Radboud Universiteit -Collegereeks | Boeddhisme

Wie was Boeddha? Wat houdt boeddhisme in? Is het boeddhisme, zoals we dat hier kennen, hetzelfde als het boeddhisme in Azië? Leer in een reeks van zes bijeenkomsten alles over het boeddhisme van de bevlogen religiewetenschapper Paul van der Velde. Met zijn grondige kennis en zijn kleurrijke anekdotes neemt hij je mee op ontdekkingstocht. Schrijf je in voor deze collegereeks en bekijk het boeddhisme met andere ogen.

In westerse samenlevingen kennen we het boeddhisme van zenmeditatie of mindfulness-oefeningen. Maar de wereld van het boeddhisme is meer dan de ‘antistressreligie’ zoals het Westen het graag voorstelt. Het is een religie met een rijke traditie die overigens niet altijd zo vredelievend is als vaak gedacht wordt.

Geschiedenis en praktijk

Hoe verliep de geschiedenis van het boeddhisme? Wie was de Boeddha eigenlijk? En wat houdt de leer van de Boeddha in? Het boeddhisme vindt zijn oorsprong in het huidige India en Nepal. Tegenwoordig vinden we deze religie echter in grote delen van Azië en ook hier in het Westen vinden we diverse boeddhistische stromingen.

Deze eeuwenoude religie kent een rijke traditie die zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld, en ook regionale eigenschappen is gaan vormen. Naast de georganiseerde religieuze uitingen in kloostergemeenschappen, bestaat er het boeddhisme van alledag voor de leken. Wat is de relatie tussen beide werelden? En zijn er verschillen tussen de wijze waarop mannen en vrouwen aan de boeddhistische religie deelnemen?

Meer informatie https://www.ru.nl/services/sport-cultuur-en-ontspanning/radboud-reflects/trainingen/collegereeks-boeddhisme

.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#cursusGeschiedenisBoeddhisme #PaulVanDerVelde #Radboud

Radboud Universiteit -Collegereeks | Boeddhisme - Boeddhistisch Dagblad

Wie was Boeddha? Wat houdt boeddhisme in? Is het boeddhisme, zoals we dat hier kennen, hetzelfde als het boeddhisme in Azië? Leer in een reeks van zes bijeenkomsten alles over het boeddhisme van de bevlogen religiewetenschapper Paul van der Velde. Met zijn grondige kennis en zijn kleurrijke anekdotes neemt hij je mee op ontdekkingstocht. Schrijf […]

Boeddhistisch Dagblad

Boeddhisme en psychotherapie

Kan de leer van de Boeddha ons helpen bij geestesziekten? Enerzijds heeft de Boeddha meerdere malen benadrukt dat zijn leer er niet een is van deze wereld. Hij had zelf alle banden met de wereld verbroken voordat hij aan zijn verlossingsweg begon. Dit was niet omdat hij een trauma had, maar omdat hij niet meer afgeleid wilde worden door alledaagse problemen. Zijn belangrijkste leerlingen waren daarom allemaal monniken en later nonnen. Aan de andere kant wordt de Boeddha ook wel eens de grote heelmeester genoemd en hebben de laatste decennia psychotherapeuten zich laten inspireren door met name de boeddhistische meditatievormen, vooral in de Verenigde Staten. Je zou je kunnen afvragen of dit geen oneigenlijk gebruik is, of niet meditatie wordt gereduceerd tot een trucje om tot rust te komen. Uiteindelijk is een psychotherapie erop gericht om mensen op een gezonde manier te laten functioneren in het alledaagse leven, terwijl de boeddhistische verlossingsweg dit alledaagse leven juist zoveel mogelijk achter zich wil laten. In boeddhistische teksten worden wereldse mensen soms bālāḥ genoemd, sukkels. Natuurlijk, alles wat helpt om leed te verzachten en mensen te genezen is welkom, maar mag je dat dan wel boeddhisme noemen?

De helaas te vroeg overleden prof. dr. Ria Kloppenborg was een van de eersten in Nederland die onderzoek verrichtten naar het boeddhisme als hulpbron bij psychotherapie. Dit onderzoek leidde tot de publicatie in 2005 van de bundel Boeddhisme en psychotherapie: theoretische en praktische verkenningen. Daarnaast richtte zij een werkgroep op met een titel “Psychotherapie en boeddhisme”, met het doel om psychotherapeuten en kenners van het boeddhisme kennis en ervaringen uit te laten wisselen. De werkgroep werd een stichting en organiseerde afgelopen jaren meer dan 30 bijeenkomsten. Daarmee ziet de stichting haar doel om een ontwikkeling van kruisbestuiving in gang te zetten bereikt en heft zichzelf op. Als afsluiting is er nu een tweede bundel verschenen met de titel De Therapeut en de Boeddha: een doorgaande dialoog.

Het boek begint met een hoofdstuk waarin de geschiedenis van de Stichting kort wordt uiteengezet. Vervolgens geeft Paul van der Velde een overzicht van de relatie tussen boeddhisme en psychotherapie in internationaal verband. Het derde hoofdstuk gaat over de leer van Tarab Tulku (1934 – 2004): Unity in Duality. Wie zich nu afvraagt waar de dialoog is gebleven, komt in de volgende hoofdstukken ruim aan zijn trekken. Er volgt een dialoog over de boeddhistische invloeden in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. Vervolgens bespreken twee deskundigen met elkaar hun eigen ervaringen met zowel het boeddhisme als de psychotherapie.

Edel Maex is een Antwerps psychiater die in binnen- en buitenland beroemd is vanwege zijn mindfulness-opleidingen. Hij wordt in het zesde hoofdstuk ondervraagd. In hoofdstuk zeven komt de boeddhistische leraar en psycholoog Han de Wit aan het woord, die een duidelijk onderscheid wil maken tussen therapie en spiritualiteit. Na een korte reflectie over de relatie tussen boeddhisme en psychotherapie wordt het boek afgesloten met een herdruk van de rede die Ria Kloppenborg in 1989 hield bij de aanvaarding van haar ambt als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

Een bonte verzameling

Het boek is een bonte verzameling van uiteenlopende teksten geworden. Paul van der Velde is het opvallendste buitenbeentje omdat hij voornamelijk vertelt wat boeddhisten in Azië allemaal doen rondom geneeskunde, maar nauwelijks waarom. Het volgende hoofdstuk van Robert Keurntjes is nogal technisch en zet voornamelijk de visie van Tarab Tulku uiteen. Daar komt dan ook de term “zelfreferentie” uit de titel vandaan, maar Keurntjes legt niet uit wat hij ermee bedoelt. Tarab Tulku heeft vele cursussen in boeddhistische psychologie gegeven in het Westen, waarbij hij vaak werkte met dromen. Persoonlijke problemen zijn in zijn woorden te wijten aan negatieve zelfreferentie. Deze moet ofwel in een positieve worden veranderd ofwel worden opgelost in openheid. Keurntjes noemt ook de therapeutische methode van Amerikaanse non Tsultrim Allione, die gebaseerd is op de Tibetaanse Chöd-meditatie.

Het vierde hoofdstuk gaat over de vraag of verhouding tussen leerling en leraar in het boeddhisme verschilt van de therapeut-cliëntrelatie. Dit leest ook niet echt lekker weg. Hoewel het gesprek in een tuin plaatsvindt, staat het vol met opsommingen en namen. Toch kan de lezer er behartenswaardige opmerkingen in vinden en de gesprekspartners spreken uit ervaring.

Bij het gesprek met Edel Maex worden nogal wat verwachtingen gewekt, die vervolgens direct de kop in worden gedrukt. In de inleiding tot het gesprek wordt aangekondigd:

Zoals zal blijken uit de weerslag van het interview heeft Edel Maex een evenwichtig oordeel over de ontwikkelingen in en rond mijn vonnis. Hij heeft oog zowel voor de mogelijkheden als voor de beperkingen. Heel opvallend: hij belichaamt wat hij leert en zijn antwoorden op de vragen komen tot stand in het nu.

De eerste vraag luidt: Wat heeft het Boeddhisme in het kader van therapieën bereikt? Welk proces heeft zich voltrokken?

Het antwoord van Maex is: Het beginnen (in 1986/87) met mediteren bij Ton Lathouwers heeft me erg veranderd….

Met andere woorden: Maex krijgt een vraag over het boeddhisme en begint over zichzelf en dan ook nog over een moment 35 jaar geleden. Hoezo belichaming van mindfulness in het nu?

Therapie en nirvāņa

Han de Wit gaat in op zijn onderscheid tussen therapie en het streven naar verlossing. Er is veel voor te zeggen om dit onderscheid te handhaven, maar De Wit is door de jaren milder en wijzer geworden en wijst meerdere keren op de overgangsgebieden en onzekerheden. Dit is een goede benadering voor een geslaagde dialoog, maar helaas gaan zijn gesprekspartners niet op deze misschien wel principiële vaagheden in. Het is echter een zinvol gesprek, waarvan de weergave prettig leest.

De afsluitende tekst van Kloppenborg gaat over de kwaliteiten van de Boeddha als leraar en ze is na al die jaren nog steeds de moeite van het lezen waard.

Het onderwerp is zonder meer actueel. Nog onlangs kwamen er weer berichten in het nieuws over dramatisch verlopen retraites. Dat steevast werd gesproken over “retreats”, toont al aan dat het gaat over import uit de Verenigde Staten, de grootste bananenrepubliek ter wereld. Terloops werd in de kranten ook weer even vermeld dat meditatie ook heel gevaarlijk is. Oud nieuws en we weten inmiddels ook wel dat godsdienstwaanzin echt niet voor het eerst opkwam na de invoering van het boeddhisme in het Westen. Het is jammer dat hier over dit soort dit misbruik en schadelijke therapieën, de psychische kwakzalverij, niet wordt gesproken.

Een onvolledige dialoog

Wat me na het lezen van het boek vooral bij is gebleven zijn de leemtes, de tegenstellingen en de onzekerheden. Dit niet omdat ze uitgebreid worden besproken. Integendeel, het is een parade van heren met autoriteit, mannen die het allemaal wel weten. Deze heren zeggen allemaal wat anders, maar ze doen alsof ze het roerend met elkaar eens zijn. Het zijn heren die niet weten wat ze niet weten, al moet misschien voor Han de Wit een uitzondering worden gemaakt.

Een echte dialoog is geen vraaggesprek tussen een onwetende vragensteller en een alwetende deskundige. Een dialoog behoort te worden gevoerd doormiddel van vragen en wedervragen. Die vragen en wedervragen heb ik gemist.

Een belangrijke leemte is het gebrek aan kennis bij de heren. Ze hebben allemaal hun kennis uit de Verenigde Staten, waar ook de mindfulnesshype is ontstaan en ze hebben nooit iets bijgelezen. Als Maex de psychotherapie bijvoorbeeld laat beginnen bij Freud, laat hij zien dat hij nooit heeft gehoord van de therapieën bij de oude Grieken, zoals ontwikkeld door de Stoïcijnen en de Epicurici, en alles wat daarna is gebeurd. Het begrip “therapie” is zelfs door de Grieken bedacht. Bovendien heeft niemand blijkbaar ooit iets gelezen over de continentale traditie, zoals die is beschreven door mensen als Erwin Strauss, Binswanger, Jaspers, Maldiney, Lacan, om er maar een paar te noemen. Er is ook niemand die oog heeft voor het verschil in de historische situatie tussen de tijd van de Boeddha en nu. Het boek blijft met andere woorden een beetje aan het oppervlak hangen omdat een filosofisch kader ontbreekt.

Niettemin is het onderwerp belangrijk genoeg om in bredere kringen te worden besproken en daar levert het boek een belangrijke bijdrage aan.

Laat de dialoog vooral doorgaan!

Thessa Ploos van Amstel (red.): De Therapeut en de Boeddha, Uitgeverij Van Warven, Kampen 2025, paperback 217 bladzijden.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#Binswanger #BoeddhismeEnPsychotherapie #bonteVerzamelingVanUiteenlopendeTeksten #DeTherapeutEnDeBoeddhaEenDoorgaandeDialoog_ #EdelMaex #ErwinStrauss #Freud #gebrekAanKennis #HanDeWit #hulpbronBijPsychotherapie #Jaspers #Lacan #leemtes #Maldiney #meditatieGevaarlijk #nirvana #PaulVanDerVelde #profDrRiaKloppenborg #psychischeKwakzalverij #RobertKeurntjes #TarabTulku #TonLathouwers #TsultrimAllione #VS

Boeddhisme en psychotherapie - Boeddhistisch Dagblad

Kan de leer van de Boeddha ons helpen bij geestesziekten? Enerzijds heeft de Boeddha meerdere malen benadrukt dat zijn leer er niet een is van deze wereld. Hij had zelf alle banden met de wereld verbroken voordat hij aan zijn verlossingsweg begon. Dit was niet omdat hij een trauma had, maar omdat hij niet meer afgeleid wilde worden door alledaagse problemen. Zijn belangrijkste leerlingen waren daarom allemaal monniken en later nonnen. Aan de andere kant wordt de Boeddha ook wel eens de grote heelmeester genoemd en hebben de laatste decennia psychotherapeuten zich laten inspireren door met name de boeddhistische meditatievormen, vooral in de Verenigde Staten. Je zou je kunnen afvragen of dit geen oneigenlijk gebruik is, of niet meditatie wordt gereduceerd tot een trucje om tot rust te komen.

Boeddhistisch Dagblad

Boeken – de therapeut en de boeddha

De urgentie van het menselijk psychische lijden is aanhoudend actueel. Zowel boeddhisme als psychotherapie richten zich op het verzachten en zelfs opheffen van dat lijden. Beiden zijn levende, zich ontwikkelende praktijken en daardoor zijn hun ontmoeting en uitwisseling zeer interessant en relevant. Wijlen prof. dr. Ria Kloppenborg was in Nederland de pionier die onderzoek verrichtte naar boeddhisme als hulpbron bij psychotherapie. Als eerste schriftelijke neerslag van haar onderzoek verscheen onder haar redactie de bundel Boeddhisme en psychotherapie: theoretische en praktische verkenningen (2005).

Om haar onderzoek te kunnen doen, had Ria Kloppenborg de werkgroep, later Stichting Psychotherapie en Boeddhisme opgericht. De stichting bood een podium voor psychiaters en psychotherapeuten om elkaar te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en kennis op te doen. Daartoe organiseerde de stichting in de loop van de afgelopen ruim vijfentwintig jaar meer dan dertig studiedagen, een driedaagse en een conferentie. Hoewel het onderwerp geenszins uitputtend is geëxploreerd, heeft de stichting in haar huidige vorm en opzet haar pioniersrol vervuld en heft zichzelf daarom op.

Deze tweede bundel, De Therapeut en de Boeddha: een doorgaande dialoog, is de afsluiting van het werk van de stichting, twintig – bewogen – jaren later. Gedurende de jaren zijn de stichting en al haar betrokkenen initiator, pionierende actor en getuige geweest van een unieke kruisbestuiving. De bundel is samengesteld uit artikelen van en gesprekken met bestuursleden en enkele anderen die door de jaren heen bij het raakvlak tussen psychotherapie en boeddhisme betrokken zijn geweest. Hier wordt de balans opgemaakt, teruggekeken en de huidige stand van zaken beschreven. De bundel getuigt van een ongekend vruchtbare interactie waarbij men vijfentwintig jaar geleden de wenkbrauwen optrok, maar die inmiddels breed omarmt wordt.

De Therapeut en de Boeddha
Uitgeverij Van Warven
ISBN 9789493349483
Verschijningsdatum 1 mrt. 2025
Aantal pagina’s 200
Paperback
De tweede bundel van Stichting Psychotherapie en Boeddhisme met bijdragen van Han de Wit, Edel Maex, Michael Tophoff, Paul van der Velde, Robert Keurntjes, Thessa Ploos van Amstel, Paul Soons en Guido Machielsen.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#deTherapeutEnDeBoeddha #EdelMaex #HanDeWit #MichaelTophoff #PaulSoonsEnGuidoMachielsen #PaulVanDerVelde #RobertKeurntjes #ThessaPloosVanAmstel
#deTherapeutEnDeBoeddha #EdelMaex #HanDeWit #MichaelTophoff #PaulSoonsEnGuidoMachielsen #PaulVanDerVelde #RobertKeurntjes #ThessaPloosVanAmstel

Boeken – de therapeut en de boeddha - Boeddhistisch Dagblad

Deze tweede bundel, De Therapeut en de Boeddha: een doorgaande dialoog, is de afsluiting van het werk van de stichting Psychotherapie en Boeddhisme, twintig – bewogen – jaren later. Gedurende de jaren zijn de stichting en al haar betrokkenen initiator, pionierende actor en getuige geweest van een unieke kruisbestuiving.

Boeddhistisch Dagblad

Mag je een Boeddhabeeld kopen voor jezelf of moet je het krijgen?

Op vakantie in Thailand of Indonesië een Boeddhabeeldje kopen voor jezelf? Pas maar op, want dat brengt ongeluk, weten veel mensen zeker: je moet een Boeddhabeeld krijgen. Anderen beweren even stellig dat het geen kwaad kan. Tenminste, als je bedoelingen maar goed zijn. Want gewone koopwaar zal de Boeddha niet worden. Zelfs niet als je hem koopt bij een tuincentrum.

Dit artikel is geschreven door Peter Burger. Het verscheen eerder op ‘De Gestolen Grootmoeder’.
Peter Burger werkt als onderzoeker en docent bij de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Sinds 1990 bestudeert hij broodjes aap, geruchten, kettingbrieven, hoaxes en andere sterke verhalen.

Boeddhabeelden worden steeds populairder, niet alleen in Nederland: ook in Duitsland  verdringen de Boeddha’s de tuinkabouters. Je hoeft er niet meer voor naar Thailand of naar een new age-winkel: tuincentra en ketens als Xenos hebben ze ook in alle maten.  Hoewel die trend al een paar jaar bestaat, is een Boeddhabeeld nog steeds geen gewone aankoop, zoals een elektrische heggenschaar of een barbecue. Want heggenscharen en barbecues kunnen ongelukken veroorzaken, maar Boeddhabeelden kunnen ongeluk brengen. En geluk, maar dan moet je wel het juiste beeld hebben.

Kopen, krijgen, stelen

Hoe kom je aan een goed Boeddhabeeld? Adviezen te over op het web. Volgens Teun brengen alleen Boeddha’s die gemaakt zijn door monniken geluk, maar mogen buitenlanders die beelden niet uitvoeren: ‘De gedachte daarachter is dat het geluk niet het land mag verlaten. Alleen mag een inwoner van dat land het meenemen naar het buitenland.’ Als toeristen toch een beeld meenemen, denkt Teun, verliest het zijn kracht. Het beeld moet bovendien van natuurlijk materiaal zijn, voegt iemand anders toe: hout en steen werken wel, plastic niet.

Volgens Michèle is het nog niet zo simpel om de goede beelden te onderscheiden van de slechte: ‘Ook heb je valse boeddha’s. Dit zijn boeddha’s met een slecht karma. Ze zeggen als je je gevoel laat spreken dat jij deze er tussen uit kan halen.’ Bianca is het daar niet mee eens: ‘Wat ik uit Indonesië weet is dat een Boeddha nooit ongeluk zal brengen. Hij staat voor liefde, geluk wijsheid, etc. Niet voor ongeluk!’

De meeste discussie bestaat over de vraag of je een Boeddhabeeld mag kopen voor jezelf. Veel mensen denken dat je het beeld moet krijgen, en dat zelf kopen ongeluk brengt (of zelfs ‘zeven jaar ongeluk’). Volgens anderen is het ingewikkelder: je eerste Boeddhabeeldje moet je krijgen, daarna mag je er zoveel kopen voor jezelf als je wilt. Ook gehoord: je mag er een voor jezelf kopen, een weggeven en een krijgen. En: het eerste Boeddhabeeld moet je van een ander krijgen, het tweede moet je kopen en het derde stelen.

Verkopers: koop gerust een Boeddha voor jezelf

Terwijl gewone Nederlanders van mening verschillen over het taboe op zelf kopen, is er één groep die dat unaniem onzin vindt: de gespecialiseerde verkopers van Boeddhabeelden. In hun webshops stellen ze gerust:

Dit is […] een fabel die lang geleden onze westerse wereld in is gebracht. Een Boeddha koop je puur op je gevoel dus als je met goede bedoelingen een Boeddha voor jezelf koopt dan zal deze ook geluk brengen.

Dit ‘officiële’ standpunt dat je best een Boeddhabeeld mag kopen voor jezelf wordt niet alleen uitgedragen door de beeldenverkopers zelf, maar ook verbreid in de lifestylerubrieken van nieuwsmedia.

Boeddhisme-light

Waar komt het idee vandaan dat je een boeddhabeeld niet zou mogen kopen? Hoewel één verkoper zeker weet dat het verhaal uit 1893 stamt, kon ik het in kranten en andere bronnen niet verder terug volgen dan een jaar of vijftien. Het leek me ook een typisch Westerse overtuiging, voortkomend uit schuldgevoel: hoe valt het loslaten van het materiële te rijmen met een Boeddha in een winkelkarretje voor de kassa van het tuincentrum?

De Boeddha in het tuincentrum: de Nijmeegse hoogleraar boeddhisme Paul van der Velde vond de combinatie zo typerend dat hij zijn dit jaar verschenen boek over Westers en Oosters boeddhisme ernaar noemde. Voor veel westerlingen is boeddhisme, vooral in zijn Happinez-achtige light-variant, synoniem met geluk, en wel in dit leven; voor Oosterse boeddhisten is het geluk vele levens van ons verwijderd. Ook intuïtie (‘Laat je gevoel spreken als je een boeddhabeeld wilt kopen’) heeft in Azië een andere waarde: emoties zijn veranderlijk en onbetrouwbaar. En niet altijd mooi. Van der Velde: ‘De mens leeft in een continue illusie die zich uit in haat en afkeer, in lust en voorkeur.’

Boeddhabeelden: alleen in bruikleen

Is ook het idee dat het ongeluk kan brengen als je een boeddhabeeld koopt dus Westers? Het is een taalkundige kwestie, mailt Van der Velde me: in het Thai, het Chinees en het Khmer gebruik je andere werkwoorden wanneer je een Boeddhabeeld ‘koopt’  en wanneer je boodschappen doet. ‘Thais zeggen dan als ze horen dat toeristen praten over een Boeddha “kopen”: “No we do not buy Buddha!!”‘

In een eerder boek schreef Van der Velde:

Je hoort te zeggen dat je voor een Boeddha ‘doneert’, je hebt een Boeddha ‘in bruikleen’ om hem te vereren. Een Boeddha beeld wordt ook niet bezorgd met een busje of zo, ‘de Edele Heer begeeft zich naar je woning en reinigt daarmee jouw huis’. In praktijk levert het oprichten van een Boeddhabeeld karmische verdiensten op die zoals eerder gesteld vaak worden overgedragen aan de voorouders of aan de goden. Op deze manier ‘koopt’ men het beeld in praktijk zelden voor zichzelf, maar voor een ander. Betreft die ander een godheid dan doet deze weer van alles voor de donateur die dan in feite het beeld toch weer voor zichzelf heeft gekocht, zij het heel indirect. De Newari families van bronsgieters die ik in april 2010 in Nepal sprak kenden de verhalen rond het niet mogen kopen van Boeddha’s of thanka’s [boeddhistische textielschilderingen, PB] alleen van westerlingen. Ze vonden het doorgaans maar grote onzin en verbonden het verhaal voortdurend met Thailand, waar de bovenvermelde taalkundige kwestie speelt.

Niet Oosters of Westers, maar universeel

‘Zorgen over de vraag of je een boeddhabeeld mag kopen voor jezelf lijken me typisch voor farang’, bevestigt Irene Stengs, ‘buitenlanders die niet zijn opgegroeid in het boeddhisme maar als bekeerling of belangstellende op zoek zijn naar definities en essenties die als zodanig geen rol spelen in Thailand.’ Stengs is verbonden aan het Meertens Instituut, het kenniscentrum over alledaagse cultuur, en onderzoekt rituelen en heiligheid in Thailand en in Nederland.

Om aan te geven dat je heilige objecten nooit kan bezitten, gebruiken Thai voor het verwerven daarvan het woord chao, dat ook voor het huren van een huis wordt gebruikt; boodschappen ‘koop’ je: sua. Een boeddhabeeld ‘kopen’, zegt Stengs, is niet alleen een oneerbiedige manier van uitdrukken, maar gaat ook voorbij aan het universele gegeven dat het heilige zit niet laat bezitten.

Want daarover zijn de Thai en de Nederlanders die aarzelen een boeddhabeeld in hun winkelkarretje te zetten het dus eens: je kunt het heilige niet in eigendom hebben. Dat is niet Oosters of Westers, maar een algemene regel in de omgang met heilige voorwerpen. Stengs vergelijkt het met relikwieën in de Middeleeuwen: die waren eigendom van de koning of de bisschop, die het recht had om ze uit te delen – niet om ze te verkopen (dat verbiedt de Kerk nog steeds, trouwens). De ontvanger was de gever natuurlijk wel een donatie schuldig en ook de Boeddhabeelden die je niet kunt ‘kopen’ zijn niet gratis. Zo blijven het spirituele en het materiële in evenwicht.

Door voorwerpen op zo’n manier apart te zetten, zegt Stengs, maak je ze heilig. Daarom kun je een Boeddhabeeld niet op dezelfde manier behandelen als een heggenschaar, zelfs niet als ze samen in een winkelwagentje van de Intratuin staan.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#boeddhabeeld #kopen #krijgen #MeertensInstituut #PaulVanDerVelde #PeterBurger #xenosBoeddhisme
#boeddhabeeld #kopen #krijgen #MeertensInstituut #PaulVanDerVelde #PeterBurger #xenosBoeddhisme

Mag je een Boeddhabeeld kopen of moet je het krijgen? - Boeddhistisch Dagblad

Een Boeddhabeeldje kopen voor jezelf brengt ongeluk, weten veel mensen zeker: je moet een Boeddhabeeld krijgen. Gewone koopwaar zal de Boeddha niet worden.

Boeddhistisch Dagblad