Het is een besef dat zwaar aanvoelt in het dragen ervan, als je niet meer moedoet met de cultureel β€˜goedgekeurde’ schending van dierenrechten op grote schaal, dat je daar zelf meer uren mee bezig bent (bijvoorbeeld in gedachten) dan de meeste mensen die er (onbewust) aan bijdragen. Eigenlijk zou dat andersom moeten zijn, een leeg, bevrijd hoofd voor wie dat carnistisch juk afgooide.
(2/3)
(...) Nu kan je daar geen of minder geluk in vinden, want je hebt moreel gezien een verplichting meegekregen om het licht dat je zag op anderen te projecteren.
Het juiste doen zit in ieder van ons, geef het zijn kracht terug en bevrijd het. Het verdient geen wegmoffelen noch duisternis. En dus ook geen gruwelhuizen zonder ramen.
βœŒπŸ»πŸ•ŠπŸŒ±
3/3