De granaatappel

Granaatappel

De granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.

De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.

Persefone en Hades

Het bekendste antieke verhaal over granaatappels is de mythe van Persefone, de dochter van de Griekse godin Demeter. Ze werd – zo heet het eufemistisch – geschaakt door Hades, de god van de onderwereld, maar haar moeder haalde haar na een lange speurtocht terug. Persefone had echter gegeten van een granaatappel en zes pitjes binnen gekregen; daarom zou ze zes maanden per jaar verblijven bij haar echtgenoot verkrachter, was haar moeder in rouw en was het winter. De andere zes maanden van het jaar was Persefone bij haar moeder, en die was dan blij en dan was het voorjaar.

De hamvraag is natuurlijk waarom het eten van de granaatappel zou staan voor een verplichte verblijfplaats. Het is net zo absurd als wanneer je, na het eten van zes happen curryworst, verplicht bent zes maanden te wonen onder de aanvliegroute van een luchthaven. Het antwoord “mythologie is wel vaker onlogisch” is dit keer iets te makkelijk, want we weten gelukkig iets meer.

Astarte en Afrodite

De granaatappel was vanouds het symbool van de Fenicische godin Astarte, de beschermvrouwe van vruchtbaarheid en het huwelijk. Ook de Joden herkenden de vrucht als symbool van de echtelijke betrekkingen: de auteur van het Hooglied vergelijkt de lach een bruid met het rood van een granaatappel.noot Hooglied 4.3. De Grieken maakten kennis met Astarte op Cyprus en noemden haar Afrodite. Pelgrims lieten beeldjes achter van de godin met een granaatappel in de hand; ook waren er sieraden waarop granaatappels stonden afgebeeld.

De verklaring van Persefones verblijf in de Hades is dus dat ze had gegeten van een vrucht die was gewijd aan een huwelijksgodin. Het is om deze reden dat Plinius de vrucht opvat als afrodisiacum.

#Afrodite #Astarte #Demeter #granaatappel #Hades #Hooglied #Persefone #PliniusDeOudere #Uluburun

De hoofddoek (1) het oosten

Een moeder met een complexe hoofddoek (Archeologisch museum, Basra)

Ergens rond 1770 v.Chr. verloofde Shibtu, de dochter van de koning van Aleppo, zich met Zimri-Lim, de machtige koning van de Mesopotamische stad Mari (r.1775-1762 v.Chr.). In een overgeleverd kleitablet schrijft Shibtu’s vader zijn aanstaande schoonzoon dat er, toen diens gezanten de jonge vrouw kwam ophalen, wat complicaties waren.

U hebt het huwelijksgeschenk meegebracht, maar mijn moeder is ziek en ik vrees dat in mijn paleis iets naars zal gebeuren [dat een slecht voorteken voor het huwelijk is]. Ook hebt u niet veel tijd. Daarom hebben wij in allerijl het huwelijksgeschenk dat u, meneer, hebt laten brengen, naar ons paleis gebracht en hebben wij over het meisje haar sluier gelegd.

De formulering is precies: de sluier werd gelegd over het hoofd van het verloofde meisje: het was een hoofddoekje. Het gebruikte woord, kullulu, kan ook “kronen” en “zich versieren” betekenen, dus deze hoofddoek was iets bijzonders en het in de vertaling gebruikte mooie woord “sluier” benadrukt dat aspect. De hoofddoek was namelijk het ereteken van een vrouw die was verloofd of getrouwd, en kon elegant worden versierd met juwelen en complexe vlechtsels.

Assyrische vrouwenrechten (Pergamonmuseum, Berlijn)

Dat het dragen van een hoofddoek in Mesopotamië duidde op de huwelijkse status, blijkt allerlei teksten. Eén voorbeeld is bovenstaand kleitablet uit Aššur, daterend uit de regering van de Assyrische koning Tiglat-Pileser I (r. 1116-1077) en gewijd aan de rechten van vrouwen. Daaruit blijkt andermaal dat de hoofddoek het voorrecht was van een getrouwde, vrije dame; het was slavinnen en prostituees niet toegestaan een hoofddoek te dragen. Gegeven de straf was het onderscheid tussen respectabele en minder respectabele vrouwen belangrijk:

Wie een gesluierde prostituee ziet, moet getuigen verzamelen, haar arresteren en haar naar de paleisingang brengen. Na het onderzoek zal zij vijftig stokslagen krijgen.

Of neem het Hooglied, de joodse tekst waarin een bruidegom zijn bruid toezingt:

Je bent zo mooi, vriendin van mij,
je bent zo mooi!
Je ogen zijn duiven,
door je sluier heen.
Je haar golft als een kudde geiten
die afdaalt van Gileads bergen.noot Hooglied 4.1; NBV21.

In Griekenland was het niet anders. Talloze vaasschilderingen tonen hoe een jonge vrouw een hoofddoek krijgt bij haar huwelijk. Hier is een voorbeeld, afkomstig uit het vijfde-eeuwse Athene.

Een bruid krijgt haar hoofdoek

Zo ook in Rome, waar een verloofde een flammeum droeg, een felgekleurde hoofddoek die de bruidegom tijdens de huwelijksvoltrekking afnam; daarna werd een getrouwde vrouw geacht haar haar op een minder opvallende manier te bedekken – zie bijvoorbeeld de fresco die bekendstaat als de Aldobrandini-bruiloft.

Venus staat een bruid bij (Aldobrandini-bruiloft, Vaticaanse Musea, Rome)

Er valt hier wel een kanttekening te plaatsen. We hebben honderden portretten van voorname Romeinse dames uit alle delen van het imperium, en van menigeen – denk aan alle keizerinnen – weten we dat ze getrouwd waren. Ze dragen zelden een hoofddoek. Dat suggereert dat er ook anders naar hoofddoeken gekeken kon worden.

[Wordt vervolgd]

#AššurStad #hoofddoek #Hooglied #huwelijk #prostituees #Shibtu #TiglatPileserI #vrouwenrechten #ZimriLim

Schriftgeleden hebben allerlei originele interpretaties verzonnen om de lichamelijkheid van het #Hooglied weg te praten. Vergeefse moeite. Mijn goede vriend Richard Kroes weet meer. Bijvoorbeeld over de omgekeerde wasf.

https://wp.me/p1HkCZ-kdR

Hooglied (5): Wasf en eufemisme - Mainzer Beobachter

Het Hooglied staat vol dubbelzinnige teksten. De “navel" is een woord waar de lezers hun fantasie de vrije loop moeten laten.

Mainzer Beobachter

Schriftgeleden hebben allerlei originele interpretaties verzonnen om de lichamelijkheid van het #Hooglied weg te praten. Vergeefse moeite. Mijn goede vriend Richard Kroes weet meer. Bijvoorbeeld over de omgekeerde wasf.

https://wp.me/p1HkCZ-kdK

Hooglied (4): Een omgekeerde wasf - Mainzer Beobachter

Een van de vier voorbeelden van een wasf in het Hooglied staat achterstevoren. Wat kan de dichter daarmee hebben bedoeld?

Mainzer Beobachter

Schriftgeleden hebben allerlei originele interpretaties verzonnen om de lichamelijkheid van het #Hooglied weg te praten. Vergeefse moeite. Mijn goede vriend Richard Kroes weet meer. Bijvoorbeeld over de dichtvorm "wasf".

https://wp.me/p1HkCZ-kdw

Hooglied (3): Een Egyptische wasf - Mainzer Beobachter

Het Hooglied bevat vier voorbeelden van het poëtische genre dat bekendstaat als wasf. We kennen het ook uit Egypte.

Mainzer Beobachter

Schriftgeleden hebben allerlei originele interpretaties verzonnen om de lichamelijkheid van het #Hooglied weg te praten. Vergeefse moeite. Mijn goede vriend Richard Kroes weet meer. Bijvoorbeeld over de dichtvorm "wasf".

https://wp.me/p1HkCZ-kdv

Hooglied (2): Een Arabische wasf - Mainzer Beobachter

Een wasf is een Arabische dichtvorm die altijd een zekere volgorde aanhoudt. Zo beschrijft Al-Marraar ibn Moenkid een vrouw van top tot teen.

Mainzer Beobachter