De Tempelreiniging
Tyrische sjekel (Nationaal Museum, Beiroet)Zoals u wellicht weet, heeft Jezus van Nazaret op zeker moment de geldwisselaars weggeranseld van het terrein rond de tempel in Jeruzalem. De gebeurtenis staat bekend als de Tempelreiniging. Hier is het verhaal volgens Marcus.
Jezus ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: “Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”
Toen de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was, zochten ze naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen.noot Marcus 11.15-18; NBV21.
Matteüs en Lukas vertellen ruwweg hetzelfde, de evangelist Johannes biedt andere informatie:
Op het tempelplein trof Jezus de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: “Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!”noot Johannes 2.14-16; NBV21.
Het belangrijkste verschil is dat Johannes weglaat wat bij Marcus de pointe is: dat dit voorval de reden was voor Jezus’ arrestatie, enkele dagen later. Johannes plaatst de anekdote helemaal vooraan in zijn evangelie, zo ver mogelijk van Jezus’ kruisdood af. Misschien is dat omdat Johannes het gênant vindt, misschien is dat omdat hij de nadruk wil leggen op de diepere, heilshistorische betekenis van de kruisdood en daarbij die menselijke oorzakelijkheid niet nodig heeft. Maar die menselijke oorzakelijkheid ontkent hij dus niet – hij verbergt haar slechts.
Een bankier (mozaïek uit Thabraca; Bardo-museum, Tunis)Wat deden die lui nou verkeerd?
Tot zover de twee teksten. Nu waarom ik dit blogje schrijf. Wat deden die geldwisselaars en duivenverkopers nou toch verkeerd? Dat is een simpele vraag, maar nu ik erover ben gaan nadenken, begrijp ik er niets meer van.
Ik heb er weleens op gewezen dat in een wereld waarin patronage een belangrijke rol speelt, de boeren het liefst rechtstreeks contact met hun bestuurders willen (in jargon: brokerless kingdom). In zo’n wereld wordt een tempel die geld vraagt voor een duif, en die betaling vraagt met speciale munten, eerder ervaren als een obstakel voor het contact met God dan als een plek om bij hem te zijn.
Het probleem met deze verklaring is natuurlijk dat de tekst feitelijk geen aanwijzing biedt. Ik redeneer hiermee vanuit een algemeen beeld van de toenmalige wereld. Dat kan juist zijn – dat denk ik ook eigenlijk wel – maar het blijft een hypothese, gebaseerd op enerzijds vergelijking met andere boerensamenlevingen en anderzijds een handvol passages die bewijzen dat mensen klaagden dat de duiven onbetaalbaar waren. Maar “te dure duiven” is niet wat Marcus en Johannes vermelden. Ze vermelden helemaal niets.
Andere verklaringen
Is het probleem misschien dat je op een heilige plek niet met zoiets vulgairs als munten, die metalen stukken gestold wantrouwen, bezig moet zijn? Het kan. Mensen kunnen niet én God én de Mammon dienen. Maar waarom horen we dan niets over soortgelijke scrupules uit andere tempels?
En nog een probleem: waarom moesten bezoekers hun munten wisselen tegen Tyrische sjekels? Het hele Romeinse Rijk waren tal van munten in omloop, maar een munt die was geslagen in de ene stad, woog evenveel als een munt in een andere stad. Een Tyrische sjekel correspondeerde ruwweg met vier drachmen of vier denariën. Er waren weliswaar marginale verschillen, maar ik heb niet de indruk dat die voldoende belangrijk waren. Los daarvan: als die verschilletjes werkelijk een probleem vormden, dan deden de geldwisselaars in Jeruzalem gewoon nuttig werk.
Misschien een afbeelding? Er stond een adelaar aan de ene zijde, een dier dat we ook wel afgebeeld zien in synagogen, en het portret van de vorst sierde de andere zijde van de Tyrische sjekel. Ik heb weleens gelezen dat zo’n portret een schending was van het beeldverbod uit de Tien Geboden, maar als de tempelautoriteiten betaling met Tyrische sjekels eisten, was dat blijkbaar geen probleem.
Kortom, ik snap eigenlijk steeds minder van dit verhaal. Leuk.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
#adelaar #brokerlessKingdom #duif #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanMarcus #Mammon #NieuweTestament #patronage #tempel #Tempelreiniging
