Geweldige actie van @degoedezaak als tegengeluid voor de extreemrechtse demonstratie die vandaag in #Amsterdam plaatsvindt! "Sponsor een extreemrechtse demonstrant voor het goede doel". Alle donaties worden verdeeld over 3 goede doelen die zich inzetten voor vluchtelingen en asielzoekers: #Vluchtelingenwerk #Kansfonds en #INLIA . Laten we met z'n allen aan deze demonstratie een positieve draai geven! Doneren kan vandaag nog.

https://www.degoedezaak.org/sponsor-een-extreemrechts-demonstrant-voor-het-goede-doel/

#Hoopzaaiers #Demonstratie #WijZijnMetMeer

Sponsor een extreemrechts demonstrant voor het goede doel!

DeGoedeZaak HoopZaaiers

Schijnbaar is er 12 oktober een extreem rechts #protest in Amsterdam.

#Degoedezaak heeft een leuke actie bedacht en maakt van hun protest een “sponsorloop” voor het goede doel: namelijk vóór medemenselijkheid en humane opvang.

Voor elke gesponsorde demonstrant zal de opbrengst worden verdeeld over 3 goede doelen: #Vluchtelingenwerk, #Kansfonds, en #INLIA

https://www.degoedezaak.org/sponsor-een-extreemrechts-demonstrant-voor-het-goede-doel/

Sponsor een extreemrechts demonstrant voor het goede doel!

DeGoedeZaak HoopZaaiers

ETHOS-telling – 57 gemeenten doen mee aan derde telling dak- en thuisloosheid

Op 8 en 10 april brengen ruim 650 organisaties in de regio’s Amsterdam-Amstelland, Den Haag, Eindhoven, Maassluis, Vlaardingen & Schiedam, Maastricht-Heuvelland, Noordkop, IJssel-Vecht, Zaanstreek en de Valleiregio dak- en thuisloze mensen in kaart. Doel is inzicht te krijgen in de werkelijke omvang en aard van de groep dak- en thuisloze mensen. Bij deze derde ronde van de ETHOS-telling van Hogeschool Utrecht en Kansfonds doen voor het eerst G4-steden mee. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting heldere en betrouwbare cijfers voor heel Nederland, nodig voor een effectieve aanpak van dak- en thuisloosheid.

‘Hogeschool Utrecht en Kansfonds zijn in 2023 gestart met de ETHOS-telling, omdat in de huidige statistieken groepen dak- en thuisloze mensen verborgen blijven’, vertelt Willem van Sermondt, programmaleider Kansfonds. ‘Kinderen, mensen boven de 65 jaar en mensen zonder geldige verblijfspapieren ontbreken bijvoorbeeld. Het is belangrijk om deze verborgen dak- en thuisloosheid zichtbaar te maken, want alleen dan kan er goed beleid worden gemaakt om dak- en thuisloosheid op te lossen.’

De uitkomsten van de eerste twee ETHOS-tellingen lieten zien dat dak- en thuisloosheid divers is en heel verschillende mensen treft. ‘Vaak wordt gedacht dat de grootste groep op straat of in een opvang voor dakloze mensen verblijft, maar dat is niet zo’, zegt Robin Heijna, projectleider van de ETHOS-telling bij Hogeschool Utrecht. ‘De meeste dak- en thuisloze mensen verblijven noodgedwongen bij vrienden, familie of derden, of op een camping, in een antikraakwoning, een schuur of in een auto. Niet alleen volwassen mannen en vrouwen, maar ook heel veel kinderen en jongeren leven in onwenselijke omstandigheden.’

Vollediger beeld

Op 8 en 10 april brengen onder andere gemeentelijke diensten, maatschappelijke opvangorganisaties, buurthuizen, kerken, woningcorporaties, zorginstellingen en boa’s dak- en thuisloze mensen in hun regio in kaart. Door de diversiteit aan telorganisaties ontstaat een vollediger beeld. Heijna: ‘Bij de startbijeenkomsten voorafgaand aan de teldag was al grote betrokkenheid van de telorganisaties te zien. Dat is belangrijk, want zorgen voor voldoende draagvlak en een juiste samenwerking tussen alle partijen voorkomt dat mensen tussen wal en schip vallen en niet in beeld komen bij de telling.’

Nu gebeurt dat nog te vaak wel, aldus Ronja Bruijns-Shoblak, ervaringsdeskundig onderzoeker bij Hogeschool Utrecht. ‘Veel mensen zien zichzelf niet als dakloos, of worden door instanties niet als dakloos beschouwd. Dat herken ik. Toen ik zelf op straat stond, had ik eerst lange tijd niet door dat ik dakloos was. Toen ik uiteindelijk bij de gemeente aanklopte voor hulp, werd die geweigerd omdat ik te zelfredzaam zou zijn. Ook zij herkenden mij niet in het beeld van dakloosheid. De telling is een belangrijke stap in de erkenning van alle vormen van dak- en thuisloosheid, waardoor er passender beleid kan worden gemaakt.’

Structureel tellen

De resultaten van de derde ETHOS-telling worden op 8 oktober, twee dagen voor Wereld Dakloze Mensen Dag, gepresenteerd. Verschillende regio’s die aan de eerste twee telrondes hebben meegedaan, gebruiken de inzichten al volop bij het ontwikkelen van nieuw beleid en bij het aanpassen van bestaand beleid. Van Sermondt: ‘Gemeenten schrokken bijvoorbeeld van het feit dat 40% van de getelde mensen jonger is dan 28 jaar. We zien nu dat zij daarom meer dan voorheen inzetten op het realiseren van woonplekken voor dakloze gezinnen en jongeren.’

‘Ook geven professionals aan zich meer bewust te zijn van (dreigende) dakloosheid bij mensen die ze tegenkomen. Dat is belangrijk, omdat dit een eerste stap is voor het voorkomen en aanpakken van dak- en thuisloosheid.’ Veel gemeenten willen dat graag. Voor de telling van 2026 staan al 95 gemeenten in elf regio’s klaar. ‘Kansfonds en Hogeschool Utrecht streven ernaar de ETHOS-telling structureel te maken, en elke vier jaar uit te voeren in alle regio’s van Nederland. Zo kunnen we zien of nieuwe maatregelen effect hebben en dakloosheid afneemt.’

Bron Kansfonds

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#dakEnThuislozeMensen #ETHOSTelling #Kansfonds #RonjaBruijnsShoblak #WereldDaklozeMensenDag

ETHOS-telling - 57 gemeenten doen mee aan derde telling dak- en thuisloosheid - Boeddhistisch Dagblad

Op 8 en 10 april brengen onder andere gemeentelijke diensten, maatschappelijke opvangorganisaties, buurthuizen, kerken, woningcorporaties, zorginstellingen en boa’s dak- en thuisloze mensen in hun regio in kaart. Door de diversiteit aan telorganisaties ontstaat een vollediger beeld.

Boeddhistisch Dagblad

Burgemeester Schouten neemt boek in ontvangst over katholieke liefdadigheid

Op 5 februari 2025 nam de burgemeester van Rotterdam Carola Schouten het eerste exemplaar in ontvangst van De naoorlogse geschiedenis van katholieke liefdadigheid. Kansfonds en de betekenis van omzien naar elkaar. Dit boek van historicus Cees Willemsen beschrijft hoe zorg voor Rotterdamse burgers in nood met de verkoop van loten de afgelopen decennia uitgroeide tot een landelijke goededoelenorganisatie: Kansfonds. Als burgemeester van Rotterdam en voorheen minister van armoedebeleid en participatie was Carola Schouten de aangewezen persoon om dit boekwerk in ontvangst te nemen.

Armoede en dakloosheid uit Nederland verbannen

In het hele boek klinkt door hoe Kansfonds waarden als barmhartigheid en compassie door de jaren heen in een alledaagse mantel weet te gieten. En ook nu, bijna 70 jaar na haar oprichting, financiert het fonds nog steeds initiatieven die hulp bieden aan groepen mensen in kwetsbare situaties. Maar met haar maatschappijkritische programma’s onderzoekt het fonds ook oplossingen om armoede en dakloosheid helemaal uit Nederland te verbannen. Deze combinatie maakt dat sommige (sterk vergrijzende) kloosterordes en congregaties Kansfonds kiezen als vermogensbeheerder om hun goede werk voort te kunnen zetten.

De opgetekende geschiedenis begint allemaal bij de Rotterdammer Albert Bergers. Na het Duitse bombardement op Rotterdam in mei 1940 bekommert hij zich om de gewonden en dakloze mensen. Ook tijdens de wederopbouw gaat hij daarmee door en bouwt zijn particuliere fondswerving voor de katholieke EHBO in 1953 uit tot landelijke loterijen voor tal van goede doelen. De auteur laat zien hoe vanuit deze katholieke doelgroep een professionele organisatie werd opgebouwd, die steeds breder werd. De kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen van wederopbouw, vernieuwing, ontkerkelijking en diversiteit vroegen om steeds weer om een (her)bezinning op de katholieke identiteit.

Door de blik te richten op de ontvangers van donaties laat Willemsen zien welke keuzes Kansfonds maakte bij het vaststellen van de doelen die gesteund zouden worden. (In Rotterdam ondersteunt de organisatie o.a. Goud van Noord, stichting ROS en House of hope. Zie de website voor een volledige lijst van lokale projecten.) Voor het schrijven van deze culturele geschiedenis van de naoorlogse katholieke caritas putte Willemsen uit de omvangrijke archieven die ondergebracht zijn bij het Katholiek Documentatie Centrum aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Cees Willemsen is historicus en auteur van een twaalftal boeken over maatschappelijke instellingen. Hij promoveerde in 2022 aan de Radboud Universiteit op een geschiedenis van uitgeverij SUN. Erik Borgman is lekendominicaan en emeritus hoogleraar theologie aan Tilburg University. Hij publiceert met name over de actuele betekenis van geloof, christendom en kerk in onze cultuur en voor de hedendaagse samenleving. Uitgeverij Walburg Pers ISBN 9789464563887 Gebonden, 304 pagina’s, € 24,99 Bron Kansfonds

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#AlbertBergers #CarolaSchouten #CeesWillemsen #DeNaoorlogseGeschiedenisVanKatholiekeLiefdadigheid #ErikBorgman #Kansfonds #Rotterdam
#AlbertBergers #CarolaSchouten #CeesWillemsen #DeNaoorlogseGeschiedenisVanKatholiekeLiefdadigheid #ErikBorgman #Kansfonds #Rotterdam

Burgemeester Schouten neemt boek in ontvangst over katholieke liefdadigheid - Boeddhistisch Dagblad

De opgetekende geschiedenis begint allemaal bij de Rotterdammer Albert Bergers. Na het Duitse bombardement op Rotterdam in mei 1940 bekommert hij zich om de gewonden en dakloze mensen. Ook tijdens de wederopbouw gaat hij daarmee door en bouwt zijn particuliere fondswerving voor de katholieke EHBO in 1953 uit tot landelijke loterijen voor tal van goede doelen.

Boeddhistisch Dagblad

Straatarts Michelle van Tongerloo – ‘Ik zie de hele wereld in mijn spreekkamer voorbij komen’

Michelle van Tongerloo (39) is huisarts in Rotterdam-Zuid. Daarnaast werkt ze als straatarts in de Pauluskerk, een diaconaal centrum in de binnenstad. Ze biedt daar zorg aan dak- en thuislozen, verslaafden en mensen zonder geldige verblijfspapieren. Een pittige doelgroep die om een menselijke benadering vraagt. ‘Ik zag in dat ik als arts extreem mezélf moest zijn.’

In haar eerste maanden als straatarts doet Michelle geen oog dicht. De machteloosheid die haar overvalt in de spreekkamer van de Pauluskerk laat haar hoofd ’s nachts overuren draaien. Ze ziet verslaafde mensen voorbijkomen die met de maand verder vermageren. Die op straat in een scene van drank en drugs leven, en daar steeds dieper in verstrikt raken. Ze ziet mensen zonder geldige verblijfspapieren, jong en oud, met zwaar uit de hand gelopen ziektes, die na de operatie in het ziekenhuis gewoon weer op straat belanden. En ga zo maar door.

‘Als iemand geen thuis heeft, zorgt dat voor gigantisch veel lichamelijke en psychische ellende’, vertelt Michelle. ‘Dak- en thuisloze mensen missen een basis waarop ze kunnen bouwen. Het viel me in het begin enorm zwaar dat ik weinig voor deze mensen kan doen. De hulp die ik kan bieden is ‘pleisters plakken’, en hopen dat ze niet nog dieper in de ellende zakken.’

Web van handige contacten

In de vijf jaar die volgen vindt Michelle steeds beter haar weg in de wereld waarin ze als straatarts opereert. ‘Toen ik deze baan in 2017 overnam van een gepensioneerde arts, had ik geen idee wat het inhield om straatarts te zijn. En dat er zo’n groot netwerk achter schuilgaat.’ Naarmate haar contactenlijst groeide, kon ze meer betekenen voor haar patiënten. ‘Ik ken nu de plekken waar ik voor iemand een matrasje kan laten neerleggen en de verpleeghuizen die onverzekerde mensen tijdelijk opvangen. Ik weet inmiddels wat ik allemaal moet uitvragen bij cliënten om, naast hun medische probleem, in korte tijd een totaalbeeld te krijgen van hun levenssituatie. Om een voorbeeld te geven: als ik ontdek dat een man met kanker geen thuis heeft, ga ik kijken of hij ergens terechtkan na zijn chemo. Ik word er steeds behendiger in om ook dat soort zaken te regelen.’

Spiegel van de maatschappij

Ondanks de complexe consulten haalt Michelle veel voldoening uit haar werk als straatarts, dat ze een dag per week doet. ‘Je moet passen in dit vak, en ik pas hier. De doelgroep ligt me. Ik ben zelf ook een beetje ruw en nogal direct. Ik heb een tijd in Wassenaar gewerkt, daar paste ik duidelijk niet’, vertelt ze. ‘Nu zie ik de hele wereld in mijn spreekkamer voorbijkomen. Die diversiteit aan mensen en culturen geeft een diepere laag aan m’n leven. Daarbij weerspiegelen mijn patiënten de grote maatschappelijke problemen waarmee we als samenleving moeten dealen. Dat is pijnlijk om te zien, maar maakt mijn werk wel zeer de moeite waard.’

Schoen naar m’n hoofd

Lang niet alle patiënten kan ze helpen, en toch denkt Michelle veel te kunnen betekenen. ‘Veel van mijn patiënten zijn wantrouwend omdat hun hulpvraag al bij zoveel instanties is afgewezen. “Nee, we kunnen je niet helpen want je kruist niet helemaal de juiste vakjes aan.” Waar deze mensen behoefte aan hebben, is contact op menselijk niveau. Ik laat zien dat ik om ze geef. Ik heb geleerd om alle standaard communicatietechnieken van de opleiding te laten vallen. Iemand gooide hier ooit bijna een schoen naar m’n hoofd toen ik vroeg: ‘Wat doet het met je dat je geen huis hebt?’ Deze mensen prikken meteen door dit soort standaardvragen heen. Toen ik hier net begon, had ik veel boze patiënten in mijn spreekkamer. Maar ik kan nu oprecht zeggen dat ik nauwelijks meer frictie ervaar. Ik leerde de afgelopen jaren om mijn communicatiestijl helemaal af te pellen tot de kern. En daarin staat één vraag centraal: wat heb je nodig?’

Je moet passen in dit vak, en ik pas hier. De doelgroep ligt me. Ik ben zelf ook een beetje ruw en nogal direct.

Harde levenslessen in de Cariben

Die persoonlijke communicatiestijl, die ze ‘professionele nabijheid’ noemt, leerde ze op Sint Eustatius. Daar werkte ze van 2019 tot 2020 als arts. Een Nederlands eiland met slechts 3200 bewoners die samen een hechte community vormen. Het leek haar interessant om een tijd in het Caribisch gebied te werken. En met haar schat aan interculturele ervaring zou dat wel goedkomen, dacht ze.

Maar het liep anders. De cultuur, het geloof en de opvattingen binnen de community speelden een veel grotere rol in haar consulten dan ze vooraf kon inschatten. ‘Ik maakte de ene fout na de andere. Ik ben nog nét niet de zee ingejaagd toen ik met mijn eerste palliatieve patiënt over morfine begon. Die familie heeft me nooit meer aangekeken, want dat middel gebruiken zij absoluut niet. Op Sint Eustatius leerde ik dat luisteren de essentie is van mijn werk. En dat ik extreem mezelf moet zijn als arts. Dan zien mensen wie ik echt ben en dat ik wel degelijk om ze geef.

De kracht van een stilte

Die aanpak wierp zijn vruchten af. ‘Ik maakte steeds vaker echt contact met patiënten. Het zorgde voor een gemakkelijkere sfeer, waarin ik ook af en toe een stilte kon laten vallen. Daardoor vertelden ze me eerder wat ze nodig hadden. Als zorgverleners zijn we in Nederland zo gewend om ons te verschuilen achter protocollen. We werken te weinig vraaggericht. Terwijl patiënten vaak zelf de oplossing al in handen hebben. Vraag nou eerst eens: wat heb je nodig? En ja, soms is dat antwoord gewoonweg geld voor heel basale dingen als een kinderwagen, de energierekening of kinderopvang. Daarom geef ik dat tegenwoordig in sommige gevallen gewoon – van mijn eigen geld of van donaties die mensen doen. Zowel in de Pauluskerk als in mijn huisartsenpraktijk in Rotterdam-Zuid, waar ook veel armoede heerst. Daar was ik voor mijn tijd op Sint Eustatius nooit opgekomen.’

Anoniem in Rotterdam

‘Mijn leven op Sint Eustatius was in meerdere opzichten een omslagpunt. Ik ervaarde hoe het is om in een hechte community te leven, waarin iedereen voor elkaar zorgt. In Rotterdam kun je anoniem zijn, op Sint Eustatius niet. Dat haalde me helemaal uit mijn comfortzone. Je kent elkaar allemaal, op enige manier. Dus ook de klusjesman die je wasmachine komt repareren. Ik voelde daardoor altijd de verplichting om een praatje maken. Ondertussen maakte ik me ook zorgen of mijn kinderen zich wel gedroegen en of mijn huis wel schoon genoeg was – verhalen gaan daar rond als een lopend vuurtje.’

‘In het begin raakte ik er flink gestrest van, maar na een half jaar verdween dat. Ik zag in hoe individualistisch we hier in Nederland leven. En wat voor problemen dat veroorzaakt. Goed samenleven is vragen wat je buurvrouw nodig heeft. En haar daar vervolgens ook bij helpen. Die behulpzaamheid gaan we de komende tijd hard nodig hebben. Door de uitgeklede verzorgingsstaat en economische crisis is zorgen voor elkaar noodzakelijker dan ooit.’

Bron  https://www.kansfonds.nl/artikelen/verhalen/ik-zie-de-hele-wereld-in-mijn-spreekkamer-voorbij-komen/

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#eenDiaconaalCentrum #Kansfonds #MichelleVanTongerloo #Pauluskerk #samenleven #straatarts #zorg
#eenDiaconaalCentrum #Kansfonds #MichelleVanTongerloo #Pauluskerk #samenleven #straatarts #zorg

Straatarts Michelle van Tongerloo - ‘Ik zie de hele wereld in mijn spreekkamer voorbij komen’ - Boeddhistisch Dagblad

Lang niet alle patiënten kan ze helpen, en toch denkt Michelle veel te kunnen betekenen. ‘Veel van mijn patiënten zijn wantrouwend omdat hun hulpvraag al bij zoveel instanties is afgewezen. “Nee, we kunnen je niet helpen want je kruist niet helemaal de juiste vakjes aan.” Waar deze mensen behoefte aan hebben, is contact op menselijk niveau. Ik laat zien dat ik om ze geef. Ik heb geleerd om alle standaard communicatietechnieken van de opleiding te laten vallen.

Boeddhistisch Dagblad

#Kansfonds | 09-10-2024 |

- Resultaten tweede ETHOS telling: veel verborgen dakloosheid onder vrouwen en kinderen -

"Anders dan vaak wordt gedacht leeft de grootste groep niet op straat of in een opvang voor dakloze mensen. De meeste dakloze mensen verblijven bij vrienden of familie, op een camping, in een antikraakpand, een schuur of in een auto. Niet alleen volwassenen, maar ook kinderen leven in onwenselijke omstandigheden."

#dakloosheid #HogeschoolUtrecht

https://www.kansfonds.nl/programmas/telling/resultatenethostelling/

Resultaten tweede ETHOS telling: veel verborgen dakloosheid onder vrouwen en kinderen - Kansfonds

Het aantal dak- en thuisloze personen in 55 gemeenten in de regio’s Breda, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, Gelderland-Zuid en West-Friesland is hoog. In totaal zijn 6063 dak- en thuisloze mensen geteld. Opvallend is dat van de getelde volwassenen een derde vrouw is. Zij verblijven vaak met hun kind(eren) bij familie of vrienden, in een tijdelijke opvang of in een vakantiewoning of stacaravan. Dat blijkt uit de tweede Nederlandse ETHOS-telling dak- en thuisloosheid van Hogeschool Utrecht en Kansfonds.

Kansfonds