Imperator, Mynkd, MNKDH

Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

Hij was de eerste Romein met die titel, maar er was een antecedent. We lezen bij Diodoros van Sicilië dat vóór Scipio de Karthaagse generaal Hasdrubal de Schone van zijn manschappen een eretitel kreeg, die de Griekstalige geschiedschrijver weergeeft als strategos autokrator,noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 25.12.1. wat de gangbare Griekse aanduiding is voor een buitengewoon bevelhebber. Ik heb er al eens over geblogd.

Punische en Numidische titels

Onlangs attendeerde Maarten Kossmann, die alles weet van de talen van de Maghreb, op een Punische inscriptie uit Lepcis Magna, waarop Imperator Caesar Augustus wordt vertaald met Mynkd Q‘ysr ‘Wgsṭs.noot Lepcis Magna N 14. (Het Punisch noteert geen klinkers.) Mynkd zou daarom het Karthaagse woord kunnen zijn geweest dat de soldaten van Hasdrubal gebruikten om hun generaal te eren en dat Diodoros weergaf met strategos autokrator.

Het leuke is nu dat Mynkd helemaal geen Punisch woord is, maar Numidisch: MNKDH. Dus het is denkbaar dat het oer-Romeinse imperator via een in Iberië verleende Karthaagse eretitel teruggaat op een Numidisch woord. Dat illustreert leuk de vervlochtenheid van de antieke culturen.

Bezwaren

Ik zou het graag concluderen, ook omdat ik er steeds meer van overtuigd raak dat Numidië een belangrijkere rol heeft gespeeld dan de antieke auteurs ons laten geloven. Er zijn met mijn theorietje echter wel wat problemen. Om te beginnen weten we niet precies wat een MNKDH is. Het woord kan “voorganger” betekenen, maar zeker is dat niet.

Bovendien is de geciteerde Punische inscriptie vrij jong: ze dateert uit de tijd van keizer Augustus. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar er is een aanwijzing dat voorname aanvoerders voordien een andere titel hadden. Een beroemde inscriptie uit Dougga noemt Massinissa namelijk een GLD, en de betekenis daarvan, “koning”, staat niet ter discussie.

Het beste dat ik er van kan maken is dus dat het denkbaar is dat imperator via-via teruggaat op een Numidische aanvoerderstitel die niet die is van de legitieme vorst. Maar om eerlijk te zijn: dat vind ik zelf te complex om serieus te nemen, maar ik vraag me af waarom de maker van een Punische inscriptie niet koos voor iets als ‘MPRTR en een numidisme prefereerde. Van de andere kant: zulke verbanden moeten we wel overwegen. Waar culturen naast elkaar bestaan, nemen ze immers zaken van elkaar over.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Alpenpas gezocht

april 9, 2021
De Rostra

juli 12, 2024
Despotes hippon

april 22, 2025 Deel dit:

#dougga #hasdrubalDeSchone #imperator #lepcisMagna #maartenKossmann #massinissa #numidie #scipioAfricanus #tweedePunischeOorlog

Het Numidisch en het Proto-Berber

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Deze plaatsnamen zijn dus ouder dan de Romeinse aanwezigheid, wat wijst op een landschap tjokvol dorpen en steden. En de /t/ komt dus uit de taal van de mensen in het binnenland die in de Griekse bronnen de Libiërs heten en in de Latijnse bronnen de Afri, om ze te onderscheiden van de Puniërs, die afstamden – of claimden af te stammen – van Fenicische kolonisten. Hun steden hebben Fenicische namen als Utica en Karthago, ofwel ‘Attiq (“oude stad”) en Qart hadašt (“nieuwe stad”).

Steden en volken

En dit is toch wel opmerkelijk, dat vele tientallen inheemse plaatsnamen door de Romeinen en alle latere overheersers zijn overgenomen. De Romeinen bedachten er niet zelf een naam voor, maar namen iets over dat er al was. Dat betekent dat die plaatsen al redelijk belangrijk waren, en inderdaad kon bijvoorbeeld Thugga in de ogen van een Griekse waarnemer in de vierde eeuw v.Chr. doorgaan voor polis, een zelfstandige stadstaat met eigen staatsinstellingen. Opgravingen tonen dat de regio voor de komst van de Romeinen al allerlei dorpen, heuvelforten en beginnende steden kende.

Iets soortgelijks zien we bij de namen die de Grieken en Romeinen gaven aan de volken die daar in het binnenland woonden. Herodotos weet dat ten westen van Karthago de Maxyen leefden; vanaf de derde eeuw v.Chr. bestond rond het huidige Constantine het koninkrijk van de Massyliërs; achter de moderne havenstad Oran leefden de Masaeisyliërs; en daar achter kwamen de Maurusii ofwel Mauri ofwel Moren. Dat element /ma/ keert terug in de naam waarmee de Berbers zichzelf aanduiden, Imazighen. Het lijkt erop dat /ma/ de aanduiding voor een grote bevolkingsgroep is geweest in de taal die men in de Oudheid sprak in het binnenland.

We zullen die taal gemakshalve “Numidisch” noemen – het is denkbaar dat de tweede lettergreep ook een /ma/ is geweest. De Grieken hoorden er namelijk hun woord voor zwervende herdersvolken in, nomades, waar het misverstand vandaan komt dat de Numidiërs alleen maar veetelers waren. De continuïteit van de plaatsnamen toont echter dat er ook een aanzienlijke sedentaire bevolking was, wat overigens Herodotos al met enige stelligheid benadrukt.

Numidisch en Proto-Berber

Ik vergeleek die Numidische volkennamen – zoals Maxyen, Massyliërs en Masaeisyliërs – zojuist met de Berbernaam Imazighen. Maar is Numidisch wel een oude Berbertaal? Het vervelende is dat we maar weinig woorden uit het Numidisch kennen: plaats- en volksnamen dus, in vergriekste of verlatiniseerde vorm, de namen van een stuk of wat vorsten en officieren.

De huidige Berbertalen, zo veel is zeker, stammen af van een oertaal, die taalkundigen als Maarten Kossmann (Leiden) kunnen reconstrueren en waarvan ze kunnen vaststellen dat die gesproken moet zijn geweest in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. Dat maakt het Proto-Berber oud genoeg om de voorouder te zijn geweest van het Numidisch. Het weinige dat we van het Numidisch begrijpen, oogt desondanks toch wel anders dan het Proto-Berber. De taal van de Numidiërs heeft zich, als ze werkelijk van het Proto-Berber afstamt, wel heel snel ontwikkeld. Daarom overwegen taalkundigen ook dat het Numidisch en het Proto-Berber allebei teruggaan op een gemeenschappelijke voorouder, die enkele eeuwen eerder gesproken moet zijn geweest.

Data, data

De puzzel is alleen op te lossen met meer data. Weliswaar zijn ongeveer 1300 Numidische inscripties bekend, maar de overgrote meerderheid bestaat uit grafschriften van slechts drie woorden (“X, kind van Y”), soms voorzien van een vierde woord dat wel de weergave zal zijn van een ambt of een familienaam. Het wachten is op een flink grote tweetalige inscriptie en het is zeker niet uit te sluiten dat die nog eens zal worden ontdekt.

In Thugga zijn bijvoorbeeld twee Punisch-Numidische inscripties gevonden. Een daarvan biedt de namen van enkele ambten (GLDMCK, “vijftigman”), maar ook de Numidische weergaven van de koningsnamen: ZLLSN, GYY, MSNSN en MKWSN ofwel Zelalsen, Gaïa, Massinissa en Micipsa. De namen van de ambten en de eerste koningsnaam zijn totaal nieuw, de tweede naam is in de Griekse en Romeinse bronnen foutief overgeleverd als Gala. Onze kennis is gegroeid, maar je blijft hopen op een stevige klapper.

#Berbers #Berbertalen #MaartenKossmann #Masaeisyliërs #Massyliërs #Numidië #plaatsnaam #taalkunde

Het alfabet van Numidië

Punisch-Numidische bilingue uit Lixus (Kasbah-museum. Tanger)

Vorige week organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de vierde keer de Week van het Oude Schrift. Eerlijk is eerlijk: soms gaan de lezingen minder over schrift dan over de taal of over het geschrevene, maar het is een leuk initiatief, waar ik zo veel mogelijk naar kom luisteren. Zoals afgelopen zaterdag, toen Maarten Kossmann van de Leidse universiteit kwam spreken over het Berber-schrift (“Tifinagh”) en zijn antieke voorgangers.

Allerlei alfabetten

Ik heb die mooie letters – altijd blokletters – in Algerije weleens gezien: bijvoorbeeld uitleg in het Frans, Arabisch en de Berbertaal Amazigh over de persoon van Augustinus, die de Algerijnen zo reapproprieren. Ik zag de karakters ook op verkiezingsaffiches en ik bezit een zwaard met een kwaadafwerende inscriptie, die overigens niemand kan lezen.

Dat komt mede doordat er diverse soorten Tifinagh-schrift zijn, met allerlei plaatselijke varianten. Het eerste wat Kossmann uitlegde was dat het huidige schrift een nieuwschepping is uit de jaren zestig, gebaseerd op de traditionele, plaatselijke schriftsoorten die de Tuaregs gebruiken. Die gaan weer terug op een nog ouder alfabet, dat ik gemakshalve “Numidisch” zal noemen. “Libico-Berber” mag ook. Het moderne Tifinagh gebruikt weliswaar de antieke karakters, maar vormt woorden zoals ook westerse talen doen, onder andere door klinkers te noteren.

Het Numidische schrift waarop de diverse Tuareg-alfabetten teruggaan, heeft eigenlijk ook nooit als eenheid bestaan. Net als het Grieks, dat eveneens enkele smaken kent, zijn er verschillende soorten Numidisch schrift, zoals dat van de Canarische Eilanden, in de eigenlijke Maghreb een westelijke en een oostelijke versie, en een variant uit de oase van Bu Njem. Een overzicht vindt u hier.

Numidische inscriptie (Wadi el-Amud)

De in deze inscripties vervatte taal, die ik maar Numidisch zal noemen, is op een of andere manier verwant met de huidige Berbertalen, al is de precieze relatie niet helemaal duidelijk. Het probleem zit hierbij in de Oudheid: zoals steeds hebben we over die periode te weinig informatie. Er zijn onvoldoende tweetalige inscripties. Verschillende Numidische woorden lijken weliswaar op moderne Amazigh-woorden, maar de gereconstrueerde klanken passen niet bij die van de huidige Berbertalen.

Oorsprong

Kossmann ging ook in op de vraag wanneer, hoe en waarom de Numidiërs hun alfabet hadden ontwikkeld. De enige dateerbare tekst is een inscriptie uit Dougga ter ere van de tien jaar eerder overleden koning Massinissa uit 138 v.Chr.; een andere inscriptie uit dezelfde antieke stad oogt iets ouder en lijkt een aanpassing aan een eerder alfabet. Als we als ontstaansmoment de vroege derde eeuw v.Chr. aannemen, zullen we er niet al te ver naast zitten; ik moest denken aan het enorme, precies toen gebouwde grafmonument van Médracen. De koning die dat heeft laten bouwen, zou opdracht gegeven kunnen hebben voor het ontwerpen van een eigen schrift, zoals koning Darius de Grote eveneens een eigen Perzisch schrift liet maken.

Een neo-tifinagh-inscriptie over Augustinus (Souk Ahras)

Er zijn overeenkomsten tussen het Numidische alfabet en de Punische karakters uit Karthago, maar het heeft duidelijk een eigen aanzien: het zijn blokletters, geen cursiefletters. De meerderheid van de karakters heeft bovendien geen Punische parallel. Hoewel oudheidkundigen het niet kunnen bewijzen, is aannemelijk dat het Numidische schrift is ontworpen om recht te doen aan de klanken van de antieke taal én te bewijzen dat men een eigen identiteit had. Opnieuw: zie Darius’ Perzische alfabet.

Een vergeten cultuur

Het was een leuke lezing over het schrift van een antiek volk waarvan het belang vaak wordt onderschat. De Numidiërs hielpen Rome tijdens de Eerste Punische Oorlog; het was dankzij een interventie van de Numidische vorst Naravas dat de Karthagers de Huurlingenoorlog overleefden; Scipio Africanus diende feitelijk als Massinissa’s huurling tijdens de Slag op de Grote Vlakte; nadat Scipio Hannibal had verslagen bij Zama, bleven de Numidiërs meesters van het veld; het was om te verhinderen dat Numidië een supermacht werd, dat Rome Karthago veroverde. Desondanks zijn de Numidiërs eigenlijk nauwelijks bekend.

Algerijns verkiezingsaffiche.

Numidië was weliswaar geen antieke supermacht, maar zit daar vlak onder – en wordt dus veelal genegeerd. Het is wat ironisch dat Kossmann sprak in een museum dat, als het gaat om Numidisch schrift, slechts drie afgietsels bezit van inscripties, die het museum momenteel niet toont. Ik weet ook niet goed wat hier de oplossing voor moet zijn, want ook een museum koopt niet zomaar een inscriptie in Libië, Tunesië, Algerije of Marokko, maar het is wat jammer een antieke subtopper volkomen te negeren, zeker als de verhalen boeiend zijn.

#Algerije #Libië #MaartenKossmann #Madghacen #Marokko #Massinissa #Numidië #Tunesië