@tante @pluralistic
Nieuwe banen leveren minder op
Wie profiteert van AI-productiviteitswinsten? In theorie kunnen werknemers waarvan de vaardigheden AI aanvullen hogere lonen bedingen. Maar Daron Acemoglu en Simon Johnson lieten in hun boek Power and Progress zien dat dit zelden gebeurt: bedrijven zetten AI structureel in als kostenbesparende vervanger van mensen, niet als productiviteitsverhogende aanvulling. Een keuze voor meer winst die gaat naar de aandeelhouder, niet naar de werkvloer. De banen die dan overblijven of nieuw ontstaan zijn ofwel de schaarse rollen waarbij mensen en AI elkaar echt versterken, ofwel de banen die AI simpelweg niet kan doen: zorg, onderwijs, kinderopvang, fysiek werk. Dat zijn ook de banen met de laagste productiviteit per uur, en dus de laagste beloning. De nieuwe banen betalen gemiddeld minder dan de banen die verdwijnen.
Nu de tweede rekening, die hierachter vandaan komt. In Nederland komt meer dan de helft van alle belastinginkomsten direct of indirect uit arbeid: loonbelasting, inkomstenbelasting, sociale premies, de btw die mensen betalen van hun salaris. Die grondslag krimpt al. AI maakt die krimp structureler. Maar er is nóg een probleem. De nieuwe banen in zorg en onderwijs zijn publiek gefinancierd, en ze worden relatief duurder naarmate de rest van de economie productiever wordt. De Britse econoom William Baumol beschreef dit mechanisme al in 1967: sectoren met lage productiviteitsgroei moeten toch meebewegen in lonen, want anders kiest niemand meer voor ze. Dat betekent stijgende kosten juist in de sectoren waarop de verzorgingsstaat het meest leunt. Een verpleegkundige of leraar moet meekomen in loon, ook als hun productiviteit nauwelijks stijgt. De belastinggrondslag krimpt terwijl de uitgaven stijgen. Twee erosieprocessen die tegelijk versnellen.