Vooroordelen over gender
Mannen en vrouwen, zoals Erica Jong al wist, daar moet wel ellende van komen. In elk geval is het idee dat de natuur slechts mannelijke en vrouwelijke mensen zou kennen, dus mensen met een X- en een Y-chromosoom of mensen met twee X-chromosomen, simpelweg onjuist. Dat is geen nieuw inzicht; het was in elk geval leerstof toen ik in 4 VWO zat, ergens rond 1980. Ik hoef u verder niet te vertellen dat niet iedereen heteroseksueel is, ik hoef u niet te vertellen dat oriëntatie niet bij iedereen levenslang dezelfde blijft, en evenmin hoef ik te vertellen dat er trans-, cis-, a-, inter- en biseksuele mensen bestaan. En tot slot variëren de maatschappelijke verwachtingen, want gender is niet alleen een kwestie van natuur, maar ook van cultuur. Daarom wordt er zo verschillend over gedacht. Ik zal wel iets hebben overgeslagen, maar het moge duidelijk zijn: het is allemaal nogal complex.
Wetenschappelijke vooroordelen
Omdat gender zo complex is als de mens zelf, trek je regelmatig je wenkbrauwen op bij het lezen van wetenschappelijke literatuur. Vaak analyseerden onderzoekers hun data aan de hand van de simpele dichotomie man/vrouw. Vonden ze een graf met wapens, dan was het automatisch een man; lazen ze over vrouwen die zich bij festivals staken in mannenkleding, dan was het automatisch een omkeringsfeest, veronderstellend dat er twee genders zijn.
De crux van oudheidkunde is de spanning tussen de opvattingen van de samenleving van de onderzoeker en de onderzochte samenleving. Eerstejaarsstof dus, en gender-opvattingen lenen zich daar goed voor. Mijn docent Bert van der Spek attendeerde zijn studenten op de aannames in het (nog altijd leverbare) boek The Greeks van de Britse classicus H.D.F. Kitto. Andere docenten zullen wel andere voorbeelden hebben gebruikt.
Elke oudheidkundige weet dus dat het zo simpel allemaal niet is, maar het blijft zinvol op een rij te zetten wat er zoal verkeerd kan gaan, en zo hebben we Gender Stereotypes in Archaeology (open access), waarin een auteursteam op vierenzestig bladzijden vierentwintig vooroordelen op een rijtje zet. Eerst gaan die over oudheidkundige representatie, vervolgens over interpretatie, en tot slot over het wetenschappelijk bedrijf. Het is, zoals je verwacht, “a mixed bag” met wat goede en wat minder goede artikelen, maar al met al is het een nuttig boekje dat de lezer minimaal dwingt even z’n knopen na te tellen.
Stropoppen
Eerlijk gezegd begint het niet werkelijk overtuigend met opmerkingen over de wijze waarop de oude wereld wordt gepresenteerd. Zo zouden vrouwen nogal eens als koks worden afgebeeld of als zorgverleners, zo zouden mannen vaak in actieve rollen worden afgebeeld en vrouwen in passieve, en “All women were young, slim, and beautiful in the past, while all men were young, tall, and athletic.”
Nou kom ik weleens in musea, en ik kan me dit eigenlijk niet herinneren. Het enige Nederlandse voorbeeld dat me te binnen schiet is een animatie in Heerlen, waar een paar jaar geleden twee mensen worden opgevoerd die naar het Romeinse badhuis komen: de eerste een stoere soldaat, de tweede een jonge vrouw die graag mooi wil zijn. Dat is inderdaad rolpatroonbevestigend, maar het is bij mijn weten de uitzondering. Kortom, Gender Stereotypes in Archaeology begint met het omverschieten van een stropop.
Vooroordelen
Het wordt al snel interessant. Eigenlijk is elke hoofdstuktitel een juweeltje: als je de titel leest, weet je al hoe belachelijk het vooroordeel eigenlijk is. “Only men were violent in past societies.” Antieke afbeeldingen geven die indruk, maar iedereen kan tegenvoorbeelden bedenken. In Romeinse legerkampen zijn voldoende typische vrouwenvoorwerpen gevonden om te concluderen dat er vrouwen in het kamp waren – een melkkolf in Oudenburg – en die vrouwen kunnen gevechtstaken hebben gehad. Het bewijs voor vrouwelijke krijgers bij de Skythen is erg sterk, de mythe van de amazones gaat minimaal ten dele terug op vrouwelijke krijgers in de Bambouk, binnenkort blog ik over Kahina en u heeft allemaal weleens van Boudica gehoord.
Er wordt korte metten gemaakt met het vooroordeel dat prehistorische afbeeldingen van vrouwen moedergodinnen zijn; het idee dat gezinnen bestonden uit één vader en één moeder en kinderen, verdwijnt richting schroothoop; en de lezer van dit blogje weet dat het onzin is dat “binary sex” de enige natuurlijke vorm zou zijn. Het is allemaal heel goed uitgelegd. Tegen het einde komen de meer politieke vooroordelen aan bod: dat gender-studies ideologisch gedreven zouden zijn, of dat er inmiddels zó veel bewustzijn is van de problematiek, dat er niet langer speciaal op gewezen hoeft te worden.
Carrière en grensoverschrijdend gedrag
Aan het einde van Gender Stereotypes in Archaeology waren twee hoofdstukjes waarbij ik me ongemakkelijk voelde. Het voorlaatste vooroordeel is dat vrouwen in de archeologie gelijke carrièrekansen zouden hebben als mannen. Dit is geen speciaal archeologisch probleem, dit is een algemeen probleem en hoort eigenlijk niet in dit boekje. Tot slot is er aandacht voor het vooroordeel dat archeologie vrij zou zijn van grensoverschrijdend gedrag. Ik denk niet dat ook maar iemand deze geruststellende gedachte heeft.
Ik voelde mezelf betrapt in het hoofdstukje over het vooroordeel dat antieke samenlevingen óf matriarchaal óf patriarchaal waren. Ik neem over het algemeen aan dat samenlevingen patriarchaal zijn, attendeer er regelmatig op dat het bewijs voor matriarchale samenlevingen zwak is, maar ik leerde nu dat die dichotomie niet bestaat. Ik kan beter zeggen of schrijven dat de meeste samenlevingen “grotendeels patriarchaal” zijn. Als iedereen op één punt iets afleert, is Gender Stereotypes in Archaeology een nuttig boekje.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]
#Boudica #gender #HDFKitto #Kahina #moedergodin #omkeringsfeest