Voor-westerse geschiedenis (2): landschap

Bergen aan zee bij het Dalmatische eiland Krk

De regio waarover ik in mijn reeks over de voor-westerse geschiedenis wil schrijven, is ruwweg die van het Middellandse Zee-gebied en het Nabije Oosten, met een open oog voor Noordwest-Europa en Centraal-Eurazië. en de gebieden langs de Rode Zee en Nijl. Dat sluit contact met China, India, Zuid-Arabië, Nubië en de Sao– en Nok-culturen overigens niet uit. De kern ligt echter rond de Middellandse Zee en in het Nabije Oosten en het is moeilijk te ontkennen dat dat een rommelig stukje wereld is.

Het komt allemaal door de tektonische platen. De Afrikaanse plaat schuift elk jaar ruim vijf centimeter naar het noorden, terwijl de Arabische plaat zo’n zestien centimeter naar het noorden schuift. Onderling bewegen deze twee platen van elkaar af, waardoor de Grote Rift-vallei is ontstaan: de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan, de Bekaavallei. De Afrikaanse en de Arabische platen botsen tegen de Euraziatische Plaat, en zo zijn de Atlas, de Pyreneeën, de Alpen, de Taurus en de Zagros ontstaan. Een vooruitgeschoven deel van de Afrikaanse plaat zorgt voor de enorme kreukel die Sicilië heet, en scheidt de Middellandse Zee in twee bassins.

Een gekreukeld landschap

Vergeleken met de eenvoudige Zwarte Zee is de Middellandse Zee erg verbrokkeld. Waar de bergketens onder water liggen, vormen ze honderden eilanden én de grenzen tussen vijftien binnenzeeën. Schepen kunnen van eiland naar eiland hoppen: dat maakt handel eenvoudig. Liggen de bergketens echter op het droge, dan belemmeren ze de handel. De regio is bovendien geologisch nog actief, de bergen worden nog altijd gevormd en het reliëf is scherp. Je reist in de winter niet even over de Alpen en ik heb zelf weleens rechtsomkeert moeten maken in de Libanon.

Aardlagen in de Zagros

Ook al hebben ze vaak de vorm van eilanden, bergen zijn overal, en wie reist op de Middellandse Zee ziet ze eigenlijk altijd meteen achter de kust. De Languedoc, de Pontijnse Vlakte, de Veneto en het lange stuk vanaf de Nijldelta tot en met halverwege Tunesië (“Byzacene”) zijn de enige onderbrekingen. Overal elders liggen bergketens met namen als Sierra Nevada, Pyreneeën, Alpen, Apennijnen, Pindos, Balkan, Taurus, Libanon, Aurès, Atlas en Rif. Meer naar het oosten duwt de Arabische Plaat de Kaukasus en Zagros omhoog.

De regio is, zoals gezegd, geologisch nog altijd actief. Ik noem dus nog even de vulkanen: rond Sicilië de Stromboli, de Etna en het eiland Pantelleria; even noordelijker de Vesuvius; in de Egeïsche Zee het eiland Thera en in Anatolië de Hasan Dağı, de Nemrut Dağı (niet het beroemde monument met dezelfde naam) en de zogenaamde Ararat. Hoewel de vuurspuwende bergen in Turkije het rustig aandoen, barsten de westelijke vulkanen regelmatig uit. Sommige daarvan liggen overigens onder water, zodat er tussen Sicilië en Tunesië nog weleens een eilandje ontstaat dat dan later weer instort en onder de golven verdwijnt.

Vulcano (een van de Aiolische Eilanden)

Ongeschikt voor mensen?

Het wezenlijke punt is hier dat dit landschap opvallend versnipperd is. Alleen in het zuiden ligt het werkelijk open naar de steppe en de woestijn. Overal elders maken de bergen niet alleen het reizen, maar ook de akkerbouw moeilijk. De vlakten zijn doorgaans klein, of ze liggen, zoals de vlakte tussen Eufraat en Tigris, vér van de kust. In alle gevallen is interregionale handel nogal lastig. En tot slot: waar toevallig toch vlakten liggen langs de kust, is het land drassig en is de voornaamste bewoner de malariamug.

Drie continenten botsen op elkaar. Weinig gebieden op aarde zijn minder geschikt voor menselijke activiteit. Of beter: weinig gebieden stellen grotere eisen aan het improvisatievermogen dat mensen van nature bezitten. Wie hier wordt geboren, moet zich wel aanpassen en zoals u weet is cultuur niets meer of minder dan het niet-biologische systeem waarmee de mensen zich aanpassen aan de omgeving. Weinig gebieden spoorden meer aan tot het ontwikkelen van werktuigen, gedrag en kennis.

[Een overzicht van deze reeks zal de komende tijd hier groeien.]

#Alpen #antiekeCultuur #Apennijnen #Ararat #Atlasgebergte #Aurès #Balkangebergte #EgeïscheZee #Etna #Libanongebergte #MiddellandseZee #NabijeOosten #Pantelleria #Pindos #Pyreneeën #Rifgebergte #Sicilië #SierraNevada #Stromboli #Taurus #tektonischePlaat #Thera #Vesuvius #voorWesterseGeschiedenis #Zagros

De ceders van de Libanon

De ceders die Buckingham zag (maar dan twee eeuwen later)

Op weg naar India bezocht de reislustige Britse journalist James Buckingham (1786-1855) Libanon. Ik blogde al over hem. Later publiceerde hij Travels among the Arab Tribes Inhabiting the Countries East of Syria and Palestine (1825), waaruit de volgende beschrijving van de ceders komt. De bovenstaande foto toont het door Buckingham genoemde “kleine bosje”. Ik heb er zelf eens rechtsomkeert moeten maken naar Bcharre.

***

Bcharre verlatend, klommen we een uur over lichte sneeuw tot we bij de Arz el-Libenein kwamen, of de ceders van de Libanon. De bomen vormen een klein bosje op zichzelf, alsof ze zo zijn geplant, en staan in een holte, omgeven door rotsachtige uitsteeksels, aan de voet van de berg die de hoogste top van de Libanon is. Er zijn, denk ik, op dit moment ongeveer 200 ceders, allemaal fris en groen.

Als je ze nadert, lijken ze op een bosje sparren, maar als je dichterbij komt, blijken ze over het algemeen veel groter te zijn, hoewel het gebladerte er nog steeds op lijkt. Er zijn er ongeveer twintig die erg groot zijn, en onder hen zijn er verschillende met een diameter van tien tot twaalf voet aan de stam, met takken van een overeenkomstige grootte, die zich elk als grote bomen naar buiten uitstrekken vanaf de stam en die een flink stuk grond overschaduwen.

Na de ceders werd onze beklimming extreem steil, zo steil dat je zou kunnen zeggen dat we naar de top van de berg klommen. We ontmoetten een groep die aan het afdalen was. Die adviseerde ons terug te keren naar Bcharre om daar te overnachten, en het de volgende ochtend vroeg nog eens te proberen, zodat we de hele dag konden benutten.

Omdat we al zo ver waren gevorderd, besloten we toch door te gaan en onze volharding werd bekroond met succes. De sneeuw was van een onbekende diepte, want hoewel onze paarden regelmatig tot hun buik in de sneeuw zaten en vaak zó verzonken waren dat het ons moeite kostte ze eruit te krijgen, zagen we nooit de aarde. Dit vermoeiende werk, dat we vaak herhaalden en waarbij we zelf de hele weg te voet moesten afleggen, putte ons behoorlijk uit. Door de combinatie van de aanhoudende schittering van de sneeuw, de ijle lucht, de hoogte en de vermoeidheid was ik zo duizelig als een dronkaard. Ik vond het moeilijk in een rechte lijn te lopen.

Het kostte ons zowat vier uur om van de ceders naar de top te komen, waar we ons uitstrekten in de sneeuw en bijna een uur bleven liggen om op adem te komen en te rusten. Vanaf de top was het uitzicht, zoals je je wel kunt voorstellen, weids en prachtig. In het westen hadden we uitzicht over de hellingen van de Libanon tot aan de kustvlakte, met daarachter een grenzeloze zee, waarvan we de horizon niet konden bepalen omdat die was bedekt door een dik wolkendek.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

#Bcharre #ceder #JamesBuckingham #Libanon #Libanongebergte

James Silk Buckingham - Wikipedia