Als overheid voor mensen echt het verschil maken

De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

Altijd de juiste deur

Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

Proactieve dienstverlening in de praktijk

Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

Gegevensdeling als randvoorwaarde

Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

De weg van de verleiding

Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

Cultuurverandering is ingezet

Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

Van organiseren naar leveren

De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

Wat merken burgers en ondernemers?

Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

Samenwerken als automatisme

Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

#1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

Als overheid echt het verschil maken voor mensen

De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

Altijd de juiste deur

Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

Proactieve dienstverlening in de praktijk

Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

“Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s”Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

Gegevensdeling als randvoorwaarde

Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

De weg van de verleiding

Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

Cultuurverandering is ingezet

Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

Van organiseren naar leveren

De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

Wat merken burgers en ondernemers?

Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

Samenwerken als automatisme

Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

#1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief32026 #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging

Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten

Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.

Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”

Het belang van investeren in AI

AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”

Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”

Kaderstelling voor verantwoord gebruik

AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”

Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”

De bestuurlijke uitdaging

De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”

Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”

Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden

Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”

De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”

“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa Zegveld

In de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”

Strategische doelen voor AI binnen de overheid

De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”

Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”

Relatie met andere prioriteiten

AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”

Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”

Vooruitblik en boodschap aan de lezer

Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”

Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”

Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik

Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

ROO en FDS

Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

Natuurlijk moment

“Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

Een actueel register geeft betrouwbaarheid

“Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

Van Staatsalmanak tot digitaal register

De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

“Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

“Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

Belang voor de overheid zelf

Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

Lessen voor andere organisaties

Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

“Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

#1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties