Het museum van Oudenburg
Het Romeinse fort Oudenburg rond 325 na Chr.In de jaren zeventig van de tweede eeuw na Chr. plunderden Chauken (*Hauhae ofwel “hooghemers”, zeg maar de bewoners van de wierden in Groningen) het Vlaamse kustgebied. Daar woonden de zogeheten Menapiërs: een oeroude naam die de Romeinen bleven gebruiken voor de bewoners van een gemeente die ze bestuurden vanuit Doornik. We zouden niets van de Chaukische plundertocht hebben geweten als de Romeinse generaal die tegenmaatregelen trof, Didius Julianus, in 193 niet een paar weken keizer zou zijn geweest, waardoor we beschikken over zijn biografie. Er waren al wat forten langs de Noordzee, maar nu maakten de Romeinen echt werk van de kustverdediging. In deze context moeten we het fort plaatsen van Oudenburg.
Een fort uit de vierde eeuw
Het plaatje hierboven toont hoe het er uitzag in de vierde eeuw: een zes meter hoge muur die inmiddels was opgetrokken uit steen, een brede gracht en torens waarop de soldaten geschut konden plaatsen. Binnen de muren waren een badhuis, een lazaret, een stafgebouw, werkplaatsen, voorraadschuren, een huis voor de commandant en de gebouwen waar de soldaten overnachtten. Er leefden ook vrouwen in het fort, maar hun status is onduidelijk.
Menapisch varkenOmdat in het laatantieke leger de grens tussen soldaat en boer wat anders lag dan voordien, moeten we ook buiten het fort kijken, waar de soldaten schapen, runderen en varkens hielden. Ik vond het leuk een schedel te zien van een Menapisch varken, dat in de Oudheid gold als delicatesse. Er loopt een project om het smakelijke dier terug te kruisen. Buiten het fort waren natuurlijk ook de grafvelden.
Verder was er een haventje dat via een vaargeul toegang bood tot de Noordzee. Daar zullen ook wel de importgoederen zijn gearriveerd die de archeologen hebben opgegraven, zoals cipollino-marmer uit het verre Griekenland en armbanden uit Britannië. Andere armbanden kwamen uit het Donaugebied en kunnen zijn meegenomen door rekruten of kooplieden die langs de Rijn naar de Noordzee kwamen.
Laatantiek glasLate Oudheid
De reconstructie hierboven is te zien in het Romeins Archeologisch Museum van Oudenburg, dat om diverse redenen een bezoek waard is, niet het minst omdat het zich concentreert op de Late Oudheid. Men had ook kunnen focussen op de beginperiode van dit fort, tussen pakweg 175 en 235, en zo aansluiting kunnen zoeken op de meer vertrouwde klassieke periode van de Romeinse geschiedenis. Gelukkig heeft men die keuze niet gemaakt, want de tijd voor de Crisis van de Derde Eeuw is elders al afdoende gedocumenteerd en de Late Oudheid is Oudenburgs unique selling point.
De bezoeker ziet dus een Romeinse wereld die nét even anders en nét even spannender is dan die in andere grensforten, zoals Utrecht of de Saalburg. De vondsten documenteren dat in Oudenburg, waarvan de antieke naam niet bekend is, zo’n vijfhonderd soldaten waren gestationeerd, zowel ruiters als infanterie. Wie vertrouwd is met het leger van de tweede eeuw, herkent wel het een en ander, maar de wapens zijn dus nét wat anders. Het museum noemt bijvoorbeeld de plumbata waarover Robert Vermaat hier eens heeft geblogd. En wie vertrouwd is met Romeinse opvattingen over het leven na de dood, zal constateren dat in de vierde eeuw de aloude crematies waren vervangen door begravingen. Het museum toont de skeletten van drie jongemannen uit de periode tussen 350 en 430.
De graven van drie jongemannenWat ik miste waren de nieuwkomers in de regio. Laten we die maar Germanen noemen. Dat waren soms vijanden: in het even verderop gelegen Aardenburg is het skelet te zien van iemand die te dicht bij de Romeinse wapens kwam. Maar het waren ook kolonisten, op zoek naar land, en mannen die dienst namen in de Romeinse legers. Over hen had ik iets meer willen weten. Heb ik iets over het hoofd gezien?
Museum
Het is een heel fijn museum, maar ik vond het wat deprimerend dat ik afgelopen dinsdag de enige bezoeker was. Echt spectaculaire vondsten zag ik er niet: wat elegant aardewerk, wat metaalvondsten, een muurfragment, een bijl waarvan ook een stuk van de houten steel bewaard was gebleven. Van alles wat.
Venus PudicaEen beeldje van een naakte vrouw wordt door het museum getypeerd als Venus. Ze heeft inderdaad de pose van een beroemd standbeeld van die godin, maar het zette me aan het denken. Ik ben er vrij zeker van dat als archeologen een afbeelding van een naakte vrouw zouden aantreffen in een kazerne uit de tweede helft van de twintigste eeuw, ze zouden concluderen dat ze de pornoplint hadden opgegraven. Bij mij kwam daarom de vraag op waarom archeologen iets dat in een twintigste-eeuwse context geldt als pornografisch, in een Romeinse context typeren als religieus. Is dat archeologische preutsheid? Is dat een vooroordeel over onszelf en over de Romeinen? Kunnen archeologen überhaupt onderscheid maken tussen een afbeelding die religieus functioneert en een afbeelding die is bedoeld om te prikkelen? Of zeggen deze vragen vooral iets over mijn eigen tijd onder de wapenen?
Terug naar de expositie. Die loopt door naar de Middeleeuwen, toen de heilige Arnold van Soisson in Oudenburg werd vereerd. De stenen van het aloude fort werden opnieuw gebruikt om een kerk en een abdij te bouwen. Het museum is gevestigd in een deel van die abdij.
Arnold van SoissonsIk kan me voorstellen dat mensen niet opgewonden raken van “een museum vol opgegraven potten en pannen”, maar de heel goede uitleg maakt een bezoek aan het Romeins Archeologisch Museum erg de moeite waard. En natuurlijk is er geen museum waar je niet een voorwerp ziet dat je nooit eerder zag, zoals een borstkolf en de polsbeschermer van een leerbewerker.
Bereikbaarheid
Het museum is, voor wie geen auto heeft, wat moeilijk bereikbaar. Ik heb overnacht in Oostende en ben met de fiets naar Oudenburg gereden, maar er rijdt ook een bus vanuit Brugge.
#ArnoldVanSoissons #België #Chauken #Menapiërs #Oudenburg #RomeinsArcheologischMuseum #RomeinsLeger #varken



