De Bagdadspoorlijn

Monument voor de doden, gevallen bij de aanleg van de Bagdadspoorlijn

Je zoekt iets en vindt iets anders. Een kwart eeuw geleden reden mijn zakenpartner en ik ergens door het Taurusgebergte, in het voetspoor van Alexander de Grote, zoekend naar de Cilicische Poort. Pas laat op de middag begrepen we dat we er al vier keer langs waren gereden zonder te herkennen dat de ooit nauwe pas dankzij dynamiet was veranderd in de doorgang van een autosnelweg. In de tussentijd hadden we wel iets ongezochts gevonden: een grafmonumentje voor de Duitsers die hier een eeuw eerder waren overleden bij de aanleg van de roemruchte Bagdadspoorlijn.

De Bagdadspoorlijn

We kenden het politieke project waarmee de Duitsers en Ottomanen een landweg wilden openen van de Middellandse Zee naar de Perzische Golf en de Indische Oceaan. Het was een voor de hand liggend alternatief voor het Suezkanaal, dat in handen was van de Britten. Keizer Wilhelm II en sultan Abdulhamid II waren dan ook niet de eersten die het belang van zo’n landroute begrepen. Een halve eeuw eerder, nog vóór de eerste spa voor het Suezkanaal in de grond was gegaan, had Austen Henry Layard hetzelfde al bedacht. Hij kende ook de bezwaren al: er zouden mensen langs zo’n route moeten wonen om de reizigers te helpen aan alles wat bij hun reis nodig was, en Irak was heel dun bevolkt. Hij groef dus de Assyrische hoofdsteden op om te bewijzen dat hier steden konden bestaan.

Station Bagdad

Het monumentje dat wij op die junidag zagen, maakte indruk. De bouw van wegen en tunnels door de Taurus was een enorm project geweest. Uit welk hout waren de bouwers gesneden? Wat voor mensen waren dat geweest? Waren de ingenieurs alleen maar hier om hun brood te verdienen, of waren het avonturiers? Waren ze trots op de tunnel die ze, zo ver van huis, hadden weten aan te leggen? Wat dachten de arbeiders van de oorlogsdreiging en wat dachten ze – toen de Guns of August eenmaal klonken – van de oorlog? Hoe reageerden de nabestaanden toen ze hoorden over de dood van hun dierbaren? Kortom, mijn zakenpartner en ik hadden op weg naar Antiochië wat om te bespreken.

De Bagdad-Berlijn-express

Wat voor mensen waren dat geweest? Ik las De Bagdad-Berlijn-express van Ana van Es in de hoop meer te weten over de technische problemen, over de manier waarop de Duitse ingenieurs de moeilijkheden bij de tunnelbouw overwonnen, over de omstandigheden waaronder de mensen het leven hadden gelaten. Maar je zoekt iets en vindt iets anders: Van Es bleek andere informatie te geven, even interessant en boeiend.

Feitelijk biedt ze in De Bagdad-Berlijn-express twee verhalen. Het ene gaat over de politiek rond de aanleg van de spoorlijn, die het verlengde was van de al even roemruchte Oriënt Expres. Dit verhaal speelt zich af in het eerste kwart van de vorige eeuw en gaat ook over archeologen, die lange tijd het verlengstuk waren van de inlichtingendiensten. Voor oudheidkundigen is het nadenken over ontbrekende informatie immers een belangrijke vaardigheid en dat is de voornaamste reden waarom inlichtingendiensten zo lang zo graag classici en archeologen rekruteerden. Dat opgravingen de dekmantel konden zijn voor spionage, was een prettige bijkomstigheid.

Het bekendste voorbeeld van deze verstrengeling van wetenschap en politiek is de Britse opgraving bij Karchemish, die door Van Es ook wordt genoemd. De voornaamste archeoloog-met-meervoudige-agenda in De Bagdad-Berlijn-express is echter de Duitser Max von Oppenheim. Hij groef in Tell Halaf, waar de spoorlijn langs liep, en legde (samen met archeologen als Theodor Wiegand) feitelijk de grondslag voor de grote collectie archeologische vondsten uit het Ottomaanse Rijk in het momenteel gesloten Pergamonmuseum. Naast Von Oppenheim behoren T.E. Lawrence of Arabia, Agatha Christie en haar echtgenoot Max Mallowan, Gertrude Bell, Leonard Woolley en Freya Stark tot de door Van Es opgestelde troupe. Ottomaanse archeologen ontbreken.

Het graf van Bell

De nieuwste geschiedenis

Het tweede verhaal is dat van het functioneren van de spoorlijn in de eeuw na de aanleg. Omdat de voltooiing en het gebruik van het spoornetwerk vooral een uiting zijn van staatsmacht, is dit tweede verhaal grotendeels een geschiedenis van de Iraakse staat sinds de ondergang van het Ottomaanse Rijk. Die staatsmacht is, zoals bekend, niet altijd even groot geweest en de treinen reden niet altijd even makkelijk. We lezen over de wijze waarop Irak een koninkrijk werd, over de pro-Duitse coup tijdens de Tweede Wereldoorlog en over de Britse repressie daarvan, over de moord op de koninklijke familie, over Saddam Husein, over de recente oorlogen, over de sjiitische machtsovername en over de ressentimenten die dat opriep. De verrassendste passage is dat de bevolking van Mosul de Islamitische Staat pas in de allerlaatste maanden als repressief heeft ervaren.

De Iraakse spoorwegen zijn in dit deel van De Bagdad-Berlijn-express wat minder aanwezig. Ze zijn meer een leitmotiv. Het is echter een goed verteld geschiedverhaal, doorsneden met Van Es’ persoonlijke wederwaardigheden en portretten van mensen die nu werken bij het spoor. Het gaat vaak om functies die van ouder op kind worden doorgegeven. Er is een intrigerende opmerking dat de spoorwegmensen vaak sympathiseerden met het communisme, waar ik graag meer over had willen weten. Ik had ook wat meer willen lezen over het spoor naar Kerbala, waarvan ik aanneem dat het wel de drukste verbinding zal zijn.

Dit laatste is geen kritiek. Je zoekt iets en vindt iets anders. In dit geval: een heel boeiend boek. Ik las De Bagdad-Berlijn-express gisteren in één dag uit. Aanrader.

In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Frederik de Verschrikkelijke

mei 6, 2020
Catacomben in Valkenburg

juni 30, 2017
Het Labyrint (1)

juli 18, 2023 Deel dit: #AbdulhamidII #AgathaChristie #AnaVanEs #AustenHenryLayard #Bagdad #Bagdadspoorlijn #FreyaStark #GertrudeBell #Kerbala #LeonardWoolley #MaxMallowan #MaxVonOppenheim #Mosul #SaddamHussein #TELawrenceOfArabia #Taurus #TellHalaf #TheodorWiegand #trein #WilhelmII

Sounding

De strata van Tepe Sialk

Toen Heinrich Schliemann in 1873 begon aan de opgraving van Troje, wist hij niet beter dan te beginnen aan de noordkant en dan een geul te graven naar het centrum. Het nog altijd zichtbare resultaat staat bekend als de Schliemann Trench. Werkende weg herkenden hij en zijn kort daarna aangetrokken medewerker Wilhelm Dörpfeld dat er in deze heuvel vier bewoningslagen boven elkaar waren. (Latere archeologen hebben eerst negen en later vele tientallen strata geïdentificeerd.) Ze concludeerden bovendien dat in een complexe heuvel als deze een brede horizontale sleuf niet de beste manier was voor het onderzoek, omdat je dan de diverse strata niet goed kon herkennen.

De sounding in Ur

Woolleys sounding in Ur

Latere archeologen deden het anders. Dat kan ik met foto’s illustreren aan de hand van Leonard Woolleys opgraving van de Mesopotamische stad Ur. We hebben het over de vroege jaren twintig van de vorige eeuw, toen oudheidkundigen nog maar weinig wisten van het aardewerk uit die regio. En aardewerk is belangrijk omdat het eigenlijk overal is te vinden en een belangrijk hulpmiddel is bij het dateren van de andere vondsten. Woolley besloot eerst een meters diepe kuil te graven, dus niet horizontaal maar verticaal de grond in, om te zien hoe de diverse strata boven elkaar lagen. Zo kon hij de volgorde van de diverse soorten keramiek een stuk beter vaststellen dan bij een horizontale geul.

Dit gebeurde tegelijkertijd ook op andere opgravingen in Mesopotamië, zoals in Jemdet Nasr en Ubaid. Ik blogde er al eens over. Door de resultaten van drie sites te combineren, werd het mogelijk de volgorde van de diverse aardewerkvormen vast te stellen. Voortaan had de Mesopotamische archeologie, om zo te zeggen, een van aardewerk gemaakte meetlat voor de chronologie.

Monument van de wetenschap

“Woolley’s Pit” is nu een onopvallende kuil in het landschap, maar is eigenlijk een monument van de wetenschap, vergelijkbaar met de telescoop van Galilei, de schedel van de Javamens, de Colossuscomputer en de landingsplaats van de Apollo-11. De enige bescherming die Woolley’s Pit nu heeft, bestaat uit wat prikkeldraad, waar in elk geval ik makkelijk overheen kon stappen. Uiteraard heb ik alleen van een afstandje gekeken naar de heilige grond.

Woolley’s Pit, Ur

Zo’n diepe kuil om de chronologie vast te stellen heet een sounding of sondage. Het is een nogal drastische aanpak, die nadelen heeft. Door eerst de aardewerkchronologie vast te stellen, worden andere mogelijke vraagstellingen bemoeilijkt, terwijl daarbij eigenlijk altijd de plaatsing van voorwerpen in het horizontale vlak de prioriteit heeft. Het is dus niet zo dat archeologen alleen maar voorwerpen bergen: er is eerst een vraagstelling en die bepaalt de aanpak en de (on)mogelijkheden.

Soundings zijn nu gelukkig minder vaak nodig. Het gebeurt maar zelden dat aan het begin van een opgraving de hoofdlijn van de chronologie nog onbekend is. Los daarvan zijn er ook andere methoden om de ouderdom van voorwerpen vast te stellen, zoals de koolstofmethode. Dat ik er toch over blog, is om een simpele reden: het was dankzij de sounding dat archeologen vat begonnen te krijgen op niets minder dan de diepte van de tijd.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

PS

Radio Swammerdam is het wetenschapsprogramma van de Amsterdamse stadszender Salto. Afgelopen zondag werd ik een uur lang geïnterviewd als “oudheidkundekundige”: wat gebeurt er nou in dit vak, waarom negeren bèta-wetenschappers de classici bij een kwestie als Hannibals Alpentocht, vanwaar toch die gescheiden onderzoeksscholen, waarom zou je je überhaupt met de Oudheid bezighouden, waarom negeren classici het laboratoriumonderzoek bij papyri, waarom komen journalisten steeds met dezelfde ergerlijke frames, en waar zit het nieuws wél?

Aan de links in dit PS herkent u dat het gaat om stof waarover ik het vaker heb. Daarom was ik ook uitgenodigd. Maar als u het eens wil horen, vindt u uw podcast hier. Een goed gesprek met een interviewer die met je meedenkt is altijd een genoegen, en ik denk dat het plezier valt te horen.

#HeinrichSchliemann #LeonardWoolley #sounding #Ur #WilhelmDörpfeld