Aderlaten

Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.

De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:

  • mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
  • mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
  • zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
  • mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.

Deze wonderlijke vorm van psychologie leeft in zoverre voort dat we mensen nog steeds sanguïnistisch (bloedrijk), cholerisch (geelgallig), melancholiek (zwartgallig) en flegmatisch (slijmerig) kunnen noemen – hoewel de woorden inmiddels wel iets anders betekenen.

Medische behandelingen konden gericht zijn op de balans tussen de lichaamssappen. Zo gold purgeren, het kunstmatig opwekken van ontlasting om zo vocht aan het lichaam te onttrekken, als een manier om het lichaam van kwalijke sappen te reinigen en een evenwicht te herstellen. Ik zeg er even bij dat er geen bewijs is dat deze methode op een of andere manier effectief is, al ben ik natuurlijk geen arts. Desondanks zou ik toch de wonderolie maar laten wat ze is.

Een vergelijkbare techniek was het aderlaten, waarbij de arts de patiënt verwondde en liet bloeden. De doorbloeding kon worden bevorderd met zuignappen. Als ik me goed herinner, vertelt de encyclopedist Plinius de Oudere ergens dat artsen ook bloedzuigers voor medische doeleinden inzetten. Hoe purgeren en aderlaten wél iemands lichaamssappen in evenwicht brachten maar niet zijn temperament veranderden, is een van de raadselen der antieke geneeskunst.

De bovenstaande kommen, afkomstig uit Priëne en tegenwoordig te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, zijn bedoeld geweest om het bloed op te vangen; de vloeistof kon worden benut om geneesmiddelen te bereiden. Ze zijn van brons, maar we kennen ook exemplaren van been of edelmetaal. Sommige artsen zijn op grafstèles afgebeeld met nappen en zulke kommen, wat suggereert dat ze golden als symbolisch voor de beroepsgroep.

Nog in de negentiende eeuw namen artsen patiënten op deze wijze bloed af. Een triest voorbeeld is Lord Byron, die naar Griekenland ging om de Grieken te helpen in hun onafhankelijkheidsstrijd. Begin 1824 werd hij echter ziek en hij verzwakte door een aderlating alleen maar verder. Toen hij – eerder ondanks dan dankzij de ingreep – iets herstelde, werd hij echter verkouden, waarop de artsen hem opnieuw bloed afnamen, zodat hij verder verzwakte en bezweek.

[Dit was het 469e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#aderlating #geneeskunde #hippokratesVanKos #lichaamssappen #lordByron #pliniusDeOudere #priene #vierElementen