Oockooing Bird
Van Han-Na Chang tot Marie Jaëll, Olga Neuwirth en meer
Ik heb mijn blog schandelijk verwaarloosd de afgelopen periode, het was een beetje druk….
Op 9 mei kwam mijn vriend Huang Ruo weer naar Amsterdam, voor het tweede deel van zijn verblijf op uitnodiging van het Concertgebouw, waar hij dit seizoen huiscomponist is. We gingen samen naar een uitvoering van Don Giovanni van Mozart in de Stopera. De regie viel helaas niet mee… Een maand later sprak ik Huang Ruo voor het coverartikel van het oktobernummer van Preludium. Die maand speelt het Carducci Quartet het voor hen gecomponeerde strijkkwartet The Flag Project.
Huang Ruo + Thea Derks, Stadskantine A’dam 6-6-2016
Voor Cultuurpers deed ik een interview met de Koreaans-Amerikaanse cellist/dirigent Han-Na Chang. Zij maakte haar Nederlandse dirigentendebuut met het Noord Nederlands Orkest, waarmee zij het Eerste Pianoconcert van Tsjaikovski uitvoerde, met Nelson Goerner aan de piano. Na de pauze stond de Tiende Symfonie van Sjostakovitsj op het programma.
Chang is een interessante, frisse vrouw, die de musici zelfverzekerd en met veel elan door de muziek voerde. Ik bezocht het concert op 27 mei in het Concertgebouw in Amsterdam en werd getroffen door het hoge niveau van de uitvoering. Na afloop: op de foto!
Han-Na Chang + Thea Derks Concertgebouw 27-5-2016 NNO
Een week eerder, op 15 mei, overleed de Nederlandse componist Bernard van Beurden. Een charmante en enthousiasmerende persoonlijkheid, die zich zijn leven lang inzette voor amateurmuziek. Hij schreef aansprekende stukken, waarin hij niet op de hurken ging maar veel van de musici vergde. Maar nooit té veel, hij wist hen te overtuigen ook de moeilijkere noten met vuur te verdedigen. Ik schreef een in memoriam voor Cultuurpers. Als eerbetoon draaide ik in Panorama de Leeuw XX zijn Mis voor sopraan, accordeon, cello en harmonieorkest uit 1989.
Donderdag 19 mei verzorgde ik de inleiding bij het concert ‘Chopin in Bohemen’ van Amsterdam Sinfonietta in TivoliVredenburg in Utrecht. Op het programma stond – uiteraard – het Tweede Pianoconcert van Chopin, met Khatia Buniatishvili aan de piano. De overige componisten waren Tsjechen: Antonín Dvorák, Erwin Schulhoff en Pavel Haas. Ik sprak o.a. met de – Hongaarse! – cellist Ors Kószeghy.
Ors Köszeghy + Thea Derks TivoliVredenburg 19-5-2016
Zondag 29 mei was ik bij een concert in Museum Kröller-Müller in Otterlo, georganiseerd door 401 Nederlandse Opera’s, een organisatie die zich inzet voor vergeten Nederlands operarepertoire. Er werd een hele reeks onbekende aria’s en duetten uitgevoerd, gelardeerd met enkele instrumentale intermezzi. Ik schreef een bespreking voor Cultuurpers.
De hele maand mei luisterde ik met veel plezier naar de muziek van Marie Jaëll, een Franse pianist en componist die geweldige muziek componeerde, waarin ze haar tijd vaak ver vooruit was. Heel fijn dat Palazzetto Bru-Zane nu een boekje met daarin drie cd’s heeft uitgebracht, met uitmuntende uitvoeringen. Dat laat bij vrouwelijke componisten nogal eens te wensen over helaas. Kortom, voorbeeldig, zoals te lezen in mijn recensie. Jaëll is voor mij een grote ontdekking, die veel meer bekendheid zou moeten krijgen.
Marie Jaëll
Op 31 mei sprak ik uitgebreid met Louis Andriessen, jarenlange kompaan van Reinbert de Leeuw, die ook zijn nieuwste opera, Theatre of the World in première bracht. Plaats van handeling was Los Angeles, maar aangezien het een coproductie betrof met het Holland Festival, werd zijn opera ook in Nederland uitgevoerd, in Theater Carré. Het – behoorlijk onnavolgbare – libretto is geïnspireerd op de laatste levensuren van de Jezuïtische wetenschapper Athanasius Kircher (1601-1680). Ons gesprek was er niet minder geanimeerd om. En de muziek was mooi en zeer afwisselend.
Thea Derks + Louis Andriessen 31-5-2016
Vanwege het Holland Festival zit de agenda deze maand sowieso stevig vol. Op 9 juni speelde London Sinfonietta de double-bill The Cure/The Corridor van Harrison Birtwistle in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik schreef een voorbeschouwing en trof na afloop de altviolist Paul Silverthorne, met wie ik enkele malen een nieuwemuziekfestival in Odessa had bezocht. Tot mijn verrassing was ook Birtwistle zelf aanwezig, die ik in het verleden vaker heb geïnterviewd. We gingen samen met dirigent Geoffrey Paterson op de foto.
Geoffrey Paterson – Harry Birtwistle – Thea Derks MGIJ 9 June 2016
Een dag later deed ik de inleiding bij de Nederlandse première van Oh komm, Heiliger Geist voor koor, orkest, bas en sopraan van Sofia Goebaidoelina. Een bijzonder werk, zoals eigenlijk al haar stukken. Meeslepend in zijn heftige geloofsbelijdenis, met een indrukwekkend stamelend koor, dat als het ware huivert voor de komst van de goddelijke genade. Ik maakte voor de live uitzending van het AVROTROS Vrijdoncert een reportage.
Woensdag 15 juni zat ik alweer in de Stopera, voor een uitvoering van Pique Dame van Tsjaikovski. Prachtige muziek, piekfijn uitgevoerd door het Koor van De Nationale Opera en het Koninklijk Concertgebouw o.l.v. Mariss Jansons. Jammer van de wonderlijke regie, waarin Tsjaikovski zelf als handelend personage werd opgevoerd. Dat is op zich nog niet zo erg, maar dat hij samenviel met Vorst Jeletski was buitengewoon verwarrend.
Focus componist van het Holland Festival was dit jaar Olga Neuwirth, de Oostenrijkse componist wier opera Bählamms Fest ik zeer bewonder. Die stond echter niet op het programma, wel drie andere stukken. Ik schreef alle toelichtingen en een muzikaal portret voor het Holland Festival.
Haar in de Gashouder uitgevoerde, avondvullende Le Encantadas viel een beetje tegen. Neuwirth wil er te veel inhoud in stoppen en blijft qua muzikaal idioom een beetje hangen in de vroegere avant-garde. Ook haar stuk Torsion voor fagot solo stond op de rol, tijdens een puntgaaf concert van de Franse meesterfagottist Pascal Gallois in het Bimhuis op zondag 19 juni. Klapper van de avond was Dialogue de l’ombre double van de eerder dit jaar overleden Pierre Boulez.
Joey Roukens na afloop van Morphic Waves, Concertgebouw Amsterdam, 20-6-2016
Last but not least bezocht ik maandag 20 juni een concert van het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw. Joey Roukens is dit seizoen hun huiscomponist en had een nieuw stuk gecomponeerd, Morphic Waves. Een zinderend werk, dat in grote golven de zaal overspoelde, maar af en toe tot rust kwam met lyrische en ingetogen soli van fluit, viool en andere instrumenten. Ik genoot van het uitbundige slagwerk, waarop ik vanaf mijn podiumplaats uitstekend zicht had.
Tussen de bedrijven door werk werk ik aan een toelichting bij Der nächtliche Wanderer van Reinbert de Leeuw, voor een concert in de vermaarde BBC Proms op 4 augustus.
#401NederlandseOperaS #AmsterdamSinfonietta #AthanasiusKircher #AVROTROSVrijdagconcert #BählammsFest #BernardVanBeurden #Concertgebouw #Cultuurpers #DeNationaleOpera #DonGiovanni #GeoffreyPaterson #HanNaChang #HarrisonBirtwistle #HollandFestival #HuangRuo #JoeyRoukens #KröllerMüller #LouisAndriessen #MarieJaëll #MorphicWaves #MuziekgebouwAanTIJ #NederlandsPhilharmonischOrkest #NelsonGoerner #NoordNederlandsOrkest #OlgaNeuwirth #OrsKöszeghy #PanoramaDeLeeuw #PascalGallois #PaulSilverthorne #PierreBoulez #PiqueDame #ReinbertDeLeeuw #Sjostakovitsj #SofiaGoebaidoelina #TheCorridorTheCure #TheaDerks #TheatreOfTheWorld #TivoliVredenburg
Elisabeth Lutyens Piano Works: British modernism imbued with French perfume
In the autumn of 2021 the British pianist Martin Jones released the first volume of his recording of the complete piano works of Elisabeth Lutyens (1906-1983). She was a flamboyant personality who challenged the misogyny of the music world and fought like a lion to get her compositions performed. She was the first British composer to embrace twelve-tone music – though not through Schoenberg, as she claims, but by her own efforts, by studying Henry Purcell’s Fantasias.
Be that as it may, her love for atonal music was not taken kindly to, and she was meekly called ‘twelve-note Lizzy’. Conversely, she harboured deep contempt for composing peers such as Vaughan Williams, Gustav Holst and Arnold Bax, whose music she described as ‘the cowpat school’. Due to the constant lack of appreciation, Lutyens became somewhat embittered; of necessity she composed a lot of film music. – And so, through the back door, she managed to make atonal music salacious after all.
Elisabeth LutyensLATE RECOGNITION
However, in the 1950s and 1960s she gained late recognition, when she was discovered by a younger and more adventurous generation of composers, the most famous of whom were Peter Maxwell Davies and Harrison Birtwistle. They rebelled against the conservative curriculum at the Manchester Conservatoire and travelled to London to seek inspiration from Lutyens. They have gone down in history as the ‘Manchester School’.
As a child Lutyens had been taught piano by an aunt whose teacher had herself been a pupil of Clara Schumann. All her life, Lutyens continued to compose for the instrument, and Martin Jones is now recording all her piano pieces on CD. Curiously, he begins with music from the last decade of her life, when she confided to an acquaintance: ‘I have resigned myself to composing for myself, my friends, and to pass the time’.
The five pieces performed by Jones, however, do not make the impression of being obligatory pastimes at all. The Seven Preludes for Piano opus 126 from 1978 are sparkling and lively, recalling Debussy’s preludes in their clarity, thanks in part to Jones’ fine playing. Five Impromptus opus 116 (1977) and the seventeen minute long The Great Seas opus 132 (1979) also have a dreamy atmosphere, despite some occasional pounding chords.
SPATIALITY
Lutyens does not clog up her scores, but lets her music breathe from beginning to end; often her tones seem to float freely in space. Only intermittently do we hear the large intervals that are so characteristic of atonal music, and always there is this luxurious feeling of spatiality.
Perhaps the most radical is the oldest piece on the CD, Plenum opus 86, which she composed in 1974. It subtly demonstrates her mastery of serial composition techniques. The 12-tone row she posits at the beginning returns as a palindrome at the end. It moreover illustrates she was well acquainted with contemporary playing techniques, for at times the pianist plucks the piano strings directly.
Elisabeth Lutyens does not clog up her scores, but lets her music breathe from beginning to end; often her tones seem to float freely in space.
The concluding La natura dell’Aqua opus 154 (1981) is riddled with written-out silences, which give the music a meditative atmosphere. However, this is regularly interrupted by eruptions of fast, short strings of notes that aptly evoke the image of a gurgling fountain.
Martin Jones effortlessly switches between a fairy-tale velvet touch to brisk, firm banging when the music demands it. He is the ideal performer of Lutyens’ piano music, an interesting mix of sweet impressionism and abrasive severity – British modernism imbued with French perfume.
https://www.youtube.com/watch?v=S2bvZAciZ1g
#ElisabethLutyens #HarrisonBirtwistle #MartinJones #PeterMaxwellDavies