Het theater van Marcellus

Het theater van Marcellus in Rome

Het is tegenwoordig wat moeilijk voorstelbaar, maar het deel van Rome dat nu het meest geldt als het historische centrum, het deel in de grote Tiber-boog, lag in de Oudheid buiten de stadsmuur. Het heette Campus Martius, “Marsveld”, en werd pas in de late derde eeuw na Chr. bij de stad getrokken. Toen was het volgebouwd met allerlei monumenten, waarvan de tempels van de Largo Argentina, het Mausoleum van Augustus en het Pantheon het opvallendste zijn. Omdat Pompeius hier een theater had gebouwd, wilde Julius Caesar dat ook doen, en uiteraard moest dat groter en luxueuzer zijn.

Het theater van Marcelles

Na Caesars dood bleef het werk liggen, maar toen Augustus eenmaal aan de macht was gekomen, werd de constructie hervat. Uit een inscriptie weten we dat het gebouw al was voltooid in 17 v.Chr., toen Augustus er een feest organiseerde. Niettemin werd het pas in 13 officieel ingewijd en genoemd naar Marcus Claudius Marcellus, de tien jaar eerder gestorven neef en schoonzoon van de keizer. De keizerbiograaf Suetonius vermeldt de schouwburg:

Augustus bouwde verschillende werken onder andermans naam, bijvoorbeeld die van zijn kleinzoons, echtgenote of zuster: de Porticus en de Basilica van Gaius en Lucius, de Porticus van Livia, die van Octavia en het Theater van Marcellus.noot Suetonius, Augustus 29.6-7; vert. Den Hengst.

De huidige ruïne is zo’n twintig meter hoog, maar destijds was het theater bekroond met een houten bovenbouw. De doorsnede van het halfronde bouwwerk is bijna honderddertig meter. Vijftienduizend toneelliefhebbers konden er een zitplaats vinden, en in het schellinkje waren nog eens vijfduizend staanplaatsen.

Romeins toneel

De toneelstukken waren óf plechtige tragedies óf grove kluchten die draaiden om seks en geweld. Als in zo’n stuk iemand werd verkracht, gemarteld of gedood, was dat bloedige ernst, waarbij de acteur of actrice op het moment suprême werd vervangen door een veroordeelde. In De dood van Hercules werd dus iemand levend verbrand en in Laureolus verscheurde een uitgehongerde beer een gekruisigde, zodat het publiek aan het einde van de voorstelling keek naar een van bloed druipende massa mensenvlees aan een kruis.

De pantomime was vriendelijker. Een beschrijving vinden we in De gouden ezel, de lange prozatekst van Apuleius waarover ik al eens blogde. Hij vertelt over een mythologisch tableau vivant, en wel het oordeel van Paris, die een gouden appel moest toewijzen aan één van drie godinnen:

Jongens en meisjes, in de bloei van hun jeugd, schoon om te zien, sierlijk gekleed, traden aan met bevallige pas om een Griekse wapendans uit te voeren. Ordelijk opgesteld vormden zij allerlei bekoorlijke figuren: nu eens stelden zij zich op in een zuivere cirkel, dan weer sloten zij zich aaneen tot een lange rij, splitsten zich in twee groepen. Maar zodra een laatste geschal van de trompet een einde had gemaakt aan de beurtelingse beweging en ingewikkelde wendingen, werd het scherm opgetrokken, de gordijnen opgerold en verscheen het decor.

Het was een berg van hout, naar het voorbeeld van de beroemde berg … Ida, zeer kunstig gebouwd, beplant met groene bosjes en levende bomen. Bovenaan de top had de hand van de bouwmeester een bron doen ontspringen, waaruit een riviertje stroomde. Enkele geiten graasden er en evenals Paris, de Frygische herder, speelde een jongeling, fraai gekleed, met van de schouders neerhangende mantel, het hoofd met een gouden muts bedekt, de rol van schaapherder. … Dan verscheen een meisje met een edel gelaat, gelijkend op de godin Juno; een blinkend diadeem omsloot haar hoofd en zij droeg een scepter. Een ander kwam aangelopen, ongetwijfeld Minerva, het hoofd bedekt door een glanzende helm en op die helm een olijfkrans. Zij hief haar schild op en zwaaide haar lans, zoals zij is wanneer zij ten strijde gaat.

Daarna kwam een derde binnen …, die door de bekoring van haar goddelijke kleur zich deed kennen als Venus, Venus nog als maagd, volmaakte schoonheid tentoonspreidend door haar naakt en onbedekt lichaam, behalve dat een dunne zijden doek haar nog even zichtbare schaamte beschaduwde. Soms woei de nieuwsgierige wind liefderijk spelend die doek even ter zijde, zodat de bloei der jeugd zich openlijk vertoonde, dan weer blies hij dartelend hem terug, zodat deze vastgekleefd de bekoring van haar leden als met een schrijfstift aftekende. De kleur van de godin was verschillend voor het oog, het lichaam blinkend wit, omdat zij afdaalt uit de hemel, de mantel blauw, omdat zij opstijgt uit de zee.noot Apuleius, Gouden ezel 10.29.4-32.1; vert. Schwartz.

Recital

Het Marcellustheater was ook de plaats waar de muzikale keizer Nero in 59 na Chr. voor het eerst in het openbaar optrad. De Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio beschouwde acteurs en muzikanten als mensen van bedenkelijk allooi en vond het gênant als een lid van het vorstenhuis een muziekuitvoering gaf. Het pijnlijkst was volgens hem dat ook mensen die wél wisten hoe het hoorde onder dwang stukjes moesten opvoeren:

Daarna bedacht Nero een nieuw soort feest: het heette Juvenalia (of Feest van de Jeugd) en werd gehouden ter ere van zijn baard. Die had hij namelijk in die tijd voor het eerst laten afscheren. De haren plaatste hij in een kleine gouden bol en hij wijdde ze aan Jupiter Capitolinus. Voor dit feest moest iedereen, ook de leden uit patricische geslachten, iets bijzonders presteren. Zo deed bijvoorbeeld Aelia Catella, afkomstig uit een vooraanstaande, rijke familie, maar ook al op leeftijd (ze was al in de tachtig), mee aan de opvoering van een pantomime.

Anderen, die vanwege hun leeftijd of slechte gezondheid zelf niet meer konden optreden, deden mee in het koor. Ze oefenden allemaal zo goed en zo kwaad als dat ging en de meest vooraanstaande mannen en vrouwen, meisjes en jongens, bejaarden, bezochten speciaal voor dat doel opgerichte scholen. Als iemand voor geen enkele vorm van amusement geschikt was, werd hij in het koor gezet. Toen sommigen van hen uit schaamte maskers voordeden om niet herkend te worden, gaf Nero het bevel dat ze de maskers af moesten zetten, zogenaamd omdat het volk dat wou. Zo kon iedereen over wie ze kort daarvoor als magistraat nog gezag hadden uitgeoefend, zien wie het waren die optraden.

… Nu kwam een bij al deze voorvallen passend hoogtepunt: Nero zelf trad op in het theater en werd onder zijn eigen naam door Gallio aangekondigd. Daar stond nu die keizer op het toneel, in het tenue van een kitharode, en richtte de volgende woorden tot het publiek: “Mijne heren, leent mij welwillend uw oor!” Toen voerde deze “keizer” bij de kithara liederen uit, met een groot aantal soldaten naast zich. En alle mensen voor wie er plaats was zaten te luisteren. Nero had, zeggen tenminste onze bronnen, maar een zwakke en niet zo heldere stem zodat hij iedereen aan het lachen en huilen tegelijk maakte.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 62.19.1-20.2; vert. Gé de Vries.

De zojuist genoemde Gallio was overigens de broer van de filosoof Seneca. Hij is, zoals ik al eens vertelde, ook bekend uit de bijbel, want als gouverneur van Griekenland heeft hij de apostel Paulus nog eens gered uit een benarde situatie. Het is een intrigerend gegeven dat de apostel zich tijdens dit feest in Rome bevond en vernomen moet hebben dat zijn beschermer was gepromoveerd tot spreekstalmeester.

#Augustus #CampusMartius #CassiusDio #LuciusApuleius #LuciusJuniusGallioAnnaeanus #MarcusClaudiusMarcellus #Marsveld #Nero #Suetonius #theater #TheaterVanMarcellus

De Tiber - Mainzer Beobachter

De rivier Tiber was wispelturig. Overstromingen konden afschuwelijke gevolgen hebben.

Mainzer Beobachter