Aan de ene kant, aan de andere kant ...
Misschien, maar ...
Je zou, al is ...
Ik schrijf van nature erg in voors en tegens, nuance, voorbehouden, grijstinten. Hoe voorkom je dat je té voorzichtig schrijft? Heb jij daar trucs voor?
En is het eigenlijk goed om altijd stellig te klinken?
‘Buon appétito’ heb ik dankzij een pizzadoos heel lang geroepen, maar nu is er weer een ander mooi net-niet-goed exotisch eet smakelijk opgedoken.
-gebreid gestofzuigd, bedoelde ik, maar toch leuk dat de telefoon ‘de tent uitvechten’ kent, al zou daar nog een spatie bij moeten.
#taal #NederlandsAls ik dit van
@ewoudsanders eerst had gelezen, had ik naar een mandarijntje gegrepen in plaats van naar een zak paprikaribbelchips.
https://ivdnt.org/actueel/columns/woordhoek/mandarijntje-sinaasappel/
Mandarijntje
Het mandarijntje is vooral in deze tijd van het jaar een veel gegeten vrucht. Maar hoe komen wij aan het woord mandarijntje?
Instituut voor de Nederlandse TaalIk heb de poes afgenomen met een nat doekje.
Een mooi voorbeeld van een synchroniem (een woord dat via verschillende wegen tegelijkertijd opduikt). In dit geval een naam: ik schreef 'Beste Astrid W...' en tegelijkertijd komt er een pushbericht dat
@astridislief me is gaan volgen. (Of bestaat er een geheim netwerk van Astrids?)
Nieuw medium, dus nieuwe plek om te miepen over de vermaledijde kookinstructie ‘ris de tijm’.
Vraag: welke bevooroordeelde perspectieven kun je in teksten tegenkomen? Denk aan: het Randstedelijke perspectief, de Nederlandse blik die Vlaanderen negeert, de hoogopgeleide of de autochtone bril. Waar gaat het nog meer mis? Welke oogkleppen hebben schrijvers op?