Ferdie Westen beoefent de kunst van het niet weten

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van onze auteurs. In de eerste weken van 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Dick Verstegen uit augustus 2012.

Ferdie Westen beoefent de kunst van het niet weten. En wie wil weten wat dat is spoedde zich naar de protestantse kerk in Groesbeek (Kerkstraat 18). Hij heeft daar een expositie waar je elke zondag tussen 14.30 en 16.30 uur kunt zien waar niet weten bij hem toe leidt.

Blijkbaar doet hij met dit uitgangspunt inspiratie op uit een onuitputtelijke bron, zich overgevend aan de beweging van het leven zelf, bewogen door de heiligheid van al wat is.  ‘Als mens’, zegt hij, ‘zie ik maar een klein stukje van een gekleurde werkelijkheid en wat ik niet weet is overweldigend. In mijn werk zoek ik niet belaste beelden voor het sacrale, het grotere, dan ik.’

In zijn prachtige atelier, verscholen in het groen langs het Pieterpad, werkt hij. In dat werk wil hij zich openen voor het voortdurend voortgaande creatieve proces, waarvan wij stuk voor stuk zelf deel uitmaken. Zonder evenwel verstrikt te raken in een eigen agenda. ‘Schilderen’, aldus Ferdie, ‘wordt dan een meditatie waarin het schilderij zelf toont wat de volgende stap kan zijn. Het ontvouwt zich in het kijken naar al wat is. Kijken vanuit verstilling, laat beeld ontstaan dat zich losweekt van concepten.’

De kunstwerken van Ferdie kenmerken zich niet zelden door een min of meer verborgen symmetrie. Daarmee ontstaat geen voorspelbaarheid, laat staan saaiheid. Want juist de imperfectie van die symmetrie levert een onverwachtheid op die het niet-weten-gehalte van zijn werk enorm versterkt.

Zijn schilderijen worden er spannend door en laten de toeschouwer raken aan de onscheidbare verbondenheid tussen het gewone en het mysterie. Zoals de antieke (700-790) zenmeester Sekito Kisen aan het slot van zijn Sandokai (Identiteit van veelheid en eenheid) zegt:

‘Elk van de tienduizend dingen heeft van nature zijn eigen waardevolle functie, en functioneert op natuurlijke wijze met betrekking tot alle andere dingen. Het alledaagse bestaan hoort bij wat onpeilbaar is, zoals een deksel past op een pan. Het ondoorgrondelijke harmonieert met het alledaagse, zoals twee evenwijdige pijlen samen komen aan de einder.’

Deze woorden wijzen naar de Grote Werkelijkheid. Oordeel niet. Als je de Weg niet ziet, zie je die ook niet als je hem gaat. Als je de Weg gaat, is hij noch nabij, noch veraf. Als je de Weg uit het oog verliest, zie je meteen bergen en rivieren die in de weg staan. Vol respect zeg ik tot hen die verlicht willen worden: of het nu overdag is of ’s nachts, verspil geen tijd !

Ik wil niet beweren dat Ferdie Westen zo vreselijk uit is op verlichting, maar zeker is voor mij dat hij geen tijd verspilt en zich laat leiden door zijn gevoel voor de Grote Werkelijkheid. Het prachtige, sobere en ingetogen kerkinterieur van de PKN kerk in Groesbeek helpt om dat te ervaren. Het deed me sterk denken aan de kathedraal van Royan, waar ik eens een andere column over schreef. Ook deze kleine bescheiden Groesbeekse kerk sleurt je in de heiligheid van elk moment. Ga er heen. Op 26 augustus en 2 en 9 september kan het nog. Daarna is de tentoonstelling afgelopen.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#dickVerstegen #FerdieWesten #oordelen #printbatch2
#dickVerstegen #FerdieWesten #oordelen #printbatch2

Ferdie Westen beoefent de kunst van het niet weten - Boeddhistisch Dagblad

Blijkbaar doet hij met dit uitgangspunt inspiratie op uit een onuitputtelijke bron, zich overgevend aan de beweging van het leven zelf, bewogen door de heiligheid van al wat is.  ‘Als mens’, zegt hij, ‘zie ik maar een klein stukje van een gekleurde werkelijkheid en wat ik niet weet is overweldigend. In mijn werk zoek ik niet belaste beelden voor het sacrale, het grotere, dan ik.’

Boeddhistisch Dagblad

Dick – Mijn vader

Zo tegen het eind van het jaar 2024 herplaatsen we tekst en beeld van medewerkers van het BD. Hieronder een tekst van Dick Verstegen. Dick en ik werkten op een gegeven moment bij dezelfde dagbladengroep en hij maakte mij attent op de boeddhistische uitgeverij Asoka van Gerolf T’ Hooft, toen in Rotterdam gevestigd. Ik ben daar toen voor gaan schrijven. Joop Hoek.

Als ik dat opschrijf, ‘mijn vader’, komt er een gevoel in mij op dat ik moeilijk kan omschrijven. Hij is nooit ‘van mij’ geweest. Nooit echt. Dat dit ook helemaal niet mogelijk is, wist ik destijds niet. Het was een verlangen waarvan ik dacht dat het te vervullen was als ik aan zijn wensen beantwoordde.  Wat die wensen waren wist ik ook al niet. Maar er bestond op dat punt bij mij zo’n groot onuitgesproken vermoeden dat mijn leven er, aanvankelijk en vrij lang, naar ging staan. Als ik burgemeester zou worden of hoofdredacteur, dan zou mijn vader een beetje van mij worden. Het invullen van dat Grote Vermoeden deed ik helemaal zelf. De goede man zat in die periode zelf te struggelen met wat hij allemaal wel en niet voelde, wilde, wist.  Hij stierf in 1993. Ik was wel hoofdredacteur geworden, maar hij nooit ‘van mij’.

Hij liet o.m. een paar honderd door hem zelf gemaakte schilderijen na want hij was een verwoed kunstschilder en ik begon met het catalogiseren van zijn oeuvre. Ja, dat was wat ik te doen had; hij kon nog postuum ‘van mij’ worden als ik hem liet voortleven als kunstenaar. Maar zijn oeuvre was omvangrijk en bevond zich 200 kilometer  verder weg. Ik ben er niet ver mee gekomen. Toen zijn tweede vrouw overleed, stonden daar opeens die 213 schilderijen in de kelder van het flatgebouw dat binnen een paar weken leeg moest. Na een eerste selectie nam mijn oudste broer er 141 mee naar zijn huis. Toen ik ze bij hem ging ophalen, besloten we er nog een stuk of veertig weg te doen. Vervolgens gingen er nog twintig à dertig naar Het Goed in Nijmegen, waar ik inmiddels woonde. Ze gingen daar voor een euro of vijf per stuk van de hand.

Maar er bleven ongeveer zeventig doeken en panelen over en die kwamen in de schuur naast mijn nieuwe zendo terecht. Ze stonden daar maar. Mijn nieuwe leven kende drie fasen van loslaten en opruimen. Ik zit nu midden in de laatste. En opeens wist ik het: ik ga de schilderijen van mijn vader naar de veiling brengen. Maar vindt maar eens een veiling die ze hebben wil. Nu is het zover.  Op 9 maart gaan ze onder de digitale hamer bij een klein veilinghuis in Slijk Ewijk.

Het loslaten (afschudden?) van deze beelden die ik hem mijn hele leven heb zien maken, brengt mij dichter bij hem. Ik weet het, dit staat haaks op: voldoen aan ‘zijn verwachtingen’ of het idee hem te laten voortleven in een oeuvrebeschrijving. Maar zo werkt het nu in mij.  Opeens weet ik zo zeker als een gevallen kwartje dat hij meer ‘mijn vader’ wordt, naarmate ik alle beelden van en over hem loslaat. Met deze schilderwerken laat ik eindelijk ook het schilderwerk gaan dat ik van hem gemaakt heb. Er komt ruimte om hem opnieuw te zien. Zoals hij was, niet zoals ik dacht dat hij was. Ik kan hem er laten zijn zoals hij was, hoewel ik me daar niet veel van herinner, maar  wellicht brengt de ruimte hierin van lieverlee meer ‘tekening’.

Op verzoek schreef ik een bio voor het veilinghuis. Maar alleen de drie eerste regels kan ik op de website vinden. Iets in mij wil hem nu toch nog even neerzetten, voordat het zijn beelden prijs geeft:

Korte bio J.M.P.J. Verstegen ‘D. Verstegen’ (7 februari 1904 – 24 maart 1993)

Dick of Diek Verstegen genoot bekendheid als hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en als gedreven amateur kunstschilder (Pieter Scheen deel 2 pag. 506). Hij was zijn hele ‘Haagse leven’ verbonden aan de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Na zijn pensionering in 1969 schilderde hij daar dagelijks onder de hoede van Huub Hierck en Kees Andrea. Hij maakte toen een zeer productieve periode door en gebruikte soms het anagram Sten Greve (Hzn). Hij maakte voornamelijk portretten en naakten in olieverf en soms landschappen, stillevens en stadsgezichten. Hij werkte in een vrije en schetsmatige stijl. Later ging hij ook etsen en bronzen plastieken maken. Veel van zijn werk is in particulier bezit. In 1965 nam hij deel aan een groepstentoonstelling in de Haagse Pulchri Studio (Haagse Salon). Nadien exposeerde hij in Galerie ’t Gangetje in Den Haag, De Galerij in Brunssum, Internationaal Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag en De Willemshof in Den Haag.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#dickVerstegen #gevoelens #schilderijen #vader #VNG
#dickVerstegen #gevoelens #schilderijen #vader #VNG