie zegt trouwens dat het uiteindelijke enkelvoudig is of maar op één manier ervaren kan worden? Wie zegt dat het uiteindelijke überhaupt ervaren kan worden of zelfs maar bestaat? Wie zegt dat er iets anders ervaren kan worden dan het uiteindelijke? Wie zegt dat concrete ervaringen van het uiteindelijke werkelijk ingegeven worden door het uiteindelijke?

Franca: Waardoor anders?

Hans: Een cartesiaanse bedrieger? Een machtige duivel? Verveelde goden? Vergeten doden? Een onderprikkeld, oververmoeid, ischemisch, anorectisch, gedrogeerd of losgeslagen brein?

Niet dat het wat uitmaakt. Ik heb hoe dan ook geen enkele behoefte om me te identificeren met bepaalde ervaringen of me te distantiëren van andere, als ik ze al uit elkaar zou kunnen houden. Is dat relaxed of niet?

Franca: Ervaringen van het Uiteindelijke bewijzen het bestaan van het Uiteindelijke. Iets belangrijkers kan je niet ervaren, lijkt mij. Ervaringen van het uiteindelijk zijn de heilige graal van alle religies.

Hans: Ik betwijfel of alle religies dezelfde graal hebben en of die heilig is. Voor zover ze een graal hebben die alleen door ervaring bevestigd kan worden, hebben ze wel allemaal hetzelfde probleem. Ervaringen van het uiteindelijke bewijzen uiteindelijk niets over het uiteindelijke, omdat hun bron niet onafhankelijk bevestigd kan worden. Je moet erin geloven. Redeneringen over het uiteindelijke bewijzen uiteindelijk niets over het uiteindelijke omdat ze net als alle redeneringen berusten op ongedefinieerde begrippen, onberedeneerde postulaten en een ongefundeerde logica. Je moet erin geloven.

Voor mij is dat geen probleem, omdat ik niets te bewijzen heb. Weten is stellend en stellig, niet-weten is ontstellend en ont-stellend. Het heeft geen inhoud. Je hoeft er niet in te geloven en je kan er bij gebrek aan inhoud ook niet in geloven.

Franca: Geen ervaringen, geen redeneringen, geen inhoud. Dat is dan drie keer niks.

Hans: Nada nada nada, om het met Jan van het Kruis te zeggen. Is dat relaxed of niet?

Franca: Het is wel heel relaxed.

Hans: Mijn hersenen klotsen in laxatief. Gedachten racen door mijn geest als diarree door darmen. Ze krijgen geen tijd om in te dikken, ikke niet om in te kakken.

Franca: Niet-weten als purgeermiddel voor de geest.

Hans: Ken je dat gevoel als je net naar de wc bent geweest nadat je heel nodig moest? Als de druk eindelijk van je ingewanden af is? Die ruimte in je onderbuik? Darmen die zuchtend van verlichting uitzakken en het er even van nemen?

Franca: Heerlijk.

Hans: Zo voelt niet-weten. Gedachtekronkels die zuchtend van verlichting uitzakken.

Franca: Niet langer in de verdrukking. Vrij zwevend.

Hans: Nergens op steunend. Niet-weten is een piek zonder berg.

Afbeelding: Niet-weten is een piek zonder berg.

 

Index | vorige | volgende

Deze tekst maakt deel uit van de serie Mystiek voor nitwits, deel 8 van de Agnosereeks. Woord: Hans. Beeld: Lucienne. Alle teksten van deze serie in het Boeddhistisch Dagblad. Alle series van Hans in het Boeddhistisch Dagblad. Disclaimer. Mystiek voor nitwits op NietWeten.nl.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#eenheidservaring #mystiek #MystiekVoorNitwits #nietWeten #piekervaring #viaNegativa

Niet-weten als purgeermiddel voor de geest - Boeddhistisch Dagblad

Een piek zonder berg.

Boeddhistisch Dagblad

Piekervaringen zijn zo voorbij

Doorbreken, inbreken, uitbreken of afbreken?

Beste Hans,

Ken jij het boek ‘Naar het hart van mijn ziel’ van Miek Pot? Daarin beschrijft ze hoe ze na twaalf jaar in een kluizenaarsklooster eindelijk de felbegeerde Grote Ervaring krijgt, een piekervaring, een ultieme, mystieke eenheidservaring, en wat dat met haar doet:

“Naast alle moeilijkheden die mijn ervaring met zich meebracht, werd er een sterk oervertrouwen geboren in het diepst van mijn ziel. Een innerlijk weten dat het altijd weer goed zal komen, dat je het geheel bent, ‘dat ze wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel’ (Mat. 10:28). Dat is fundamenteel en wezenlijk en verandert echt iets aan je leven. Zo’n ervaring geeft daarmee een sterk intern referentiekader. Oude, van buitenaf opgelegde overtuigingen maken langzaamaan plaats voor een nieuw, aan de eigen ervaring getoetst referentiekader.”

Herken jij dit? Hoe verliep jouw doorbraak?

Beste Mike,

Niet-weten is voor mij geen oervertrouwen in het diepst van mijn ziel, maar een oerwantrouwen van alle ervaringen, gedachten en concepten, niet alleen die van ‘oervertrouwen’ en ‘het diepst van mijn ziel’, maar ook die van ‘oerwantrouwen’, ‘ervaringen’, ‘gedachten’, en ‘concepten’.

Van ‘een innerlijk weten dat het altijd weer goed zal komen’ is bij mij geen sprake, al was het maar omdat ook het begrip ‘goed’ op z’n gat ligt. Van ‘een innerlijk weten dat je het geheel bent’ is bij mij geen sprake, al was het maar omdat ook de begrippen ‘je’ en ‘het geheel’ van hun voetstuk zijn gevallen. Van ‘een innerlijk weten dat ze wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel’ is bij mij geen sprake, al was het maar omdat ook de begrippen lichaam en ziel, levend en dood op apegapen liggen. Bovendien houdt mijn ziel zich al mijn hele leven voor mij verscholen, of hij moet abusievelijk in mijn nageboorte terechtgekomen zijn, die zonder overleg door andere ouders is geadopteerd. Hoe zou een Grote Ervaring mij dan ooit een sterk referentiekader kunnen geven?

Afbeelding: Een sterk referentiekader.

 

Mike: Wat geven bijzondere ervaringen jou wel?

Hans: Bijzondere ervaringen geven me hetzelfde als gewone ervaringen: niets, behalve zichzelf. Gelukkig maar, want ik heb, krijg, onderga talloze ervaringen, net als iedereen, neem ik aan. Grote ervaringen en kleine, goddelijke en duivelse, mooie en lelijke, bijzondere en banale, heldere en troebele, wellustige en angstige, dagelijkse en nachtelijke – ze vloeien ongemerkt in elkaar over, een eindeloze stroom.

Mike: Bijzondere ervaringen geven jou niets?

Hans: Ze geven me niets, en geven ze me toch iets dan geef ik het meteen terug, anders leren ze het nooit af.

Mike: Is er iets wat je wél herkent in het verhaal van Miek Pot?

Hans: Jawel, dat ‘oude, van buitenaf opgelegde overtuigingen langzaamaan plaats maken’. Alleen niet voor ‘een nieuw, aan de eigen ervaring getoetst referentiekader’, of voor welk referentiekader ook.

Mike: Waarvoor dan wel?

Hans: Geen idee. Ze maken alleen maar plaats.

Mike: Plaats waarvoor?

Hans: Plaats voor geen idee. Plaats voor plaats.

Mike: Hoe verliep jouw doorbraak?

Hans: Die verliep niet. Ik ben niet doorgebroken en ik heb niets doorbroken. Doorbreken doe je wanneer je van het ene naar het andere gaat.

Mike: Wat zou jij zeggen?

Hans: In mijn geval kan je denk ik beter van een uitbraak spreken. Ik ben uit de oude, van buitenaf opgelegde overtuigingen gebroken. Uit de groeven van mijn geest. Uit mijn opvoeding. Uit mijn tijdgeest. Uit mijn gezond verstand. Of tenminste uit het heilige geloof daarin.

Mike: Je bent uitgebroken.

Hans: Nou ja, ook niet echt, in elk geval niet opzettelijk. Voor zover ik me herinner heb ik nooit geprobeerd uit te breken. Ik heb altijd geprobeerd in te breken.

Mike: Waarin?

Hans: In een of andere leer, overtuiging of traditie, in een of ander heiligdom, asiel of paradijs, in een of andere groep, partij of club.

Mike: En?

Hans: Hoe ik ook mijn best deed, ik kwam nergens binnen, niet echt. Alleen mijn blik, nooit mijn ik. Ik heb dat lange tijd gezien als een tekortkoming van mezelf of van het leven dat me niets kon geven om me mee te identificeren. Al zoekende verloor mijn gezond verstand geleidelijk zijn stem. Uiteindelijk is het inbreken me opgebroken, en dat was dat.

Mike: Omdat je nergens in kon breken heb je nergens uit hoeven breken.

Hans: Behalve uit het inbreken. Gebroken ben ik ook niet, alleen al omdat ik nooit heel ben geweest, niet dat ik weet. Heel noch part noch deel.

Mike: Geen doorbraak, geen inbraak, geen uitbraak – wat dan wel?

Hans: Afbraak. Ontweten is alles afbreken, zelfs de afbraak. Of als je dat te activistisch vindt, alles zien afbrokkelen, zelfs het afbrokkelen. Wat ik aanraak vergaat tot stof, doet mij tot stof vergaan, tenminste mijn gedachten.

Mike: Alles?

Hans: Niet alleen mijn oude, van buitenaf opgelegde overtuigingen, ook mijn nieuwe, aan de eigen ervaring getoetste referentiekaders. Niet alleen mijn lichaam, ook mijn ziel. Niet alleen het gewone, ook het overstijgende. Niet alleen mijn weten, ook mijn niet-weten. Alle hebben plaatsgemaakt. Plaatsgemaakt voor plaats.

Mike: Volgens mij heb jij gewoon nog nooit een eenheidservaring gehad.

Hans: God weet wat voor ervaringen ik allemaal heb gehad. Ze zijn nauwelijks te benoemen en niet te bevatten. Wat dacht je van een innerlijk weten dat het altijd weer goed zal komen, dat ze wel mijn lichaam kunnen doden maar niet mijn ziel? Wat dacht je van een innerlijk weten dat het nooit meer goed zal komen, dat mijn ziel al dood is maar niet mijn lichaam? Zelfs de scheppersroes is mij niet vreemd.

Maar het mooiste wat ik ooit gezien heb is toch wel het platanenblad dat daarnet spiraalsgewijs naar het asfalt zeilde. Het mooiste wat ik ooit gezien heb is toch wel de warme blik van mijn lief terwijl ik dit tik. Kijk nou, mijn wijsvinger gaat omlaag en op hetzelfde moment verschijnt er een lettertje op het beeldscherm. Wijsvinger, lettertje, beeldscherm – ongelooflijk. Ik ga naar de wc, er loopt vanzelf water uit een slurfje onderaan mijn buik en het houdt vanzelf weer op. Dan druk ik op een knop, mijn plas spoelt vanzelf weg en ook dat houdt vanzelf op. Wonderen, zijn het, zonder meer, ik kan er fijn op trippen, maar wat ik ervan leer?

Mike: Het gaat er niet om wat je meemaakt, het gaat erom wat het betekent.

Hans: Jammer voor mij, ik heb geen idee meer wat het betekent.

Mike: Er komen toch nog wel betekenissen in je op?

Hans: Natuurlijk komen er nog betekenissen in me op. En? Dat zijn ook weer ervaringen. Betekeniservaringen, de een na de ander. Welke is de juiste? Of zijn ze allemaal even juist? Of zijn ze allemaal even onjuist? Wat betekent juist? En wat is de betekenis van de betekeniservaringen zelf?

Mike: Nou?

Hans: Ja, weet ik veel. Voor mij zijn ervaringen ervaringen. Betekeniservaringen net zo goed. Behalve als uitdrukking van zichzelf zeggen ze me niets. Zeggen ze toch eens iets dan stel ik ze vragen. Vraag na vraag, tot ze eindelijk hun waffel houden.

Mike: En als ze eindelijk hun waffel houden?

Hans: Dan kunnen we eindelijk horen wat ze ons nooit hebben kunnen zeggen doordat we er steeds doorheen zaten te wauwelen, nu ook weer.

Mike: Wat zullen we horen als er niemand meer doorheen zit te wauwelen?

Hans: Dat er niemand meer doorheen zit te wauwelen.

Mike: Ik bedoel, waardoorheen?

Hans: Die vraag behoort nog tot het wauwelen.

Mike: Shit.

Hans: Een ander woord voor sst.

Mike: Weer een inbraakpoging mislukt.

Hans: Dat scheelt weer een uitbraakpoging.

Mike: Toch bedankt.

Hans: De nada.

Index | vorige | volgende

Deze tekst maakt deel uit van de serie Mystiek voor nitwits, deel 8 van de Agnosereeks. Woord: Hans. Beeld: Lucienne. Alle teksten van deze serie in het Boeddhistisch Dagblad. Alle series van Hans in het Boeddhistisch Dagblad. Disclaimer. Mystiek voor nitwits op NietWeten.nl.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#eenheidservaring #mystiek #MystiekVoorNitwits #mystiekeErvaringen #nietWeten #piekervaring

Piekervaringen zijn zo voorbij - Boeddhistisch Dagblad

Doorbreken, inbreken, uitbreken of afbreken?

Boeddhistisch Dagblad