#talkshow #politiek
https://www.linkedin.com/posts/jandriessen_niet-alles-wat-roept-is-nieuws-de-journalistiek-activity-7438846705481003008-dgET?utm_source=share&utm_medium=member_desktop&rcm=ACoAAAEF4bkBsQ4_R-dg0tezyaBOPzl0qkZl7-0

Niet alles wat roept is nieuws. De journalistiek moet weer durven kiezen wat écht nieuws is Toen ik in de jaren tachtig parlementair verslaggever was op het Binnenhof, was nieuwsconsumptie nog… | Jan Driessen | 243 comments
Niet alles wat roept is nieuws. De journalistiek moet weer durven kiezen wat écht nieuws is Toen ik in de jaren tachtig parlementair verslaggever was op het Binnenhof, was nieuwsconsumptie nog schaars en overzichtelijk. Een paar verslaggevers. Eén tv-camera. De premier die geduldig wachtte tot de videotape was gewisseld. Pas ’s avonds zag Nederland in Den Haag Vandaag of het Achtuurjournaal wat er die dag was gebeurd. De volgende ochtend las je de analyse in de krant. Dat gaf iets wat we tegenwoordig grotendeels kwijt zijn: ordening. Journalisten deden drie dingen: waarheidsvinding, context en selectie. Wij filterden de ruis en maakten zichtbaar wat er werkelijk toe deed. Vandaag is het medialandschap totaal versnipperd. Politiek speelt zich live af op miljoenen telefoons, in talkshows en op sociale media. Geruchten, meningen, feiten en leugens lopen voortdurend door elkaar. Juist daarom is de verantwoordelijkheid van serieuze journalistiek groter dan ooit. Maar daar gaat het mis. Te vaak zien we dat ook gevestigde journalistiek meegaat in de aantrekkingskracht van de dagelijkse gekte. Het incident wordt opening van de krant. De rel verdringt de inhoud. Een pijnlijk voorbeeld: het Achtuurjournaal dat de ophef over het vertrek van Mona Keijzer bij BBB voorrang geeft boven de presentatie van een nieuw kabinet. Natuurlijk is zo’n vertrek nieuws. Maar dat het belangrijker wordt geacht dan de vorming van een regering zegt veel over de incidentenverslaving van dit moment. Of neem de talkshowcultuur. Onbeduidende types met extreme of nauwelijks onderbouwde ideeën krijgen daar een nationaal podium, niet omdat hun verhaal journalistiek relevant is, maar omdat het ophef oplevert. Tegelijk schuiven serieuze journalisten zelf steeds vaker aan in programma’s waar opinie, entertainment en journalistiek door elkaar lopen. Het gevolg is voorspelbaar. De schreeuw wint van de nuance. Het incident wint van de inhoud. Met als wekelijks ritueel dieptepunt: Geert Wilders die elke dinsdag voor tientallen camera’s kritiekloos zijn ingestudeerde oneliners mag poneren. De journalistiek legitimeert zo zelf de schreeuwers. In een versnipperd medialandschap wordt de klassieke opdracht van journalistiek alleen maar belangrijker: controleren, duiden en context geven. Maar er komt een vierde taak bij: normeren. Niet partij kiezen. Wel duidelijk maken wat feit is en wat fictie. Wat relevant is en wat vooral lawaai maakt. Dat vraagt journalistieke moed. Vaak betekent dat: geen podium geven. Niet elk incident uitvergroten. Niet elke provocatie behandelen alsof het een nationale crisis is. In een tijd waarin informatie overal is, zoeken mensen niet méér prikkels. Ze zoeken overzicht. Betekenis. Als de journalistiek die rol niet pakt, wordt het publieke debat een kakofonie en verdwijnt het vertrouwen. Maar als ze dat wél doet, kan ze weer worden wat ze ooit was: niet de megafoon van de waan van de dag, maar het kompas dat helpt de werkelijkheid te begrijpen. | 243 comments on LinkedIn