Wat is archeologie? (1) Onbegrip
“You call this archaeology?”Twee weken geleden was het opnieuw raak. Op een besloten bijeenkomst klapte Wesley De Visscher, de kabinetschef van de Belgische minister van Financiën, uit de school over de wijze waarop het federale kabinet werkelijk denkt. Hij legde uit dat onderzoeksgelden ook naar echt onderzoek moesten gaan.
Wat was daar de consensus rond de tafel? Dat er zeker … steun is voor universiteiten, akkoord. Maar moet dat ook voor een geschiedkundige of een kunstwetenschapper of een archeoloog?
Zoals we alweer en duidelijk zien: op het hoogste niveau, waar bestuurders zitten met goede ambtelijke ondersteuning, heeft men geen idee van het belang van de oudheidkundige disciplines.
Dat is alleen maar logisch. De betrokkenen komen zelden in het nieuws met wat ze nou eigenlijk doen. Deze trivialiteit is een mooi voorbeeld van aandacht trekken zonder duidelijk te maken waartoe de aandacht wordt getrokken. Of neem, iets langer geleden, de premature publiciteit voor een muntschat uit Bunnik: we lazen in de krant over de ontdekking en over “nader onderzoek”, maar het is plausibel dat we nooit zullen lezen wat in het eindrapport staat. Zo gaat het immers vaker: archeologen stappen vaak naar de pers als ze iets leuks hebben gevonden en de ontdekkingsvreugde kunnen delen, en stappen een stuk minder vaak naar de pers met eindconclusies. Er zijn gelukkig wat uitzonderingen, maar bijvoorbeeld alle publiciteit over Pompeii, Israël en Griekenland valt in de categorie ontdekkingsvreugde. En dat is toch wel een beetje alsof je van Portugal-Spanje niet het wedstrijdverslag leest maar alleen een voorbeschouwing.
Het imago van de archeologie
Nu is het maar al te menselijk anderen in je ontdekkingsvreugde te laten delen. Ik herinner me het plezier toen ik tijdens een opgraving in Griekenland een bijzonder muntje uit het zand haalde. En op deze blog doe ik weinig anders dan schrijven over leuke dingen die ik nou weer heb ontdekt.
Er is echter een schaduwzijde: wie wél de aandacht vraagt voor zijn vondsten, maar het eigenlijke wetenschappelijke proces zelden uitlegt, werkt in de hand dat het publiek weinig kennis heeft van archeologie. Verouderde noties – het Romeinse Rijk ging ten onder door migranten, om eens iets te noemen – blijven daarom almaar terugkeren. Wie zich moet baseren op wat in het nieuws komt, zal vroeg of laat concluderen dat archeologen alleszins plezierig werk hebben en toffe ontdekkingen doen, waardoor ze steeds opnieuw claimen dat de geschiedenisboeken moeten worden herschreven, maar dat dat eigenlijk nooit gebeurt en er feitelijk nooit nieuwe inzichten zijn. Je blijft immers maar lezen dat het Romeinse Rijk ten onder ging door migranten. Archeologen zijn enthousiaste hobbyisten, lijkt het, niet méér. Als een bewindspersoon dan zorgvuldig wil omgaan met de gemeenschapsmiddelen, zal die de vraag stellen wat hij heeft aan die opgegraven potten en pannen.
Wat ik maar zeggen wil: de archeologie heeft een imagoprobleem: enerzijds biedt ze avontuur (Indiana Jones!) en ontdekkingsvreugde, anderzijds komt het wetenschappelijk belang niet voldoende over het voetlicht. Dus laat ik dat eens uitleggen, het is immers maandag. Wat is archeologie als wetenschap en wat is daarvoor de rechtvaardigingsgrond? Ik stel dat vooral het voorstadium van het wetenschappelijk proces de media haalt en dat daardoor de rechtvaardiging onduidelijk is. Ik zal tevens museale antwoorden behandelen en uiteindelijk concluderen dat de archeologie, zoals ze er nu voorstaat, anders moet. Maar eerst: hoe komen archeologen tot kennis?
#IndianaJones #WesleyDeVisscher #zelftrivialisering