Ach aanschouw de lammeren nu toch lurken
Aan haer vers geschorven moders
Ende hoe de jonghe zwanen
Donzen in de zachte sloot
Ende hoe de zwoele wind de wolken waeit
Tot pasgewassen lochten
Kan iet schoonders dan het schoon is
Kan iet groter sijn, dan groot
Ende voel de horsta nu toch lonken
Haer knoppen staen op bersten
Den nieuwen riede drinct ghulsich water
Uut die smalle vaart
Kan iet frisscher dan het fris is
Wulpscher dan het wulpst
Ach ic ben goddanc dus noch een keer
Een jonge lente waard
Ende zie de irissen nu toch pronken
Met haer stamperen als coralen
Een varen rolt haer blaren
Als een leguanentonghe
Ende zie de veulens nu toch wankelen
Ende de voghelen naer haer nesten
Kan iet verser dan het vers is
Kan iet jongher sijn dan jong
Zie hoe die sonne een scherpe schaduw treckt
Onder die wijde wilgen
Die puppies rennen rondjes
Bijtende naer haer eyghen staert
Kan iet leukscher dan het leuc is
Jeugdigher dan jeughdelijc
Ach ic ben goddanc dus noch een keer
Een jonge lente waard
Dit is soe schoon
Het is om te weenen soe schoon
Schoon
Om te weenen soe schoon
Ende nu die wingerd sich wellustich
Ende die onkruyt onbezonnen
Ende ic mezelf aftel
Van volwassen naar bejaert
Wordt het groener dan het groen was
Nu ic grijser dan ic grijs ben
Ach ic ben goddanc dus noch een keer
Een jonge lente waard
Schoon
Het is om te weenen soe schoon
Schoon
Om te weenen soe schoon
Ende als vannacht die open hemel
Die sterren strac laet stralen
Ende ic buten op mijn rugge ligge
Starende naer het firmament
Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwigh