De luchtbrug naar Berlijn (2)

De instructies voor piloten, betrokken bij de Luchtbrug naar Berlijn

[Dit is het tweede blogje over de Berlijnse Luchtbrug. Het eerste blogje was hier.]

De blokkade van Berlijn, zoals gezegd rond 24 juni 1948 begonnen, trof vooral de arme bewoners hard. Dit was een fors deel van de bevolking, aangezien veel mannen nog in krijgsgevangenschap waren en lang niet elke vrouw kostwinner kon zijn. We moeten ons een stad voorstellen waarin vrouwen een voor die tijd heel grote rol in het openbare leven hadden, en daarnaast zorg hadden voor én hun kinderen én de armen: vluchtelingen, ouden van dagen, weduwen en wezen, mensen met oorlogswonden.

Hoewel er vrijwel onmiddellijk voedseluitdelingen kwamen, zat er voor arme West-Berlijners weinig anders op dan zich te registeren in het oosten. Dat je daarom in het westen met je nek werd aangekeken, namen de hongerenden maar op de koop toe. Erst kommt das Fressen dann die Moral. Zolang mensen met bonkaarten in de beter voorziene oostelijke winkels allerlei producten konden krijgen, was er feitelijk geen alternatief voor registratie.

De Luchtbrug

Op 25 juni besloten de Amerikanen en Britten tot Operation Vittles: een luchtbrug die de stad zou voorzien van alles wat nodig was. (De Fransen leverden wel levensmiddelen en brandstoffen, maar geen vliegtuigen, omdat ze die in Indo-China inzetten.) Anders dan je soms leest, was de Luchtbrug geen improvisatie. Er was een soort generale repetitie aan voorafgegaan. Sinds begin april 1948 controleerden de Sovjets namelijk de landwegen: eerst bij checkpoint Alpha (bij het betreden van de Sovjet-bezettingszone bij Helmstedt) en daarna bij checkpoint Bravo (bij het verlaten van de zone). De westelijke machten hadden als reactie al twee weken lang de stad via de lucht bevoorraad. Ze wisten dus dat een luchtbrug mogelijk was en kenden enkele kinderziektes. Toen het instellen van die Luchtbrug onvermijdelijk werd, wisten ze wat te doen. Om eenhoofdig commando te hebben, benoemden ze als hoogste verantwoordelijke William Tunner.

Het eerste vliegtuig landde op 26 juni. Aanvankelijk vloog men met Amerikaanse en Britse Douglas C47-vliegtuigen – ook wel aangeduid als Dakota’s – die per vlucht ruim drie ton naar luchthaven Tempelhof konden meenemen. Tunner zorgde ervoor dat men al snel kon overschakelen op C54’s, die tien ton konden meenemen. Begin 1949 begonnen ook C74s op Tempelhof te landen, met een capaciteit van vijfentwintig ton. Verder waren er twaalf Britse Short Sunderland-watervliegtuigen, die per vlucht tien ton goederen brachten naar de Havel. Ook passagiersvliegtuigen namen levensmiddelen en brandstoffen mee. De levering van kerosine en benzine was tevens in handen van Britse commerciële luchtvaartmaatschappijen.

Tempelhof

Wat Berlijn nodig had

De vliegtuigen brachten in de eerste plaats aggregaten om de stroomvoorziening weer op peil te brengen. Ook waren er materialen om een elektriciteitscentrale die al in aanbouw was, sneller te voltooien, maar dit gebeurde pas na het einde van de blokkade. Berlijn had dus maandenlang weinig stroom.

De meegebrachte etenswaren bestonden vooral uit meel en ander goed bewaarbaar voedsel. Aardappelen en groente konden de Berlijners zelf verbouwen in de tuinen, op balkons en op dakterrassen. Vlees was een luxe.

En natuurlijk hadden de West-Berlijners behoefte aan brandstof, zoals kolen en hout. Net als tijdens de Hongerwinter in Nederland werden overal bomen gekapt. Ook stookte men met een mengsel van teer, zaagsel en steenkoolpoeder. Het maken daarvan was gevaarlijk, want je liep grote kans op stoflongen, en het brandde eigenlijk ook niet echt fijn. Alleen de zachte winter van 1948/1949 voorkwam een humanitaire catastrofe.

[wordt vervolgd]

#Berlijn #BerlijnseLuchtbrug #BlokkadeVanBerlijn #Duitsland #GrootBrittannië #KoudeOorlog #OostDuitsland #SovjetUnie #Tempelhof #VerenigdeStaten #WestDuitsland #WilliamHTunner