Als je een klein beetje selectief leest, en voorbij gaat aan het gegeven dat nergens duidelijk wordt gemaakt hoe de genoemde punten gerealiseerd gaan worden, lijk het hoofdlijnenakkoord op het gebied van natuur nog wel een beetje ambitie te hebben.

Er is onder meer te lezen dat:

“Er wordt gestuurd op instandhouding van belangrijke natuur”.

En “De Nederlandse natuur … is prachtig. Daar waar nodig werken we gebiedsgericht aan instandhouding”

https://www.kabinetsformatie2023.nl/documenten/publicaties/2024/05/16/hoofdlijnenakkoord-tussen-de-fracties-van-pvv-vvd-nsc-en-bbb

Hoofdlijnenakkoord tussen de fracties van PVV, VVD, NSC en BBB

Hoofdlijnenakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB. 

De formerende partijen zullen blij zijn met de natuurdoelanalyses en adviezen van de onafhankelijke ecologische autoriteit (https://www.ecologischeautoriteit.nl/), waarin te lezen is welke maatregelen noodzakelijk zijn om die instandhouding van natuur te waarborgen. Ik veronderstel dat de formerende partijen die nu met hoge urgentie willen gaan realiseren. Het is nog wel onduidelijk hoe de formerende partijen dit willen gaan realiseren. Vaagheid lijkt de norm.
Home - Ecologische Autoriteit

De urgentie voor maatregelen voor de instandhouding van natuur is hoog, mede ook omdat vorige kabinetten structureel te weinig hebben gedaan om de vervuiling door mest en pesticiden te verminderen en verdroging tegen te gaan. Dat heeft grote gevolg, niet alleen voor natuur, maar ook voor ons welzijn en de economie. Niet voor niets waarschuwt het RIVM voor de zoveelste keer dat mest en bestrijdingsmiddelen de waterkwaliteit ernstig bedreigen.
https://nos.nl/artikel/2520594-rivm-waterkwaliteit-en-verbetermaatregelen-onvoldoende
RIVM: waterkwaliteit én verbetermaatregelen onvoldoende

Er wordt te weinig gedaan om de waterkwaliteit in Nederland te verbeteren, schrijft het RIVM in een evaluatie.

NOS Nieuws
Interessant is ook de passage “De kritische depositiewaarde gaat uit de wet en wordt vervangen door een juridisch houdbaar alternatief”. Die kritische depositiewaarde (kdw) was opgenomen om de illusie te wekken dat een substantiële vermindering van de uitstoot wettelijke was geborgd. Tegelijkertijd zijn de nu vastgelegde doelen onvoldoende om te voldoen aan het verslechteringsverbod dat in dezelfde wet is opgenomen.
Met het schrappen van de kdw verdwijnt de illusie van effectief beleid nog verder en blijft weinig over van de geloofwaardigheid van de stikstofaanpak. Uit verschillende rechtszaken is al gebleken dat het gebrek aan geloofwaardigheid, in combinatie met de omvang van vervuiling, het op dit moment vrijwel onmogelijk maakt om nieuwe uitstoot toe te staan.
Het juridisch houdbaar alternatief voor de kdw staat al in de wet. Daarin staat namelijk dat de overheid maatregelen moet nemen om de verslechtering van natuur tegen te gaan. Dat is de wettelijke minimumgrens. Daarnaast moeten overheden maatregelen nemen voor te instandhouding en om toe te werken naar een gunstige staat van instandhouding. Ook hier geldt dat de opgave enorm is als gevolg van achterstallig onderhoud en de keuze van vorige kabinetten om vervuiling zo min mogelijk te verminderen.
Vervolgens wordt in het hoofdlijnenakkoord nogmaals het proefballonnetje van een drempelwaarde geïntroduceerd. Zo’n drempelwaarde kan alleen juridisch houdbaar zijn als eerst geloofwaardig wordt toegewerkt naar een forse vermindering van de uitstoot en er duidelijke grenzen worden gesteld aan de toepasbaarheid. Stikstof is immers het probleem van vele kleintjes en als je nog meer kleintjes toestaat, of nog meer kleine uitbreidingen van bestaande vervuiling, wordt het probleem snel groter.