Ecokritiek
Ecokritiek is de naam van een literatuurwetenschappelijke stroming die zich concentreert op de wijze waarop een tekst het fysisch milieu presenteert. “Kritiek” slaat hier niet op activisme, maar op kritisch lezen. Kritisch lezen dus waarbij je speciaal let op de wijze waarop de natuur aan de orde komt. Een simpel voorbeeld is de wildernis, die in oude teksten een plek is vol gevaren, terwijl die in de hedendaagse literatuur juist positief wordt getypeerd. Die verandering komt uiteraard voort uit een veranderende appreciatie van de natuur.
Business as usual
Ik vertelde al eens over twee korte lezingen die ik in Gent bijwoonde. Marco Formisano toonde toen hoe de dichter Claudianus in De schaking van Proserpina de schrik evoceerde van de waaghalzen die als eersten de zee bevoeren – en dus ingrepen in de natuur. Leila Williamson vertelde bij die gelegenheid dat Venantius Fortunatus in zijn gedicht over De rivier de Gers bevreemding bewerkstelligde: vissen die in de zomer op het droge kwamen te liggen en de oogst die bij hoog water was omspoeld door golven.
Het is interessant zo eens naar een tekst te kijken, maar niet echt een innovatie. Immers, we stellen aan antieke teksten noodzakelijkerwijs altijd eigentijdse vragen en deze permanente aanpassing van perspectief is business as usual. Dat wil niet zeggen dat de ecokritiek geen boeiende interpretaties kan opleveren. Een voorbeeld is het artikel “Heersen als beeld van god” van Matthijs de Jong in het oktobernummer van Met andere woorden, het vaktijdschrift van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. (De redactie noemt ecokritiek “groene exegese” maar lijkt hetzelfde te bedoelen.)
Scheppingsverhalen
De Jong biedt een interpretatie van het Scheppingsverhaal die in elk geval voor mij nieuw was. U weet wel: op zondag schiep God het licht, op maandag een hemels uitspansel, op dinsdag land en zee en groen, op woensdag de zon en maan en sterren, op donderdag vissen en vogels, op vrijdag de landdieren en de mensen. Met de opdracht dat de mens moet heersen over flora en fauna, eindigt Genesis 1. Het verhaal gaat nog even verder in Genesis 2: God schept de sabbat.
Wij concluderen al makkelijk dat de mens de kroon op de schepping is, met als opdracht over de schepping te heersen. De sabbat is dan een terloopse toevoeging.
Het is echter een beruchte onhebbelijkheid van antieke auteurs dat ze niet schreven voor ons. Om te beginnen bestond de scheiding tussen Genesis 1 en 2 niet. Tekens in oude manuscripten bewijzen dat men oorspronkelijk de eerste regels van wat wij Genesis 2 noemen, opvatte als eenheid met Genesis 1. Een tweede constatering is dat een antieke luisteraar na de schepping van de mens iets anders verwachtte. Hier is een Perzisch scheppingsverhaal:
Een grote god is Ahuramazda, die deze aarde schiep, die de hemel hierboven schiep, die de mens schiep, die het geluk voor de mensen schiep, die Xerxes koning maakte, één koning voor allen, één heerser voor velen. (XPh)
De koningsnaam kan een andere zijn maar het punt is duidelijk: een oosters scheppingsverhaal eindigt met de instelling van de koninklijke heerschappij. De Jong verwijst naar het Babylonische scheppingsepos Enuma Elisj, maar er zijn dus meer voorbeelden. Genesis doorbreekt die verwachting. Op de plek waar de koninklijke heerschappij had moeten staan, staat de sabbat.
Priesterlijke redactie
Dat roept de vraag op wat het betekent dat de sabbat de kroon is op de schepping. Om die te beantwoorden, moeten we ons verdiepen in een van de meest heikele vragen uit de oudheidkunde: het ontstaan van de Wet van Mozes. Het is evident dat de eerste vijf boeken van de Bijbel zijn samengesteld uit oudere teksten, maar het is totaal onduidelijk in welke volgorde die zijn ontstaan. Dat laat gelukkig onverlet dat er zogeheten “priesterlijk materiaal” valt aan te wijzen, dat stilistisch afwijkt van de rest van de Wet. Uit het Scheppingsverhaal, dat ook tot het priesterlijke materiaal behoort, kent u de kenmerkende herhalingen:
- “En God zag dat het goed was.”
- “God zei: ‘…’.”
- “Dat was de Nde dag,”
Thematisch is dit materiaal herkenbaar aan de belangstelling voor rituelen, heiligdommen en andere priesterlijke dingen.
Als we het Scheppingsverhaal willen duiden, vormt het priesterlijke materiaal de relevante context. Dat beschrijft hoe aan de sabbatsorde de hele natuur deelneemt. Teksten als Leviticus 25 beschrijven bijvoorbeeld dat het land in het zevende jaar mocht rusten. Zelfs aan wilde dieren is gedacht. Anders gezegd, ook de landbouw volgde een sabbatsritme. (Dit was geen vrome fictie. De Romeinen pasten hun belastingheffing aan het sabbatsjaar aan. Het bestond dus echt.)
Het zou te ver gaan de priesterlijke visie op de sabbatsorde in de schepping verder samen te vatten. U kunt De Jongs artikel hier lezen. De crux is dat de mens niet, zoals wij zouden denken, het hoogste wezen is in de schepping. De menselijke heerschappij is in feite de opdracht een heilige orde op te leggen aan flora en fauna. Deze heerschappij is niet die van een heerser die anderen onderwerpt, zoals we in de antieke wereld gewend zijn, maar die van een beheerder.
Relevantie
Een joodse of christelijke lezer die de Bijbel aanvaardt als normatieve tekst, kan met het priesterlijke materiaal een groene theologie ontwerpen. De taak van de mens is de natuur te beheren, niet beheersen. We zien hier een manier om de Oudheid relevantie toe te kennen.
Als historicus ga ik daar niet over. Ik wil eerst vaststellen wat er is gebeurd en wat de mensen hebben gedacht om vervolgens te verklaren waarom dat dan zo was. Hoewel het bloed vanzelfsprekend kruipt waar het niet gaan kan, hoef ik aan het verleden geen inspiratie te ontlenen en er evenmin een oordeel over te vellen. Voor de historicus is de constatering voldoende dat de samensteller van het priesterlijke materiaal de heiliging van het leven nastreefde en daarbij ook dacht aan dieren, planten en het land. Dat vind ik interessant want ik ken zo snel geen werkelijke parallel. (Misschien kwamen de Perzen in de buurt: die hadden een ideaal van een roi-jardinier naast hun gewelddadige koningschapsideologie. Of de koning-tuinman werkelijk een populair thema was, is echter onderwerp van debat.)
In elk geval toont het artikel van De Jong dat ecokritiek tot echt nieuwe inzichten kan leiden, die verder gaan dan de twee Gentse voorbeelden die ik noemde. Het zou leuk zijn als de andere oudheidkundige publiekstijdschriften – Hermeneus, Archeologie Magazine en Phoenix – de handschoen opnamen en ook een themanummer wijdden aan ecokritiek.
Literatuur
- M. de Jong, “Heersen als beeld van God: (g)een ramp voor de aarde. Een exegetische verkenning van Genesis 1:26-28” in: Met andere woorden 41/2 (oktober 2022) 22-42
- M. de Jong, “The Seventh Day in Genesis 2:2-3 and the Change from Kingship to Sabbath”, in: G. Macaskill e.a., Congress Volume Aberdeen 2019 (2022) 17-49.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.
Zelfde tijdvak
Archeologie, voor wie doen we dat ook alweer? (4)
oktober 3, 2017
Museum Dorestad heropend (1)
december 22, 2025
De technocratie ingerommeld
augustus 15, 2013 Deel dit: #Claudianus #ecokritiek #fauna #flora #Genesis #literatuurwetenschap #MatthijsDeJong #oogst #sabbat #Scheppingsmythe #Scheppingsverhaal #VenantiusFortunatus #zondag #zondagsrust

