Martin Buber en het vraagstuk van de kleinste sociale eenheid

Wat zijn de kleinste eenheden, die – aaneengeschakeld – de sociale fundering kunnen zijn van een nieuwe, vrije samenleving? Een essentiële vraag voor iedereen die in de strijd tegen het ongewenste in het heden vorm wil geven aan dragende elementen voor de toekomst.

Een paar opmerkingen vooraf:
Het is mijn overtuiging dat een werkelijk nieuwe en vrije samenleving alleen mogelijk is als deze op een religieuze grondslag staat. Religieus niet in de zin van de verschillende vormen van godsdienstigheid die na de Verlichting gaandeweg door grote delen van de bevolking zijn verlaten, maar opgevat als her-binden. Her-binden met elkaar, met de schepping en met God. En God in deze context opgevat als Alles Dat Is, dus inclusief wijzelf als onlosmakelijk deel van dit Al. Een nieuw en tegelijk ook oeroud besef. Daar begint alles mee. Het is de vloer in elk werkelijk revolutionair verhaal.

Over dit Godsbeeld schreef ik eerder een boekje (pdf) en een artikel over het grote belang van het werk van theoloog en wijsgeer Spinoza. Ook in een ander artikel, over het Freedom Convoy van de Canadese truckers, ga ik dieper op dit onderwerp in.

Een nieuwe (of vernieuwde) sociale structuur heeft een levensbeschouwelijke fundering nodig. Als het niet de grondslag is, waarnaar ik in mijn artikelen zoek en verwijs, dan zal het een andere moeten zijn. Zonder gaat niet. Zonder blijft alles in essentie bij het oude.

Tot zover mijn opmerkingen vooraf.

De vraag is nu hoe op een holistische of monistische religieuze grondslag het sociale gebouw van de nieuwe samenleving kan verrijzen. Wat worden de bouwstenen? Uit welke sociale elementen bestaat de nieuwe structuur? Welke organisatievormen van het maatschappelijke leven zullen hier ontstaan? Ik zal deze vragen op vier manieren aanvliegen:

1. Lessen uit de geschiedenis van de arbeidersbeweging
2. Een beeld van de opeenvolging van economische tijdperken
3. Een blik op de drie fasen van een revolutie
4. Een indruk van ‘de levende geest’ van het Canadese truckerskonvooi van 2022

Op weg naar Utopia

Hoe enorm belangrijk de vraag naar de sociale structuur is, drong pas in volle omvang tot me door tijdens het lezen van Martin Bubers boek ‘Paden in Utopia’. (*)

Buber (1878-1965) blikt hierin terug op een eeuw geschiedenis van de socialistische beweging. Vanaf het egin van de 19de eeuw, via de Commune van Parijs (1871) en de oktoberrevolutie in Rusland (1917) naar de periode vlak na de tweede wereldoorlog.

Het boek kwam uit in 1950. Een periode, waarin er in verschillende Europese landen revolutionaire ontwikkelingen waren. De Amerikaanse dominantie was toen nog niet zo stevig gevestigd als nu en de arbeiders- en verzetsbewegingen waren in verschillende landen, zoals Italië, Spanje en Frankrijk nog behoorlijk sterk. (**)

In de eeuw, die Buber overziet, is in Europa nergens het ‘Utopia’, dat deze verzetsbewegingen voor ogen stond, duurzaam van de grond gekomen. Buber zoekt de oorzaak daarvan in het gedachtegoed van de geestelijke leiders van deze bewegingen, uiteraard in de hoop zo vat te krijgen op een route die wel succesvol kan zijn.

Hij omschrijft het vraagstuk op pag 115 van zijn boek als volgt (cursief door mij aangebracht):
“De socialistische idee wijst noodzakelijk, ook bij Marx, ook bij Lenin, op de organische opbouw van een nieuwe maatschappij uit kleine, door gemeenschappelijk leven en gemeenschappelijk werk innerlijk verbonden sociale eenheden en de verbanden daarvan.”

Centraal geleid of spontaan?

Rode draad in zijn analyse is de verhouding centraal-decentraal. De vroege socialisten, zoals Fourier en Proudhon en anarchisten zoals Kropotkin en Bakoenin gingen uit van losse, spontane vormen van organisatie, met een grote nadruk op coöperaties. Vanuit deze organisatievormen komt echter niet ‘vanzelf’ een nieuwe samenleving tot stand vinden de latere partijgebonden socialisten, marxisten en communisten en Buber is het daarmee eens, want – en hoe fraai drukt hij dit uit – “Macht doet geen afstand, als geen tegenmacht daartoe dwingt.”(pag 120)

In de hoofdstukken over Marx en Lenin legt Buber bloot hoe in hun denken het zwaartepunt steeds bij centralisme (en daarmee bij de partij) komt te liggen, tegenover de lossere sociale samenhang van coöperaties en andere lokale organisaties. In de visie van Marx en Lenin zou de staat afsterven na de machtsverovering door de arbeidersklasse, maar dat is inde toenmalige Sovjet-Unie, en ook in China en andere socialistische landen, zoals bekend, niet het geval geweest.

Het is overigens beslist niet zo dat Marx en Lenin tegenstanders waren van de vele basisdemocratische organisatievormen van de arbeidersbeweging. Ze droegen de raden van arbeiders, arme boeren en soldaten en ook de coöperaties een warm hart toe. Lenin meer nog dan Marx, stelt Buber: “Daarmee wil dan (..) niet beweerd worden, dat Lenin eenvoudigweg centralist was. Hij was dat in zeker opzicht minder dan Marx en stond daarin dichter bij Engels (..). Maar in zijn gedachten en zijn wil domineerde, net als bij Marx en Engels, het motief van de revolutiepolitiek en dat onderdrukte het vitaal-sociale, het naar gedecentraliseerd gemeenschapsleven verlangende, dat zich slechts af en toe kon doen gelden.” (pag 117)
Ergens in deze balans ging het dus mis.

Historisch dilemma

Bubers boek beschrijft een historisch dilemma, waarvoor nog altijd geen uitweg gevonden lijkt te zijn. Laat je de ontwikkeling over aan de organische vormen (coöperaties, raden, netwerken, vakbonden) dan hebben deze, zoals uit tal van voorbeelden blijkt, geen goed antwoord wanneer de staatsmacht gewelddadig tegen hen optreedt.

Een centralistisch opgebouwd machtsapparaat van een partij met leden in leger en overheidsapparaat kan wel een antwoord hebben op de repressieve oude staatsmacht, maar weerspiegelt in zijn vormen en innerlijke natuur nog veel te veel van het oude. Of, in Bubers woorden: “Een zich veranderende maatschappij kan wel de organen voortbrengen, die zij nodig heeft om om zich door te zetten en te verdedigen en om hindernissen uit de weg te ruimen, maar veranderde machtsverhoudingen scheppen niet een nieuwe maatschappij, die in staat is het machtsprincipe te overwinnen.” (pag 96)

Bovendien: als min of meer gelijkwaardige machten lijnrecht tegenover elkaar komen te staan is er een groot risico dat dit tot burgeroorlog leidt. Het dilemma is dus hoe je met vermijding van zo’n humanitaire en morele ramp de overgang naar een fundamenteel andere maatschappelijke orde kunt maken. Naar mijn idee speelt bij het antwoord op die vraag datgene wat ik de religieuze fundering noem een sleutelrol. Verderop in dit artikel meer daarover.

Het is opmerkelijk dat Buber in zijn analyse van dit historiche dilemma de link met het spirituele niet legt. Buber is zelf een diep religieus mysticus. De door hem in het boek beschreven arbeidersbeweging is echter overwegend atheïstisch. De vraag welke rol dit atheïsme speelt in het niet bereiken van het Utopia ligt toch eigenlijk voor de hand, maar Buber stelt hem – althans in dit boek – niet.

Buber kon in 1950 nog niet schrijven over de ontwikkeling van het zelfbestuur in Joegoslavië en evenmin over de Chinese revolutie (1949). Voor de hierboven getrokken conclusie maakt dit niet uit. In Joegoslavië is geruime tijd wel een zeker evenwicht tussen centralisme en decentralisme ontstaan, maar evengoed op een atheïstische basis en zeer hevig bedreigd en ondermijnd door westers imperialisme enerzijds en sovjet dogmatisme anderzijds. En ook in China is de balans doorgeslagen naar centralisme.

Buber schrijft aan het einde van zijn boek wel hoopvol over de kibboets-beweging in Palestina. Inmiddels weten we dat ook deze beweging er niet in geslaagd is een vrije samenleving te scheppen voor alle bevolkingsgroepen in Palestina en dat ze de ontwikkeling richting de huidige catastrofe niet heeft kunnen voorkomen.

Vreedzame overgang?

Terug naar de rol van de religie. Is het mogelijk dat – als grote delen van de bevolking en dus ook grote groepen binnen het bestaande machtsapparaat – zich her-binden met elkaar, de schepping en God, dat dan een vreedzame overgang een grotere kans van slagen heeft? Ik denk van wel.

Dit kan alleen als (van beide kanten) vanuit een hoger besef ieder antagonisme wordt losgelaten. Inderdaad: hebt uw vijanden lief. Maar ook: weest niet naïef. Zelfverdediging is een fundamenteel mensenrecht. Maar beter nog: probeer situaties te scheppen waarin op dit recht geen beroep hoeft te worden gedaan. Er zijn mooie voorbeelden van geweldloze vormen van zelfverdediging. Denk aan de indrukwekkende orde-bewakende en beveiligende rol van veteranen tijdens de grote corona-demonstraties in ons land.

Macro trends

Er is anderhalve eeuw verstreken sinds de Commune van Parijs en Utopia lijkt nog even ver van ons verwijderd als toen. Blijkbaar gaat het om ontwikkelingen van hele lange adem.

Ik heb gemerkt dat het helpt om ver terug en ver vooruit te denken, omdat pas dan bepaalde grondpatronen duidelijk worden.

Wat nu volgt is schetsmatig; er zal nog van alles op aan te merken zijn. Niettemin biedt het een doorkijk en een ondersteuning van mijn stelling dat we zonder een nieuwe spirituele fundering geen nieuwe samenleving kunnen opbouwen.

Er zijn in de Europese geschiedenis elkaar opvolgende tijdperken die soms vele eeuwen omvatten met elk hun eigen, kenmerkende economische fundering, sociale structuur, geloofsbeleving en cultuur. De laatste vier van deze grote tijdperken zijn: feodalisme, kapitalisme, imperialisme en globalisme. Daarbij valt direct al op dat er in hun opeenvolging een versnelling in het tijdsverloop optreedt.

Het feodalisme met zijn grootgrondbezit, landbouw, ambacht, gilden, adel, koningen en keizers – en niet te vergeten – talloze, soms eindeloze oorlogen, beslaat grofweg de duizendjarige periode die we de Middeleeuwen noemen (500-1500). De kleinste maatschappij-dragende sociale eenheid was in deze periode de familie en dan vooral de drie (en soms vier) generaties omspannende familie in boerendorpen en buurtschappen op het platteland.

Het kapitalisme ontwikkelde zich daarna op basis van de ontwikkeling van (eerst) handel en (daarna) industrie en de imperialistische onderwerping van volkeren elders in de wereld (kolonisatie). We leven nog steeds in dit kapitalistische stelsel, maar in een vergevorderd stadium daarvan.

Parallel aan de ontwikkeling van handel en industrie, in de periode van grofweg 1500 tot 1800 ontwikkelde zich langzaam een nieuwe dragende sociale eenheid, namelijk het minder omvangrijke kerngezin. Dat werd de eenheid die, in de woorden van Marx, zorgde voor de reproductie van de industriële arbeidskracht. Het ontstaan van het kerngezin luidde de doodsklok voor de uitgebreide boerenfamilie. De kinderen trokken immers naar de steden en daarmee naar een geheel andere maatschappelijke en culturele omgeving. En ook de landbouw kreeg gaandeweg meer en meer een industrieel karakter.

Kapitalisme werd modern imperialisme toen krachtige mogendheden wereldrijken begonnen te bouwen en elkaar de hegemonie begonnen te betwisten. Dit leidde uiteindelijk tot de eerste en tweede wereldoorlog. De kleinste sociale eenheid was ook in die tijd nog steeds het gezin, al begon dit meer en meer te eroderen. Lang niet iedereen leefde nog in het verband van zo’n gezin. Deze periode loopt van ongeveer 1800 tot 1950.

En nu dan beleven we de periode, waarin één dominante imperialistische macht zijn wil probeert op te leggen aan de gehele wereld. Deze periode begon met de koude oorlog. Het kerngezin is in deze periode in de westerse wereld vergaand uitgehold en uiteen aan het vallen. De dragende sociale eenheid is meer en meer het individu. De samenleving is geatomiseerd en wordt bijeengehouden door een steeds machtiger en in alle levenssferen binnendringend staatsapparaat.

In deze periode van 1500 jaar worden de tijdvakken steeds korter: van 1000 jaar, via 300 jaar en 150 jaar naar…. je zou zeggen 75 jaar, wat inhoudt dat we precies in het heden belanden. 2025 zou dan het beginpunt markeren van iets geheel nieuws.

Een tweede aspect dat opvalt is de atomisering van de sociale structuur. Van het grote, kleurrijke (maar doorgaans ook arme) middeleeuwse boerenfamilie gaan we naar losstaande (maar welvarender) individuen die merendeels in stedelijke agglomeraties verblijven en daar soms alleen nog tijdens vakanties uit wegbreken.

Nog veel belangrijker verder is te zien hoe de geloofssystemen parallel aan deze ontwikkelingen veranderen: eerst het katholicisme als dominante godsdienst in de middeleeuwen, dan de reformatie tijdens het opkomende kapitalisme, vervolgens de deconfessionalisering (opkomend atheïsme en humanisme) ten tijde van het moderne imperialisme.

Het nieuwe tijdperk

Ik denk dat we op weg zijn naar een samenleving met een vrijwel volledig automatische productie (robots, kunstmatige intelligentie) waarbij alle rijkdom die dit oplevert in toenemende mate terecht komt bij oligarchen. Superrijken die de wereld naar hun beeld willen hervormen, met alle daaruit voortvloeiende rampen van dien.

Voor deze vergaand geautomatiseerde productie zijn uiteraard ook arbeidskrachten nodig, maar aanzienlijk minder en aanzienlijk hoger geschoold. Het vrijkomende potentieel zal naar verwachting deels ingezet worden in het repressieve apparaat dat de heerschappij van deze oligarchen moet beschermen. Voor een ander deel zal er, om het maar zo te zeggen, zeer slordig mee worden omgesprongen. Bevolkingsreductie is al lange tijd een uitgesproken doelstelling van de nieuwe klasse van mega-rijken. We praten hier over een eigentijdse vorm van fascisme of corporatisme. Het is tekenend dat onlangs bij de inauguratie van president Trump deze oligarchen en IT-magnaten demonstratief op de eerste rij zaten.

Een goede naam voor dit nieuwe stelsel zou ik zo gauw niet weten. Misschien komt de term hegemonisme in de buurt. Het draait om wereldheerschappij willen vestigen. De baas van alle bazen willen zijn (capo di tutti capi). De hele wereldsamenleving aan jouw wil willen onderwerpen. Het gevaarlijke aan de situatie is dat de middelen voor een dergelijke wereldwijde machtsgreep in toenemende mate beschikbaar komen (tot aan robotlegers aan toe).

Buber had 75 jaar geleden al een scherp inzicht in dit gevaar. Zo wijst hij in ‘Utopia’ op “een groter gevaar dan er vroeger ooit gedreigd heeft: het gevaar van een mateloos, onbeperkt planetair machtscentralisme dat alle vrije gemeenschap verslindt.” (bladzijde 160 en 161)

Maar wat in het oog springt is de – waarschijnlijk fatale – innerlijke tegenspraak van dit naar planetaire hegemonie strevende stelsel. Het zou op de verdere atomisering van de sociale structuur gebaseerd moeten worden, maar hoe moet dat? Hoe kun je een individu atomiseren? Misschien door hem of haar tot zombie te maken, dat wil zeggen een deel van de persoonlijkheid af te splitsen en dit te ontvoeren naar een volledig digitale wereld (dat is wat we in het openbaar vervoer iedere dag zien gebeuren). Maar het ‘gezonde’ deel van de persoonlijkheid is er ook nog en stelt eigen eisen aan het bestaan. Dat is de mens als deel van het AL, de broeder of zuster van degene die naast hem of haar staat en diens behoeften hegemoniseer je niet weg, ook niet met woke-surrogaten en chemische geluksbrengers.

Wat degenen die dit hegemonisme niet willen het allerbeste kunnen doen is allerlei vormen ontwikkelen waarin de mensen zich sociaal goed kunnen bewegen. Anti-atomiserende acties zijn dat. En zo kan de sociale structuur ontstaan die past bij een volautomatische productie, vrije energie en een kolossale sprong in welvaart voor allen.

Een tweede familie

Hier komen we terug bij Martin Buber. Wat kunnen in deze uiterst toegespitste maatschappelijke situatie de innerlijk verbonden sociale eenheden zijn? De digitale sociale netwerken zijn dat niet naar mijn idee. Dat zijn in dit opzicht net zo goed surrogaten. Een icoontje met een kusje is geen echte kus. Een beeldschermhartje is geen arm om je schouder. Bovendien zijn digitale netwerken om het zo maar uit te drukken allesbehalve bomproef. Ze bestaan bij de gratie van wankele factoren als elektriciteit, grillige directieven van de eigenaren en restrictieve wetgevingen. Het zijn labiele hulpmiddelen op zijn best.

Ik denk liever in de richting van een nieuw type families. Kleine groepen, waarvan de leden plechtig met elkaar hebben afgesproken lief en leed te delen (werk, inkomen, zorg, ervaringen, hoop en vrees). Dat kunnen woongroepen zijn, maar waarschijnlijker is dat dit clusters zijn van mensen die apart wonen. De samenleving blijft immers nog wel enige tijd geatomiseerd en de gebouwde ruimte is daar uitdrukking van. Maar zo’n ’tweede familie’ breekt wel door de atomisering heen (***). Het is iets nieuws. Een nieuwe vorm, passend bij een nieuwe situatie.

Ik zie ook een grote wolk van andere typen vrije associaties van vrije individuen voor me: themagroepen en comités, buurtgroepen, dorpsgroepen, straat- en gebouwgroepen, inkoopgroepen, muziekgroepen, enzovoort, enzovoort. Buber noemt dit heel mooi een gemeenschap van gemeenschappen. Veel daarvan is nu al aanwezig. Versterking van deze eenheden van zelforganisatie en zelfbestuur is van groot belang, omdat ze als het ware de proeftuin en leerschool zijn voor de nieuwe samenleving. Sterker nog: vanuit dit perspectief zijn 15-minutensteden en de ontvolking van het platteland geen onoverkomelijke bedreigingen meer. Ook in een 15-minutenstad en op een uitgedund platteland kunnen al deze nieuwe vormen van vrije associatie gedijen.

Als we de historische lijn doortrekken, dan zal de komende 35 jaar sprake zijn van een wereldhistorische woesteling van anti humaan hegemonisme met de talloze netwerken en eenheden van de menselijke samenleving. Wat me brengt op het derde deel van dit artikel: de drie fasen in een revolutie.

Drie fasen

In de eerste fase, het voorrevolutionaire, vormen de netwerken, eenheden en gemeenschappenen van de toekomstige samenleving zich. Nadruk ligt hier op de uitbreiding en versterking daarvan. En op verdediging tegen allerlei vormen van repressie.
Deze fase zal doorgaans langdurig zijn, maar het is ook mogelijk dat de daaropvolgende, revolutionaire fase zich volkomen onverwacht aandient en dus de actoren aan beide kanten van de worsteling overvalt. Dit gebeurde In Canada in februari 2022 tijdens de eerste week na aankomst van vele honderden truckers en hun aanhang in het centrum van de hoofdstad Ottawa. Verderop meer daarover.

In de tweede fase, die van de de mogelijkheid van een omwenteling, wankelt de heersende macht, omdat deze een voldoende sterke tegenmacht tegenover zich vindt. In deze fase ligt de nadruk op de verdediging van de tegenmacht tegen aanvallen van de heersende macht. De tegenmacht neemt in dit stadium delen van het bestuur van de samenleving over. Er ontstaat een situatie van twee kapiteins op het schip, ook wel dubbele macht genoemd. Daarbij zal uiteindelijk de doorslag geven wie de meeste steun krijgt vanuit de bevolking

In de derde fase slaat de weegschaal door naar de tegenmacht van de gemeenschap van gemeenschappen, wat blijkt uit de massale steun vanuit brede lagen van de bevolking, inclusief delen van het oude repressieve machtsapparaat. De zelfbesturende eenheden nemen nu het lokaal, provinciaal en landsbestuur over. In deze fase komt het aan op de versterking en verdediging van dit zelfbestuur, ook tegen mogelijke sabotage-acties en interventies die van buiten de landsgrenzen worden ondernomen.

In de periode na de omwenteling komt het erop aan het oude staatsapparaat grotendeels te ontmantelen ten gunste van het zelfbestuur van onderaf in de samenleving. Wat resteert is dan een sterk afgeslankt staatsapparaat, waarvan vervolgens ook nog veel functies elders zullen worden ondergebracht.

De superstaat die geatomiseerde individuen controleert en in bedwang houdt is zo vervangen door een breed uitgewaaierd geheel van vrij geassocieerde individuen met een mini-staat die hun belangen dient en niet langer die van een handvol superrijken.

Overal kunnen we daar – als we goed kijken – nu al de voorboden van zien. Dat zijn belangrijke gebeurtenissen die als het ware de echo’s zijn van de toekomst. Het komt er op aan deze te detecteren en uit te vergroten. In alle grote sociale bewegingen van deze tijd zijn zulke sporen zichtbaar. Denk aan de gele hesjes in Frankrijk, de wandelprotesten in Duitsland en de boerenacties en het coronaverzet in eigen land.

Het meest leerzame en tot zowel de verbeelding als de ontroering sprekende voorbeeld van de afgelopen jaren vind ik het protest van de truckers in Canada. Er zijn overeenkomsten met de Commune van Parijs van 1871, met het grote verschil dat de truckers niet op een machtsgreep uit waren en dat de actie goddank niet uitliep op een bloedbad, zoals in Parijs (****).

De Canadese truckers

Een individualistischer beroepsgroep dan chauffeurs die op grensoverschrijdende trajecten rijden is amper denkbaar. Toch waren zij het die Canada in februari 2022 op het randje van een revolutionaire situatie brachten. Tot grote schrik van de regering Trudeau en de met hem verbonden machthebbers in andere westerse landen.

Het voorbeeld van het truckerskonvooi laat zien dat in een situatie met een opgezwollen repressieve staat tegenover een samenleving van uit elkaar gedreven individuen – wat in extreme mate duidelijk werd tijdens de lockdowns – zeer onverwachte dingen kunnen gebeuren.

Het ging – in hoofdlijnen – als volgt (tijdlijn):
In januari 2022 waren overal in het land vergaande corona-maatregelen van kracht. Dat vormt de achtergrond. Op zeker moment kwam daar het decreet bij volgens welk vanaf 15 januari chauffeurs die de grens met de VS overstaken gevaccineerd moesten zijn. Zo niet dan moesten ze eerst twee weken in quarantaine. Een idiote maatregel, omdat het betekende dat wie de injecties weigerde in het voortbestaan van zijn bedrijf werd bedreigd. Kortom, extreme, despotische dwang tot vaccinatie.

De samenleving als geheel was toen – net als hier – geïntimideerd, bang, in zichzelf en de eigen gevoelens opgesloten. Grote acties lagen niet direct voor de hand. En toen gebeurde het onverwachte.

Een aantal chauffeurs ventileerde ongenoegen en woede op het social mediaplatform TikTok. Daaronder Brigitte Belton en Chris Barber, die elkaar kenden. Ze overlegden of er een actie gepland kon worden. Samen organiseerden ze een online meeting, waaraan ook Tamara Lich en een stuk of zeven anderen deelnamen. Tamara bracht daarbij haar grote logistieke know how in. Gevolg van deze brainstorm: een vermetel plan voor een konvooi vanaf Vancouver aan de westkust naar Ottawa aan de oostkust, een traject van 3544 kilometer.

Op 22 januari, nog geen twen weken na het ontstaan van dit plan, ging het konvooi van start en groeide onder toenemend enthousiasme van de bevolking en duizenden langs de route in korte tijd aan tot 1200 voertuigen, waarvan zeker de helft vrachtwagens (video). Ook uit Red Deer, Nova Scotia, Ontario en andere plaatsen vertrokken zulke konvooien van truckers.

Het doel was eenvoudig: een gesprek met de regering afdwingen. Een gesprek om het ongenoegen te uiten. Meer niet.

Onderweg stond Chris Barber in constant overleg met politie-vertegenwoordigers om het hoofdkonvooi vanuit Vancouver veilig naar de hoofdstad te leiden. Deze contacten waren uitstekend. Onderwijl gaf despoot Trudeau geen krimp. De regering gaf geen enkel signaal dat er gepraat zou kunnen worden.

En toen gebeurde er opnieuw iets wat niemand had verwacht. Met de politie en de autoriteiten in Ottawa was afgesproken dat de truckers op twee terreinen in de binnenstad mochten parkeren, zeg maar de Malievelden van Ottawa. Maar konvooien van truckers uit andere delen van Canada, die niet zo’n lange weg hoefden af te leggen, arriveerden eerder in de stad en hadden geen boodschap aan de afspraken die het hoofdkonvooi had gemaakt. Zij parkeerden in de straat voor het parlementsgebouw.

Vervolgens gebeurde het meest verbazingwekkende: de politie die het hoofdkonvooi escorteerde leidde dat bij binnenkomst in de stad niet naar de ‘Malievelden’, maar naar de plek waar de overige truckers zich hadden verzameld. Met als gevolg dat het stadscentrum tjokvol zat met misschien wel duizend voertuigen van actievoerders en tienduizenden Canadezen die hun steun kwamen betuigen.

En was enorm veel sympathie en steun. Ook bij de politie, bij het stadsbestuur en bij hotels en bedrijven in en rondom het centrum. De ontroerende beelden van dit volkomen spontane en toch zelfsturende feest van actievoerders gingen de hele wereld over. Het gaf de Canadezen weer lucht na alle lockdown-leed.

Onverwachte macht

Tamara Lich vertelde later hoe verbaasd de initiatiefnemers waren dat ze naar het parlementsgebouw werden geleid en hoe imposant de steun vanuit brede lagen van de bevolking was: “Op dat moment hadden we Ottawa kunnen overnemen,” vertelde ze in een interview. Alleen was dat hun bedoeling helemaal niet. Ze wilden aanvankelijk alleen maar een gesprek…. Tijdens de hoogtijdagen van de actie, die zich tot een volksopstand ontwikkelde, verschoof de eis en werd: intrekking van alle repressieve coronamaatregelen (mandates).

Hoe het afliep is bekend. Het gesprek kwam er niet. Geen enkele eis werd ingewilligd.

De regering had de eerste week totaal geen greep op de situatie, maar begon daarna met verschillende tegenacties, zoals het stimuleren van protesten van omwonenden tegen het vele geclaxonneer van de truckers. Er kwam steeds meer politie in het straatbeeld. Niet alleen stedelijke politie, maar ook federale (nationale). Op 6 februari werd voor de stad Ottaawa de noodtoestand afgekondigd en op 11 februari voor de gehele provincie Ontario. Een week later werden de leiders van de konvooien gearresteerd. Hun banktegoeden werden bevroren, in sommige gevallen wel een maand lang. Ook werden er gerechtelijke procedures tegen hen gestart.

Geestelijke bevrijdingsbeweging

In het bovenstaande heb ik vooral het machtsaspect van de gebeurtenissen in Canada belicht. De vraag daarbij is hoe het mogelijk is dat in zo korte tijd in een zo dichtgetimmerde situatie zoveel politieke macht tot uitdrukking kom komen. Dat komt denk ik door de spirituele energie die als het ware met het konvooi meereisde en iedere volgende dag sterker werd.

Tegenover de despotische, liefdeloze en anti humane acties van de regering Trudeau kwam een kruitvat van tegenovergestelde energie tot ontploffing. De kernwoorden ervan waren: Vrijheid, Liefde en God.

Heel opmerkelijk is dat God telkens weer werd genoemd. Zoals in ‘God bless you’ bij het afscheid nemen. Konvooideelnemers en steunbetuigers begonnen elkaar met ‘broeder’ en ‘sister’ aan te spreken. Op veel spandoeken en borden verscheen Gods naam.

Als mensen langs de kant of truckers probeerden uitdrukking te geven aan wat hen bewoog, dan kwamen er tranen, maar geen woorden. Ze waren niet goed in staat al die ontroering in woorden te vangen.

Ik heb tientallen video’s van dit konvooi gezien en als ik een poging doe kom ik op: broederschap, openheid, gemeenschapszin, dankbaarheid, opluchting, herkenning, je opgenomen in en gesteund voelen door het geheel, geluk, humor, vrolijkheid, vertrouwen, creativiteit, persoonlijke moed, individuele verantwoordelijkheid, vrijgevigheid, vastberadenheid, genegenheid, meelevendheid.

Het voorbeeld van het truckerskonvooi in Canada laat zien dat spiritualiteit niet iets anders is dan sociale beweging, want juist IN deze beweging krijgt spiritualiteit een eigentijdse inhoud en vorm. In de onderling verbonden lokale netwerken ervaren we de enorme ondersteuning, collectieve intelligentie en scheppingskracht die uitgaat van een gemeenschap die door en spirituele onderstroom wordt gevoed en gedragen.

De truckers hebben het in 2022 gestelde doel niet bereikt, maar wel een niet gesteld en veel hoger doel, namelijk de ontwikkeling van de kracht van de gemeenschap op basis van drie fundamentele spirituele waarden: Vrijheid, Liefde en God.

Noten

(*) Paden in Utopia is vertaald uit het Duits. Het Duitse woord ‘in’ kan ook ‘naar’ betekenen. Bijvoorbeeld: Wir gehen ins Kino, we gaan naar de bioscoop. Of: Wir gehen ins Ausland, we gaan naar het buitenland.
Mij lijkt een betere vertaling van de titel daarom: Paden naar Utopia.
Het woord ‘in’ veronderstelt dat je er al bent. en dat is nu juist het punt: we zijn daar nog (lang) niet, we bewegen ons ernaartoe.

(**) De oude Europese machthebbers reageerden hier – onder Amerikaanse leiding – op met de geheime Gladio-organisatie, die overal waar de basisbeweging sterk was, terreuraanslagen pleegde en die de communisten in de schoenen schoof.
Danielle Ganser schreef hier een goed gedocumenteerd boek over.

(***) Op het hoogtepunt van het Freedom Convoy in Canada beleefden deelnemers en bezoekers elkaar allemaal als familie. Er was onderlinge hulp en bijstand in overvloed en ‘lots of love’.

(****) Met zeker 20.000 doden aan de kant van de Communards.

(*****) Volgens onbevestigde, maar wel hevig gedebunkte berichten – wat te denken geeft – stonden er in Canada op de achtergrond VN-eenheden klaar om Trudeau zo nodig te hulp te schieten. Ook als deze berichten onjuist zijn, dan nog betekent dat uiteraard niet dat er geen eenheden achter de hand gehouden werden. Het ligt voor de hand dat dit het geval was.

Literatuur

Martin Buber, Paden in Utopia, Bijleveld, 1972
W.I. Lenin, Over de Commune van Parijs, Progress Moskou 1966
Anton Constandse, De Commune van Parijs, De Gids 133, 1970
Arthur Lehning, Anarchisme en bolsjewisme, De Gids 133, 1970
Mihailo Markovic, New Forms of Democracy in Socialism, Praxis International 1981

Naschrift

Dit artikel is het tweede in een serie van zes, die ik dit jaar wil publiceren. Het zijn pogingen om – in aansluiting op verworvenheden uit het verleden – fundamentele kenmerken van een toekomstige samenleving te overdenken.

Dit tweede artikel heeft betrekking op de sociale structuur van zo’n toekomstige samenleving en op de vraag hoe die tot ontwikkeling kan komen.

Commune van Parijs 1871

Freedom Convoy Ottawa 2022

Foto Ottawa: ottawagraphics

Gerelateerd

Over de spirituele kracht van verzetsbewegingen

De kracht van 8

Acties in Canada breiden zich over het hele land uit

Truckers: “Laat je niet ontmoedigen! Dit is niet het einde!”

De Nieuwe Aarde is een hoogtechnologische beschaving

De manifestatie van de Nieuwe Aarde

 

Wil je een seintje per e-mail ontvangen bij iedere nieuwe posting op TransitieWeb?
Klik dan hier

Wil je afmelden van e-mail notificaties?
Gebruik daarvoor de link Beheer onderin de notificatie-mail die je ontvangt.
Zie het voorbeeld hieronder.

N.B. Als je de melding krijgt dat je abonnement niet is gevonden, negeer deze dan, want we hebben geconstateerd dat wie die melding krijgt toch is uitgeschreven.

Kom je er niet uit?
Je kunt ook afmelden door ons een e-mail te sturen met unsubscribe of afmelden in de berichtregel.

Wil je jouw reactie plaatsen bij dit artikel?

Ga dan met je cursor helemaal naar de bodem van deze pagina. Daar vind je een invulscherm. Je kunt daar je reactie intypen of inplakken. Het kan soms geruime tijd duren voordat je reactie zichtbaar is. Dit komt, omdat er eerst moderatie plaatsvindt.

Als je reageert kun je aangeven dat je een seintje wilt bij nieuwe reacties en/of bij nieuwe berichten.

Wil je dit artikel delen met anderen?
Maak dan bij voorkeur gebruik van e-mail. Zo is de kans een stuk kleiner dat je bericht gecensureerd wordt.

 

#Bakoenin #BenedictusDeSpinoza #BrigitteBelton #ChrisBarber #Fourier #JustinTrudeau #KarlMarx #Kropotkin #Lenin #MartinBuber #Proudhon #TamaraLich

Vanaf mijn vroege jeugd draag ik een geloof bij me. Een geloof dat nergens onderdak vond. Niet bij mijn ouders, niet bij andere familieleden, niet op school, niet tijdens mijn studie en ook niet midden jaren ’80 van de vorige eeuw, toen ik veel las in een poging geestelijke grond onder mijn voeten te krijgen.

Van dit dakloze geloof leg ik getuigenis af in ‘Bij mijn weten’, een boekje dat onlangs uitkwam (pdf en epub). Kern ervan is de gedachte dat we niet los staan van God, maar daar deel van uitmaken. Dat we één zijn IN God.
Dat mag je een mystieke gedachte noemen. Je komt haar tegen bij individuele mystici, maar niet als uitgangspunt van een enigszins omvangrijke geestelijke stroming, althans – voor zover ik weet – niet hier, bij ons, in de westerse wereld. Sterker nog, deze gedachte is door kerkelijke autoriteiten al eeuwenlang en vaak te vuur en te zwaard als ketters bestreden.

Toen ‘Bij mijn weten’ gereed was, voelde ik een sterke behoefte om deze visie verder te onderbouwen met studie, reflectie en gesprek. En zo kwam ik, weliswaar langs een omweg, op het spoor van Benedictus (Baruch) de Spinoza, befaamd filosoof en theoloog uit de 17de eeuw (1632-1677).

Blijdschap

Eerst iets over die omweg. Ik vroeg mij af wanneer het idee van het afgescheiden zijn van God, waarvan de gehele bijbel is doortrokken en die tot uiting komt in termen als de Vader en het hoofdlettergebruik in Hij/Hem, zijn aanvang kreeg. Waar in de oude geschiedenis is het paradijs van onze eenheid in God verlaten en wie of wat was de slang die dit drama op zijn geweten heeft?

Ik las er verschillende boeken over. Dat van Milan Ryzl, Graven naar God, sprong er voor mij uit. Daarin vond ik overigens niet het antwoord dat ik zocht (ergens anders tot nu toe trouwens ook niet), maar wel een paragraaf over leven en werk van Baruch de Spinoza.

Daarin las ik tot mijn grote blijdschap dat ook Spinoza ervan uitgaat dat wij niet gescheiden zijn van God (in de vorm van een Vader die hoog boven ons uittorent), maar een-zijn-in-God.

Aanloop

Na deze ontdekking maakte ik eerst een omtrekkende beweging en las ik, bij wijze van aanloop, secundaire literatuur over Spinoza.
Als eerste van schrijver Theun de Vries het biografische werk Spinoza, beeldenstormer en wereldbouwer. Het is fascinerend om daarin te zien hoe sterk de communist De Vries onder de indruk is van de joods-mystieke Spinoza.

Daarna stond Spinoza en de crisis van de westerse cultuur van hervormd predikant en cultuurfilosoof Frank de Graaff op mijn programma. Ik vond dit boek in een antiquariaat in Deventer, genaamd Das Gute ist immer da!. Wat een prachtige naam voor een boekenpaleis! Meer nog: Das Gute war tatsächlich da. De Graaffs Spinoza bleek een uitstekend boek te zijn, ondanks de wat kanselachtige schrijfstijl hier en daar, maar door de leerzame inhoud vergeef je dat de auteur al snel.

Daarna onder andere nog een tweede De Vries: zijn filmscript De Gezegende, Het leven van Spinoza in honderdzeven scenes. Bedoeld voor een film van Joris Ivens, maar die is er nooit gekomen.

Verder fragmenten uit een boek van Adriaan Koerbagh, metgezel en leerling van Spinoza, die om de inhoud ervan veroordeeld werd tot een langdurige gevangenisstraf en al vrij snel na zijn opsluiting overleed. Dit is een curieus boek in meerdere opzichten. Het is bijna 350 jaar ‘onder de radar’ geweest. De inquisitie liet de hele gedrukte oplage verbranden, behalve twee exemplaren die nodig waren voor het proces. In 2014 kwam het boek voor het eerst uit.
Ook las ik verhelderende artikelen op de website despinoza.nl, een fraai blog boordevol recensies, verslagen en signaleringen. En tot slot een themanummer van het tijdschrift Spinoza, ditmaal gewijd aan Spinoza zelf, dat een mooi overzicht biedt (pdf).

Vier vragen

Mijn vragen op de achtergrond bij dit lezen waren:
* zijn deze 17de-eeuwse theologische gedachten bruikbaar als bouwstenen voor de geestelijke fundering voor een toekomstige samenleving?
* welke filosofen, theologen, schrijvers en dichters zijn er nog meer (vooral) in ons taalgebied die van dit een-zijn in God uitgaan?
* hoe is het gedachtegoed van Spinoza in de eeuwen die na hem kwamen ingedaald in onze cultuur?
* en tot slot de vraag waarmee dit artikel opent: waarom is er in ons taalgebied geen brede werkelijk monistische (dus niet dualistische) geestelijke stroming of volksbeweging ontstaan (naast dualistisch christendom, humanisme, sociaaldemocratie, liberalisme en communisme)?

Prachtig

En toen dook ik in de Ethica zelf.
Ik las tot nu toe het eerste deel en fragmenten van de overige vier delen.
Liggen hier aanknopingspunten voor antwoorden op mijn vragen, zo vroeg ik mij af.

Deel 1 is prachtig. Het valt met de deur in huis: De titel alleen al: “Over God.” Precies, dat is waar alles mee moet beginnen en Spinoza doet dit met een strikt, volgens de logica opgebouwd godsbewijs. En zo komt hij tot een godsbeeld dat fundamenteel afwijkt van het toen gangbare. In zijn tijd was dat gevaarlijk. Dit godsbeeld wordt kernachtig geformuleerd in de befaamde Stelling 15 van zijn Ethica: “Al wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar noch denkbaar.”

Spinoza noemt in dit werk geen enkel christelijk dogma. Geen drie-eenheid, geen Vader en Zoon en al helemaal geen bijbel als het woord van God. Heerlijk. Maar destijds bloedlink. Hij koos er daarom voor het boek tijdens zijn leven niet uit te laten komen. De publicatie vond pas na zijn overlijden plaats en het boek werd prompt verboden.

Substantie

God is geen persoon bij Spinoza, ook zo’n verademing. God wordt door de gebruikelijke personificatie immers de Ander, een wezen buiten ons en bovendien, door de ‘vermenselijking’, ook nog astronomisch veel ‘kleiner’ dan in werkelijkheid. Spinoza ziet God daarentegen als ‘substantie’, als een ‘wezen’ dat alles omvat en dat een oneindig aantal wezenskenmerken heeft, die hij ‘attributen’ noemt. In zijn werk noemt hij er daar twee van: denken en uitgebreidheid.

Daarin klinkt duidelijk de geest van zijn tijd door. De grote nadruk op de ratio en op wetenschappelijk denken en onderzoeken. Denk aan Descartes’ beroemde cogito ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar God denkt ook, zegt Spinoza. Hij ziet God als een denkend wezen. Dit impliceert dat we in het denken God kunnen ontmoeten. Spinoza noemt dit de verstandelijke liefde tot God (amor dei intellectualis).

Een mooiere aansporing tot waarachtige wetenschap kun je je niet wensen, vind ik. Hier raken we een peilloos belangrijke punt. In het vrije denken namelijk denken we mee IN God. Dat is een intieme, sacrale activiteit.

Immanentie

Stelling 18 is al even mooi: “God is de immanente, niet echter een buitenstaande oorzaak van alle dingen.” (*) We kunnen God dientengevolge herkennen in alle dingen. Niet als een zogenaamde ‘godsvonk’, of een deeltje van God, zoals in veel New Age literatuur, want met zo’n beeld verzeil je weer in dualisme. Immers, als alleen een vonk in ons goddelijk is, wat is dan de rest van ons? Niet goddelijk?
Neen, de immanentie van God is een veel groter fenomeen dan zo’n spiritueel lichtpuntje. Spinoza wijst hier op een mysterie. In het Latijn, dus in Spinoza’s eigen woorden staat er dit: Deus est omnium rerum causa immanens, non vero transiens.

Dit omschrijft het feit dat wij volledig mee-acteren IN God. Mede-scheppers zijn. Wij behoren van A tot Z tot God. Evenals alles en iedereen om ons heen.
Spinoza zegt dan ook herhaaldelijk in de Ethica “dat alle dingen op God betrokken moeten worden” (omdat ze dat zijn) en dat ze (dus) moeten worden bezien in het licht van de eeuwigheid.

Voor mij was het een grote ontdekking dat deze denkbeelden al in de 17de eeuw ontwikkeld zijn en nog wel in ons eigen land! Hoe kan het dat ik hier nog niet eerder tegenaan ben gelopen? Zou het soms zo zijn dat deze gedachten nog altijd worden gemarginaliseerd binnen de westerse cultuur? Zijn ze nog altijd ‘gevaarlijk’ voor het christelijke volksdeel, omdat ze op gespannen voet staan met het godsbeeld in de bijbel? Of, vanuit de andere, atheïstisch-wetenschappelijke kant bekeken, gevaarlijk, omdat ze zo overduidelijk tegenover het gangbare atheïstisme staan? Omdat ze theïstisch zijn?

Interne oorzaken

De vraag die bij het lezen van de Ethica bij mij opkwam is waarom Spinoza slechts twee attributen noemt. Als hun aantal oneindig is, zoals hij onder meer in Stelling 11 (**) zegt, dan moeten er toch meer attributen aanwijsbaar zijn? Dit is heel belangrijk, want zij kleuren het godsbeeld.

Ik vind de God van Spinoza uitermate sympathiek, maar eerlijk gezegd ook wat aan de koele kant. Ik mis bij hem het hart van God. En ik ben maar zo brutaal om voor te stellen aan zijn bouwwerk twee attributen toe te voegen: muziek en liefde. Ofwel de voelende, of van mijn part de zingende liefde voor God.

Hier kan een interne oorzaak liggen, waarom de filosofie van Spinoza het hart van de massa niet veroverd heeft. Zij spreekt immers vooral het intellect aan en het hart voor zover het aan kennis is verslingerd. Wat ontbreekt zijn schoonheid, ritueel, passie, mysterie, ontzag en verlangen.
Dit is Narziss. Ik mis Goldmund (***).

Miskenning

Externe oorzaken van het feit dat Spinoza’s filosofie geen grotere vlucht heeft genomen zijn er eveneens. Ik las ergens dat het marxisme met zijn kritiek op het idealisme, het kind Spinoza met het badwater van het dogmatisch christendom heeft weggegooid. Dat is zeker juist. Je ziet het bijvoorbeeld bij Theun de Vries. Deze auteur gaat vooral en enthousiast in op de filosofie en politieke visie van Spinoza, en dan met name op diens vrijheidsdrang en staatsleer, maar de theologie komt er bij De Vries nogal bekaaid vanaf.

Een belangrijker ‘uitwendige oorzaak’ is misschien nog wel de verkettering die Spinoza ten deel viel (en valt) van de zijde van het officiële, gevestigde christendom. Het begon er al mee dat hij uit de joodse gemeenschap en uit Amsterdam werd verbannen en zijn werken niet kon publiceren, anders dan op straffe van vervolging. Na zijn dood volgde, zoals gezegd een verbod van de publicatie van de Ethica. Uiteindelijk bleek dit niet houdbaar, maar vervolgens werd hij als ‘atheïst’ weggezet. Uiteraard, omdat hij tal van traditionele geloofsartikelen impliciet als onwaar en onwetenschappelijk kwalificeerde. Zijn leerling Adriaan Koerbagh (1633-1669) deed dit expliciet en bovendien ook nog in het Nederlands en niet in het Latijn, een vrijmoedigheid die hij met marteling, dwangarbeid en een voortijdige dood moest bekopen. (****)

Twee zielen

In Spinoza’s zeventiende eeuw werden de teugels van het neerdrukkende feodalisme en dogmatische katholicisme gevierd en kon de economie in de steden zich razendsnel ontwikkelen dankzij wetenschap, handel en koloniale uitbuiting. Het waren gouden tijden voor de bovenlaag van de samenleving. Maar ondanks deze toegenomen vrijheid was er ook nog altijd stevige spirituele repressie.

Theun de Vries wijst in zijn bovengenoemde boek over Spinoza op deze diametraal tegengestelde tendenzen in de Nederlandse cultuur: vrijheidszin, kunst en wetenschap aan de ene kant en autocratie, repressie en dogma aan de andere kant. Nu eens heeft de libertaire stroming de overhand, zoals in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, dan weer de autocratische, denk aan het verstikkende klimaat tijdens de recente coronacrisis. Meestal is er sprake van een moeizaam compromis tussen beide krachtenvelden. Er huizen al eeuwen twee zielen in Neerlands borst….
De Ethica ontstond in een periode waarin vrijheid en repressie elkaar in evenwicht hielden.

Rethinking

De Ethica gaat niet alleen over God. Na deel 1 komt er nog een heleboel meer, waaronder antropologie, psychologie, ethiek en staatkunde. Dit is allemaal vruchtbare grond, die omgespit kan worden om te onderzoeken wat daarvan mee kan naar de toekomst en wat er daarvoor aangevuld of aangepast moet worden.
Ik heb nog geen idee hoeveel wetenschappers, filosofen, schrijvers en andere denkers zich met dergelijke her-denkingsvragen bezighouden.

Van éen persoon weet ik inmiddels dat deze zich frontaal op deze thema’s heeft gestort en wel (hoe kan het ook anders in dit gezelschap) terwijl hij gevangen zat.
Ik doel op de Italiaan Antonio Negri (1933-2023). Hij was behalve wetenschapper ook linksradicaal activist. Negrij werd beschuldigd van moord en van een poging de regering omver te werpen. Langdurige opsluiting was het gevolg. Daaraan danken we zijn The Savage Anomaly, the power of Spinoza’s metaphysics and politics (1991). Ik heb dit werk op mijn leeslijst gezet.
Negri leverde ook bijdragen aan een ander belangrijk evaluatie-project, namelijk het tijdschrift Rethinking marxism. Weer zo’n richtinggevende ontdekking tijdens dit leesavontuur.

Ik heb zo’n vermoeden dat er mooie dingen kunnen ontstaan als rethinking Spinoza en rethinking marxisme elkaar ontmoeten. Misschien levert dit dan na bijna vier eeuwen een nieuw en inspirerend ‘geloof’ op dat grote delen van de bevolking aanspreekt.
Misschien eindigt zo mijn dakloosheid.
Maar waarschijnlijk is het realistischer om ervan uit te gaan dat dit nog wel een paar generaties zal duren. Immers, zoals Milan Ryzl dat in ‘Graven naar God’) stelt: “Een geloof ontwikkelt zich maar zeer traag. In sommige opzichten leven heel wat mensen nu nog in de middeleeuwen en zelfs in de oudheid.”

Noten

(*) In de vertaling van Nico van Suchtelen, die ik las, is het woord ‘immanens’ vertaald als inwonende, wat mij niet juist lijkt, omdat dit woord verkeerde associaties oproept. In de vertaling van Dionijs Burger blijft het Latijnse woord staan en dat kan ook prima, omdat het tevens een Nederlands woord is. Immanente vind ik een breder, minder beperkend woord dan inwonende.

(**) “Stelling 11: God, of de substantie, bestaande uit een oneindig aantal attributen, van welke elk een eeuwig en oneindig wezen uitdrukt, bestaat noodwendig.”

(***) Hermann Hesse, Narziss en Goldmund

(****) Koerbaghs boek Een licht dat schijnt op duistere plaatsen verscheen in 2014 voor het eerst.

Naschrift

Dit artikel is het eerste in een serie van zes die ik dit jaar wil publiceren. Het zijn pogingen om – in aansluiting op verworvenheden uit het verleden – fundamentele kenmerken van een toekomstige samenleving te overdenken.
Dit eerste artikel heeft betrekking op de geestelijke fundering van zo’n toekomstige samenleving.

Tekening op Homepage: GDJ

 

Wil je een seintje per e-mail ontvangen bij iedere nieuwe posting op TransitieWeb?
Klik dan hier

Wil je afmelden van e-mail notificaties?
Gebruik daarvoor de link Beheer onderin de notificatie-mail die je ontvangt.
Zie het voorbeeld hieronder.

N.B. Als je de melding krijgt dat je abonnement niet is gevonden, negeer deze dan, want we hebben geconstateerd dat wie die melding krijgt toch is uitgeschreven.

Kom je er niet uit?
Je kunt ook afmelden door ons een e-mail te sturen met unsubscribe of afmelden in de berichtregel.

Wil je jouw reactie plaatsen bij dit artikel?

Ga dan met je cursor helemaal naar de bodem van deze pagina. Daar vind je een invulscherm. Je kunt daar je reactie intypen of inplakken. Het kan soms geruime tijd duren voordat je reactie zichtbaar is. Dit komt, omdat er eerst moderatie plaatsvindt.

Als je reageert kun je aangeven dat je een seintje wilt bij nieuwe reacties en/of bij nieuwe berichten.

Wil je dit artikel delen met anderen?
Maak dan bij voorkeur gebruik van e-mail. Zo is de kans een stuk kleiner dat je bericht gecensureerd wordt.

 

https://www.transitieweb.nl/boekbespreking/spinoza-her-denken/

#000000 #AdriaanKoerbagh #AntonioNegri #BenedictusDeSpinoza #Ethica #FrankDeGraaff #HermannHessee #MilanRyzl #mystici #mystiek #TheunDeVries