Glykon
GlykonDat moest ik dus weer hebben. Er is een beroemd beeld van de antieke slangengod Glykon, dat ooit is opgegraven in de Roemeense havenstad Constanţa (het antieke Tomis) en dat tegenwoordig dient als logo van de regionale archeologische musea. Zie boven. Het kunstwerk zelf bevindt zich in het stadsmuseum, dat gesloten is. Ik had het vorige week willen zien, maar dat is dus niet gelukt. Ik zal naar Roemenië terug moeten.
De cultus voor Glykon is rond het midden van de tweede eeuw na Chr. geïntroduceerd door een zekere Alexandros van Abonouteichos. Of beter: dat is wat de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata ons wil laten geloven, maar zijn boekje Alexander, de leugenprofeet is een uiterst vijandig (en uiterst amusant) schotschrift. Het is dus riskant om feiten eruit te distilleren, maar veel alternatieven hebben we niet.
Ontstaan
Maar we mogen vermoedelijk aanvaarden dat de verering van Glykon gedeeltelijk wortelt in Macedonië of Thracië, waar slangenculten al zijn gedocumenteerd in de vierde eeuw v.Chr. Zo wordt van de moeder van Alexander de Grote, koningin Olympias, gezegd dat ze een slang koesterde. Alexandros bracht deze god, die zich manifesteerde als een zeer grote slang met een menselijk hoofd, naar zijn geboortestad Abonouteichos, in Paflagonië aan de noordkust van het huidige Turkije. Daar bouwde hij een tempel, die al snel uitgroeide tot een belangrijk orakel.
Glykon (Museum van Anatolische Beschavingen, Ankara)Zo, zoals Lucianus het vertelt, kan het best zijn gegaan. Een kanttekening is echter dat het verhaal wat lijkt op de aankomst van de god Asklepios, eveneens vereerd als een slang, in de stad Rome. De wijze waarop de god werd afgebeeld doet bovendien wat denken aan de Goede Daimon, die in deze tijd populair was in Alexandrië.
Succes
In Abonouteichos werd Glykon vereerd als Nieuwe Asklepios, en als genezende slangengod lijkt hij grote bekendheid te hebben gekregen toen hij zijn vereerders tijdens de Antonijnse Epidemie (in de late jaren 160) beschermde met een magische spreuk. Deze staat niet alleen vermeld bij Lucianus, maar is ook daadwerkelijk gevonden in Antiochië, de hoofdstad van het oude Syrië.
Het heiligdom had een machtige beschermheer: de gouverneur van de Romeinse provincie Asia, een zekere Publius Mummius Sisenna Rutilianus, die was getrouwd met een dochter van Alexandros. Met steun uit de allerhoogste kringen kon Abonouteichos, ooit een klein vissersdorp, een steeds belangrijkere stad worden. Ze mat zich zelfs een andere naam aan, Ionopolis, wat letterlijk “Griekse stad” betekent maar feitelijk een claim is een cultuurcentrum te zijn. Tegenwoordig heet de havenstad nog altijd Inebolu, en ik heb weleens een Turk horen vertellen dat hij, toen hij in de heuvels aan het jagen was, werd gewaarschuwd voor een daar verblijvende magische slang.
Glykon op een munt uit Tomis (Archeologisch museum, Kazanluk)Voortbestaan
Een handvol inscripties, een paar beeldjes (zoals dat uit Tomis) en munten documenteren de verering van Glykon in het hele gebied tussen de Donau en de Eufraat, en bewijzen dat de cultus bleef bestaan tot minstens een eeuw na Alexandros’ dood, rond 170. De profeet was toen al erkend als kleinzoon van Asklepios en bleef religieuze eerbewijzen ontvangen.
Alexandros’ succes is interessant. Het illustreert hoe in de late tweede eeuw de religieuze attitudes begonnen te veranderen. De aloude culten bleven bestaan, maar er kwamen nieuwe bij, zoals Jupiter Dolichenus, Elagabal en Glykon.
Literatuur
Het schotschrift van Lucianus is in het Nederlands vertaald door Hein van Dolen, onder de titel De ontmaskering van de charlatans (1996). De inleiding is geschreven door Jaap-Jan Flinterman.
#AlexandrosVanAbonoteichos #AntonijnseEpidemie #Asklepios #Glykon #LucianusVanSamosata #Olympias #slang

