Anton Raphael Mengs - Amor, Einen Pfeil Schleifend, c.1900-05 - Neelmeyer AK
Toerist in Madrid (2)
De krant van vandaagWe stonden in de lift van het hotel, naar beneden, naar het ontbijt. Halverwege stopten we; twee mensen stapten in; en het gesprek ging meteen over het treinongeluk dat gisteravond heeft plaatsgevonden in de buurt van Córdoba. Uiteraard konden de vier toeristen in de lift niet méér zeggen dan dat het verschrikkelijk was, maar het zette de toon van de dag. De vlaggen hingen overal in Madrid halfstok, de kranten openden ermee, je hoorde mensen erover spreken.
Almudena
Wij zelf – ik herneem mijn narcistische winterfeuilleton – waren vooral lang aan het wandelen. Van ons hotel bij het Atocha-station naar de Puerta de Toledo en daarvandaan naar de Almudena-kathedraal. Dat is de oudste christelijke gebedsplaats, maar het is bepaald niet het mooiste gebouw van Madrid. Sterker nog, het representeert een katholicisme waar ik me heel erg ongemakkelijk bij voel. Vóór de kerk staat het beeld van een paus waarvan ik me de naam niet wens te herinneren, de deur is voorzien van een reliëf waarop de koning staat afgebeeld (zoals bekend is het woord van God opvallend vaak dat van de powers that be), binnen is een kapel gewijd aan Josemaria Escrivá en in de crypte is het graf van de dochter van Francisco Franco. Er was ook een beeld van Christus als dakloze, waar de bezoekers aan voorbij liepen.
Christus als daklozeEven verderop is overigens een flinks stuk te zien van de Arabische stadsmuur. Het parkje was afgesloten maar ook daarbuiten waren bordjes met uitleg over het ontstaan van Majrit, wat zoiets betekent als “plek waar water is te vinden”. Dat Madrid en water iets met elkaar van doen hebben, blijkt ook wel uit het feit dat in het Retiropark een mooie noria staat: een door een trekdier aangedreven rad waarmee water wordt opgepompt.
Prado
We zijn vandaag ook in het Prado geweest, wat overigens is afgeleid van het Latijnse pratum, “weide”. In het Arabisch is het bardo, en zo hebben de gelijknamige musea in Tunis en Algiers met het Madrileense musea ook de naam gemeen. Het Spaanse museum heeft een fenomenale collectie oude meesters, en een beetje sculptuur. Ik was al eens eerder op zoek geweest naar de buste van de Griekse auteur Xenofon, maar had toen de pech dat de afdeling gesloten was. Dit keer was de afdeling open, maar er geldt een absoluut verbod op fotografie, dus ik kan u het portret niet tonen. Jammer, want het is een vrijwel uniek stuk. Er is wel een fantasieportret uit Afrodisias, maar het portret in Madrid is denkelijk wel accuraat.
De beeldhouwer lijkt te zijn vergeten dat Cervantes maar één arm hadDat absolute fotoverbod is overigens voor één keer begrijpelijk. Door toeristen gemaakte foto’s zijn natuurlijk de beste manier om de culturele missie van een museum extra bereik te geven, maar in het Prado is voor fotografie eigenlijk net iets te weinig ruimte (of te veel bezoekers). Los daarvan wil je niet hebben dat mensen selfies staan te maken of TikTokdansjes doen voor pakweg de Tuin der Lusten. (Overigens zagen we wat Tiktokdansers voor de Almudena-kathedraal, en het moet gezegd dat de vijf ballerina’s het goed ingestudeerd hadden.) Het Prado biedt voor weinig geld wel een fantastische catalogus aan, waarvan we er meteen maar twee hebben meegenomen.
Wie in een schilderijenmuseum meer dan drie doeken bekijkt, beledigt natuurlijk de schilderkunst, maar we hebben het toch maar een wandeling gemaakt langs Fra Angelico, Rogier van der Weyden, Hans Memling, Albrecht Dürer, Jeroen Bosch (die hier El Bosco heet) en Diego Velázquez. Van Francisco Goya had ik bij mijn vorige bezoek drie doeken bekeken, en daar hebben we weinig aandacht aan besteed; aan El Greco des te meer. Er waren ook schilderijen van Rafaël, Rubens en Rembrandt, en nog een hele batterij kunstenaars wier naam niet met een R begint, maar de selectie die we konden bekijken, was al veel te veel.
Zonsondergang bij de tempel van DebodEr was een expositie over Anton Raphael Mengs. Dat vind ik geen mooie schilder, maar wel een heel interessante. Toen ik onlangs een lang weekend doorbracht in Dresden, ben ik hem toch wel gaan waarderen. Eigenlijk had ik die expositie best willen bezoeken, maar na de selectie uit het aanbod waren we te moe om nog meer op te nemen.
Morgen: Toledo.
#AlmudenaKathedraal #AntonRaphaëlMengs #ElGreco #FranciscoFranco #JosemariaEscrivá #katholicisme #Madrid #Prado #XenofonVerwoest Dresden
Schlachthof 5, DresdenZoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.
Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.
Als we het hebben over de verwoesting van Dresden, gaat het echter meestal over een latere verwoesting: de vier geallieerde bombardementen op 13, 14 en 15 februari 1945. Er is veel geschreven over de vraag of het een oorlogsmisdrijf was. De nazi’s hebben het vanzelfsprekend zo gepresenteerd, door eraan te herinneren dat Dresden een cultuurstad was, door een dodental van zes cijfers te presenteren en door te claimen dat Dresden geen militair doel was. Het cijfer klopt niet, en over het militaire belang valt een boom op te zetten, zoals er ook een boom valt op te zetten over de vraag waarom niet meer bommen zijn gevallen op de industriewijken en zo veel in het aloude centrum.
Schlachthof 5, DresdenMomenteel, nu Duitsland één is geworden, wordt de stad steen voor steen herbouwd – ongeveer zoals het verenigde Duitsland van 1870 ook allerlei bouwprojecten ondernam (zoals de Dom van Keulen). Doorgaans is het heel mooi gedaan, alleen de Frauenkirche stond me tegen. De ruïne die in de DDR-tijd als waarschuwing tegen oorlog was blijven staan, was overigens wel het decor van de beroemde toespraak van Helmut Kohl (“Mein Ziel bleibt die Einheit unser Nation”).
Met al prachtige nieuwe oude monumenten, en met een recent verleden dat niemand onberoerd laat, zou je dat bombardement haast vergeten. Er zijn monumenten, maar die zijn op de begraafplaatsen aan de rand van de stad, en in het Stadtmuseum zijn de verschrikkingen gedocumenteerd in een zijzaal – niet om ze te verbergen maar omdat de foto’s te gruwelijk zijn. Maar er zijn nog herinneringen. In het westen van de stad, niet ver van de industriehaven en het Messegelände, staat nog steeds het vijfde slachthuis van de stad, dat zijn naam gaf aan de roman Slaughterhouse-Five. Auteur Kurt Vonnegut, als soldaat van de onfortuinlijke 106e Divisie krijgsgevangen genomen tijdens het Ardennenoffensief, overleefde hier het bombardement.
Schlachthof 5, DresdenHet is even fietsen om er te komen, en het bedrijfsterrein is eigenlijk niet open voor het publiek, maar de bewaker leek niet verbaasd om mijn verzoek of ik even verder mocht lopen. Het bordje Schlachthof 5 was als enige opschrift in het Engels vertaald. Dus hierbij drie foto’s. Niks bijzonders verder, maar het was goed er even te wezen kijken.
#AntonRaphaëlMengs #Dresden #Duitsland #FrederikII #HelmutKohl #KurtVonnegut #Saksen #SlaughterhouseFive #TweedeWereldoorlog #ZevenjarigeOorlog