Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

…Terwijl zijn huisraad in
een wagen werd gepropt, stond hij nog eenmaal
onder de bogenrij bij de poort Capena,
een plek die altijd drupt. Iets verderop,
waar koning Numa ’s nachts zijn nimf ontmoette,
wordt nu het bos mét tempel en fontein
verpatst aan de joden, die daar met hun mand
en strozak scharrelen – want elke boomtak
dient uitgebuit voor volk en vaderland
en heel dit bos, sinds men de nimfen wegjoeg,
staat in de bedelstand.noot Juvenalis, Satire 3.10-16; vert. Marietje d’Hane-Scheltema.

De relatie tussen jodendom en christendom was vermoedelijk niet altijd even goed. althans niet toen de wegen uiteen waren gegaan, dus na de harde uitvoering van de Fiscus Judaicus door keizer Domitianus. De spanningen konden hoog oplopen, zoals blijkt uit het volgende incident, dat is beschreven door Hippolytus, die in 217 was afgezet als bisschop van Rome en vervangen door Callixtus (naar wie een christelijk catacombencomplex is vernoemd). Hippolytus deed een boekje open over het verleden van zijn opvolger: deze zou een slaaf zijn geweest van een christelijke hoveling, Karpoforos, voor wie hij een bank had beheerd. Callixtus had echter het geld van zowel zijn meester als zijn geloofsgenoten verduisterd, was ontdekt, gevlucht en gepakt. Karpoforos nam Callixtus weer in huis op en liet hem dienstdoen in een tredmolen.

Na verloop van tijd kwamen enige broeders naar Karpoforos toe en ze spoorden hem aan de wegloper van zijn straf te ontslaan. Ze beweerden dat hij toegaf het geld bij bepaalde mensen te hebben gedeponeerd.

Karpoforos, vroom als hij was, zei dat hij zich geen zorgen maakte over zijn eigen geld, maar wel over die deposito’s, want voortdurend beklaagden vele mensen zich bij hem, zeggend dat ze hun geld aan Callixtus hadden toevertrouwd omdat hij het ook deed. Hoe dan ook, hij liet zich overtuigen en liet hem van zijn straf ontslaan.

Callixtus, die niets had om terug te geven en niet nog een keer kon weglopen omdat hij werd bewaakt, verzon een listige manier om te sterven. Op een sabbat gaf hij voor naar zijn schuldeisers toe te gaan, maar in feite stormde hij de stampvolle synagoge van de joden binnen, stelde zich daar op en verstoorde de bijeenkomst. Verstoord scholden de joden hem uit, gaven hem een pak slaag en sleepten hem naar de stadsprefect Fuscianus.

Op zijn vraag wat er aan de hand was, antwoordden zij: “De Romeinen hebben ons toestemming gegeven de Wet van onze voorouders in het openbaar te bestuderen, maar deze kerel drong de synagoge binnen en door ons te verstoren verhinderde hij dat, en hij zei dat hij een christen was.”

Terwijl Fuscianus zich op de rechterzetel bevond en zich ergerde over de woorden van de joden, ging iemand Karpoforos vertellen wat er gaande was. Hij haastte zich naar de rechterzetel en riep: “Ik smeek u, edelachtbare, geloof hem niet! Hij is namelijk helemaal geen christen, maar hij zoekt een gelegenheid om te sterven, omdat hij veel geld van mij heeft verduisterd, zoals ik zal bewijzen.”

Omdat de joden dachten dat dit een smoes was en dat Karpoforos onder dit voorwendsel probeerde zijn slaaf vrij te krijgen, gingen ze nog erger te keer tegen de prefect. En onder hun invloed liet hij Callixtus geselen en stuurde hij hem naar de ertsmijnen in Sardinië.noot Hippolytus, Weerlegging van alle ketterijen 9.12.5-9; vert. Simone Mooij.

We zien hier hoe Callixtus probeerde de gespannen verhoudingen in de wijk aan de Via Appia uit te buiten. Dit keer greep de overheid in voordat de zaken uit de hand liepen, maar er moeten soortgelijke incidenten zijn geweest die wel escaleerden, zodat mensen gewond raakten of de begeerde marteldood vonden.

#Callixtus #DerdeSatire #Domitianus #FiscusJudaicus #HippolytusVanRome #Juvenalis #Rome #sabbat #ViaAppia

De Via Appia en wat dies meer zij - Mainzer Beobachter

De aanleg van wegen als de Via Appia, de monetarisering van de economie en het Latijn maakten Italië tot een eenheid.

Mainzer Beobachter