De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius

Arcadius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Dit is het tweede van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

706 SE. ≡ okt. 394/sept. 395

…… terwijl de keizer [Theodosius] met het Romeinse leger in de westelijke gebieden was en Eugenius zich … (?).

In de oostelijke gebieden van het Romeinse Rijk veroorzaakten de Hunnen onrust en staken … en Sofene en Mesopotamië over, waarna ze naar Galatië trokken. Deze ramp vond plaats in … in de tijd van Theodosius in zijn tweede regeringsjaar, dat was het jaar 706.

Theodosius regeerde zeventien jaar en enkele maanden, waarna de regering werd overgenomen door zijn zonen Arcadius en Honorius.

Commentaar
In september 394 had Theodosius I zijn rivaal Eugenius aan de rivier de Frigidus verslagen; met het leger bevond hij zich in Milaan. Daar overleed hij begin januari 395, na een regering van zeventien jaar minus twee dagen. Desondanks klopt de bewering dat hij zeventien jaar en enige maanden regeerde, want de samensteller neemt als Theodosius’ eerste jaar het hele jaar waarin zijn regeringsbegin viel, d.w.z. de periode van 1 oktober 377 tot en met 30 september 378. Zijn zeventiende jaar loopt dus tot en met 30 september 394, en daar voegde Theodosius dus nog wat maanden aan toe.

Ik vermoed dat de keizer wiens tweede regeringsjaar het was, feitelijk Honorius was. De leiders van de Hunse invasie van Anatolië waren Basich en Kursich.

693 SE. ≡ okt. 381/sept. 382

Arcadius regeerde sinds het jaar 693 en regeerde dertien jaar samen met zijn vader, waarna hij na de dood van zijn vader alleen regeerde. Zelf bestuurde hij het oosten en zijn broer het westen.
………
Tijdens het bewind van Arcadius was het bisdom van Johannes …… Ook Theodosius, de bisschop van …, daarna was er een bisschop ……
………
Toen Arcadius acht jaar na zijn vader had geregeerd, besteeg ook zijn zoon Theodosius II de troon. Hij was nog een kleine jongen …… Honorius was nog in leven en regeerde nog in de westelijke gebieden. Honorius regeerde achtentwintig jaar.

Commentaar
De keizer die achtentwintig jaar regeerde, kan alleen Arcadius zijn. De slecht bewaarde kerkelijke informatie zou kunnen verwijzen naar Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel, en naar Theodotus van Antiochië, de patriarch van Antiochië.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Arcadius #bronnenuitgave #Eugenius #Honorius #Hunnen #JohannesChrysostomos #MaronitischeWereldkroniek #TheodosiusI

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

De voornaamste erfenis, en de reden waarom de Romeinen deel uitmaken van de Europese canon, is echter een andere: bescheidenheid. De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee te erkennen dat ze hadden geleerd van andere beschavingen. Ze erkenden het wezenlijk andere. Die bescheidenheid gaven ze door aan het middeleeuwse christendom, dat erkende te staan op de schouders van reuzen, aan de Renaissance en aan het latere Europa. Met een woord van Rémi Brague is bescheidenheid Europa’s “Romeinse weg”.

De kerstening, gesymboliseerd door de doop (Ravenna)

De kerstening

Periode: 96-1000

Het christendom ontstond als joodse sekte, raakte van de andere joden afgesplitst, deed Grieks-Romeinse filosofische bagage op, werd van tijd tot tijd en van stad tot stad vervolgd, tot de keizers Licinius en Constantijn het begin vierde eeuw erkenden als toegestane godsdienst. Tegen het einde van die eeuw was de Romeinse elite, die wist uit welke hoek de wind waaide, overgegaan tot het christendom en langzaam verspreidde het geloof zich.

In de vijfde eeuw begon missionering buiten het Romeinse Rijk (Saint Patrick, Ierland), de post-Romeinse elite werkte samen met de kerk (Clovis, Gallië) en later namen de vorsten in de noordelijke en oostelijke periferie het geloof aan (Harald I van Denemarken rond 965, Vladimir I van Kyjiv 988, Stefanus I van Hongarije 1000).

Goudschat van de Avaren (Nationaal Museum, Boedapest)

De Avaren

Periode: 560-803

Alternatief: de Hunnen (433-469)

Al in de IJzertijd bestond er een geleidelijke migratie van nomadische veetelers vanuit het droge Manchurije en Mongolië over de Altai naar de vochtigere steppe van het huidige Oekraïne. De migrerende groepen zijn bekend onder allerlei namen: Kimmeriërs, Skythen, Sarmaten. Steeds als het klimaat verslechterde, kwamen migranten westwaarts. De golf die in de late vijfde eeuw kwam opzetten diende zich aan als de Hunnen en later als de Avaren.

De meeste van deze groepen desintegreerden al snel, maar het rijk van de Avaren bleef een kwart millennium bestaan. Hun aanwezigheid blokkeerde de landweg tussen het oostelijk en westelijk deel van de Laat-Romeinse wereld. West-Europa raakte gescheiden van het Byzantijnse Rijk.

Inscriptie over waterwerken in Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Het emiraat van Córdoba

Periode: 711-1039

De Arabische veroveringen begonnen rond 630 en al begin achtste eeuw viel het post-Romeinse Rijk van Toledo. Niet veel later staken de Arabieren de Pyreneeën over, waar ze een ander post-Romeins rijk, dat van de Merovingen, destabiliseerden. De Merovingische generaal Karel Martel versloeg een Arabisch leger bij Poitiers (732), wat zijn familie het prestige gaf om de macht benoorden de Pyreneeën over te nemen. Zo ontstond de dynastie van de Karolingen, met een ideologie dat zij het christelijke Europa belichaamde, kampend tegen de Saracenen.

Een Arabische burgeroorlog maakte niet veel later een einde aan de expansie en het Iberische Schiereiland scheidde zich af van het Kalifaat. Dit emiraat van Córdoba zou eeuwenlang een van de voornaamste contactpunten zijn tussen de Arabische en West-Europese cultuur.

Een kopiist aan het werk

De Karolingische Renaissance

Periode: Vanaf 795

In 795 dicteerde Karel de Grote de circulaire die bekend is komen staan als de Brief over het cultiveren der letteren. Hiermee organiseerde hij het onderwijs in zijn rijk. In dezelfde tijd begonnen klerken in abdijen op grote schaal antieke teksten te kopiëren. Zo stelden ze het Griekse en Romeinse literaire erfgoed, voor zover nog aanwezig, voor latere generaties veilig.

Het doel van dit cultureel reveille was het opvoeden van de bevolking in christelijke deugden, maar ook teksten van heidense schrijvers werden gekopieerd. Zonder de Karolingische Renaissance zouden wij de Romeinse wereld nauwelijks kunnen kennen.

De Europese canon…

… vervolgt met de verantwoording van de Europese canon, en wordt vervolgd met een blogje over de Volle Middeleeuwen. U blijft op de hoogte van deze reeks (en van alle blogjes) via het WhatsAppkanaal.

1-56-1011-1516-2021-2526-3031-3536-4041-4546-50 #Avaren #Clovis #ConstantijnDeGrote #emiraatVanCórdoba #EuropeseCanon #HaraldIVanDenemarken #Hunnen #IerseMonniken #KalifaatVanBagdad #KarelDeGrote #KarelMartel #KarolingischeRenaissance #kerstening #Kimmeriërs #Licinius #Merovingen #Oekraïne #RémiBrague #RijkVanToledo #Sarmaten #SintPatrick #Skythen #slagBijPoitiers #StefanusIVanHongarije #VladimirIVanKyjiv

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Je verwacht dat Cunliffe er een prachtboek van kan maken. De Oxford-archeoloog heeft in het verleden immers prachtige syntheses geschreven over bijvoorbeeld de Kelten en charmante monografieën als die over Pytheas van Marseille. Maar dit keer werkt het niet. O zeker, het boek is prachtig vorm gegeven. De foto’s tonen talloze voorwerpen en opgravingen uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie die wij anders nooit zouden zien. Alleen al daarom is The Scythians geen miskoop. Ik had echter moeite om het boek uit te lezen. Het boeit niet voldoende.

Skythisch paardenbeslag in de vorm van een vis (Nationaal Museum, Boekarest)

Vaste punten in een nomadenlandschap

Het ligt niet aan de stof. De Skythen, zoals de “golf” heette die de Kimmeriërs vooruit joeg, vormen een fascinerend thema. Ze beheersten het gebied van Oezbekistan tot en met Oekraïne tussen pakweg 750 en 200 v.Chr. en werden ingehaald door de “golf” van de Sarmaten. De meeste mensen waren nomaden, maar dat ze hun kudden verweidden wil niet zeggen dat ze voortdurend onderweg waren. Tot de vaste punten in het landschap behoorden enorme handelsnederzettingen, waar ook ambachtslieden werkten. Ook waren er koninklijke graven, waar rituelen plaatsvonden en waar grote groepen arbeiders doorlopend aan het werk waren. Deze teams van bouwvakkers en grondwerkers waren zo goed als sedentair.

De Skythische koningsgraven zijn vanaf de negentiende eeuw onderzocht en in de twintigste eeuw gebeurde dat ook heel professioneel; de communistische archeologie was lange tijd de geavanceerdste die er was. We beschikken over menselijk materiaal (skeletten maar ook getatoeëerde huid), houten voorwerpen en textiel. Allemaal zaken die in het Mediterrane gebied zeldzaam zijn. De aandacht wordt echter vooral getrokken door het vele goud, dat echt schitterend is bewerkt. Denk aan afbeeldingen van griffioenen, ruiters, herten en krijgers. We weten voldoende van de samenleving om iets van de religie te kunnen reconstrueren, om de krijgskunst te begrijpen, om het nomadische jaarritme te doorgronden en om te weten dat de rollen van man en vrouw vloeiend waren. (De Grieken meenden dat de Amazones leefden bij de Skythen.)

Portret van een krijger (Nationaal Museum, Tasjkent)

Clusteren en herclusteren

Het idee dat er, ondanks golven van seizoensmigratie, hele volksverhuizingen plaatsvonden op de Euraziatische steppe, is sinds kort redelijk onderbouwd: DNA-onderzoek waarop een van de vaste lezers van deze blog me attendeerde, toont dat er in de periode tussen 750 en 200 v.Chr. een toename is van oostelijke haplogroepen. Dat sluit vanzelfsprekend niet uit dat nomaden die al door het gebied zwierven, zich met die immigranten hebben vermengd. Zo zijn de steppenomaden altijd geweest: groepen clusterden, vielen uiteen en herclusterden. Als modieuze onderwerpen als DNA en gender ook belangrijke en relevante onderwerpen zijn, zou een boek over de Skythen eindeloos boeiend moet zijn. Het lukt Cunliffe echter niet werkelijk.

[Wordt vervolgd]

#Alanen #Avaren #BarryCunliffe #gender #griffioen #Hunnen #Kazachstan #Khazaren #Kimmeriërs #Kozakken #Magyaren #Manchurije #Mongolen #nomadisme #Oekraïne #Oezbeken #Oezbekistan #Rusland #Sarmaten #Skythen #Tataren #transhumance #verweiding

@telepolis
Die #Römer geschwächt durch eine jahrzehntelang andauernde #Pandemie, die #Hunnen waren quasi aggressive Klimaflüchtlinge auf der Suche nach guten Lebensräumen für sich... So hab ich den Untergang des römischen Reiches noch gar nicht gesehen bzw. von der Pandemie hatte ich noch gar nichts gewußt.
Danke für den Geschichtsunterricht, der mal gegen den Strich gebürstet ist.

#Geschichte #römischesReich

De gesel Gods (6)

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Voorlaatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde het begin van de veldslag op de Catalaunische Velden.]

De anekdote over de stroom bloed waarmee het vorige stukje eindigde oogt onwaarschijnlijk, maar zwaardwonden zijn over het algemeen vrij groot en antieke veldslagen lijken buitengewoon bloedig te zijn geweest. Als er ook nog paarden zijn doodgebloed, is er geen enkele reden om te twijfelen aan Jordanes’ macabere beschrijving.

Het landschap is licht glooiend en toen de Visigotische en Romeinse ruiters hun tegenstanders achternazetten, raakten ze het contact met de Hunnen kwijt, bijvoorbeeld door aan de andere zijde langs een heuvel te rijden. Bij het vallen van de avond bleken ze het kamp van de Hunnen te zijn gepasseerd. Thorismund, de zoon van de gesneuvelde Visigotische koning Theodorik, reed in de nacht argeloos het kampement van zijn vijanden binnen en werd maar met moeite door zijn volgelingen bevrijd. Het woord is opnieuw aan Jordanes (in de vertaling van Hein van Dolen).

Bij het aanbreken van de volgende dag zagen de Romeinen dat de velden met lijken waren bezaaid en dat de Hunnen niet durfden uit te breken. Daarom beschouwden zij zich als overwinnaars, ofschoon ze beseften dat Attila pas na een definitieve nederlaag de strijd zou staken. Ondanks de genadeslag had hij de moed niet opgegeven, maar hij liet de wapens kletteren en op de krijgstrompetten blazen om te dreigen met een aanval. Hij gedroeg zich als een leeuw die door jachtspiesen is doorboord en vóór de ingang van zijn hol op en neer loopt. Toespringen durft hij niet, maar tegelijk schrikt hij de omstanders onophoudelijk af met zijn gebrul.

Zo joeg de in het nauw gedreven, van strijdlust bezeten vorst zijn overwinnaars angst aan. Met het oog hierop verzamelden de Visigoten en de Romeinen zich om te overleggen wat ze met de verslagen Attila aan moesten. Ze besloten hem door een belegering af te matten omdat hij niet over een voedselvoorraad beschikte, terwijl hij vanwege de regen aan pijlen die door de boogschutters de palissaden van zijn kamp in werden afgeschoten, onmogelijk kon aanvallen. Er wordt verteld dat de koning ondanks de wanhopige situatie tot op het laatst moedig standhield en een brandstapel van paardenzadels had laten oprichten om zich in de vlammen te werpen als de vijanden op hem zouden losstormen. Want hij gunde niemand het genoegen hem te verwonden, en als heerser over zoveel volken wilde hij niet in de handen vallen van zijn tegenstanders.

Thorismund wilde de dood van zijn vader wreken en het kamp van de Hunnen bestormen, maar Aetius hield hem tegen. Nu de vijand was verslagen, moest de generaal diplomaat zijn en denken aan de toekomst. Zou Thorismund zijn zin krijgen, dan zou deze een te grote reputatie verwerven en misschien het Romeinse oppergezag niet meer erkennen. Ook de Hunnen konden nog eens nuttig zijn. Dus suggereerde Aetius zijn bondgenoot dat hij naar Aquitanië moest terugkeren voordat zijn broers zich meester hadden gemaakt van de troon.

Toen ook de Franken waren teruggekeerd, kon de Romein onderhandelen met de leider der Hunnen, die zoveel gezag had verloren hij moeite zou hebben zijn federatie bijeen te houden. Rome kon hem daarbij helpen en als Attila dat aanbod eenmaal had aangenomen, zou hij verstrikt raken in het netwerk der Romeinse diplomatie en geleidelijk worden ingekapseld: een beproefde methode om van vijanden bondgenoten te maken. De latere Byzantijnse diplomatie zou in deze sporen treden.

[Wordt morgen afgerond]

#Aetius #Attila #CatalaunischeVelden #Franken #Frankrijk #Gallië #Hunnen #Jordanes #Visigoten #warLord

De gesel Gods (5)

Catalaunische Velden, waar Aetius het opnam tegen Attila

[Vijfde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot Attila’s inval van Gallië in 451 na Chr. Hij had niet al zijn doelen kunnen bereiken en zocht een plaats om slag te leveren tegen een coalitie van de Romeinen en hun Germaanse bondgenoten, geleid door generaal Aetius.]

Attila meende dat hij een goed slagveld had gevonden op de eindeloze grasvlakte tussen het huidige Troyes en Châlons-en-Champagne: de Catalaunische Velden. Alles draaide om het bezetten van een heuvelrug. Als de soldaten van de Romeinse coalitie die als eersten bezetten, zouden hun bogen een draagwijdte krijgen waarmee ze gelijk kwamen aan de Hunnen; omgekeerd, als Attila’s krijgers de heuvelrug bezetten, dan restte de tegenstanders niets anders dan de aftocht. Jordanes, die in de zesde eeuw een Geschiedenis van de Goten schreef, doet verslag van de veldslag die hier op 20 juni 451 plaatsvond. De fragmenten zijn vertaald door Hein van Dolen.

Theodorik bezette met de Visigoten de rechtervleugel en Aetius met de Romeinen de linker. Ze lieten Sanguibanus in het midden plaatsnemen (hij was de aanvoerder van de Alanen). Dat gebeurde uit strategische voorzorg om de man in wiens moed zij weinig fiducie hadden door een massa getrouwen te omringen. Immers, wie nauwelijks kans krijgt te vluchten, strijdt noodgedwongen mee.

Kroon uit het graf van een Hunnenleider (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Dit waren niet alle troepen uit de coalitie. Het is bekend dat helemaal links Franken en Bourgondiërs stonden.

Aan de andere kant waren de gelederen van de Hunnen zo geplaatst dat Attila en zijn dapperste krijgers zich in het midden bevonden. Met deze opstelling had de koning zijn eigen veiligheid voor ogen omdat de positie te midden van het volk hem beschermde tegen het dreigende gevaar. De talrijke volken en allerlei stammen die hij aan zich had onderworpen, bezetten de vleugels. Onder hen blonk het leger van de Ostrogoten uit, dat onder bevel stond van de broers Valamir, Theodemir en Videmer […]. De wijdvermaarde koning van de Gepiden, Ardarik, was met een ontelbare schare ook van de partij. Vanwege zijn voorbeeldige toewijding aan Attila werd hij gekend in diens plannen. Want Attila had met zijn vooruitziende blik een afweging gemaakt en hij was op hem en Valamir, de koning van de Ostrogoten, meer gesteld geraakt dan op de andere leiders. Valamir kon namelijk geheimen voor zich houden, had een fluwelen tong en was heel gewiekst, terwijl Ardarik, zoals gezegd, zijn goede naam dankte aan zijn trouw en beleid. Op hen kon Attila met een gerust hart rekenen wanneer ze tegen hun stamgenoten, de Visigoten, zouden strijden. Alle andere koningen – als we hen zo mogen betitelen – en de hoofden van verschillende stammen bedienden Attila slaafs op zijn wenken. Zodra hij maar met de ogen had geknipperd, stond iedereen hem zonder morren en met angst en beven terzijde. Zonder mankeren werd elk van zijn bevelen uitgevoerd.

Toen de strijd losbarstte, slaagden de soldaten van de Romeinse coalitie er als eersten in de heuvelrug te bezetten. De naderende Hunnen werden teruggeslagen en in hun vlucht verstoorden ze ook de afdelingen van hun bondgenoten. Attila herstelde echter de orde.

Ondanks de penibele situatie nam de aanwezigheid van de koning alle twijfel weg en gingen ze een gevecht aan van man tegen man. De strijd was verschrikkelijk, verwarrend, wreed en langdurig. In de geschiedenis heeft nooit iets vergelijkbaars plaatsgevonden. Zulke krijgsverrichtingen zou een held die dit spektakel had moeten missen, zijn hele leven lang niet meer kunnen meemaken. Want als we de generaties vóór ons mogen geloven, trad de beek, die met een lage bedding door de bovengenoemde vlakte stroomde, vanwege het bloed uit de wonden van de slachtoffers buiten haar oevers. Ze was niet als gewoonlijk door de regenval gezwollen, maar het wassen had een abnormale oorzaak als gevolg van de groeiende hoeveelheid bloed waardoor een woeste rivier ontstond. De gewonden waren daar gedwongen hun brandende dorst te lessen met het vervuilde water; in hun ellende dronken zij het bloed dat volgens hen uit hun eigen kwetsuren was gevloeid.

Hier werd koning Theodorik, die heen en weer reed om zijn leger aan te vuren, van zijn paard geworpen en vertrapt onder de voeten van zijn eigen mannen. Zo vond de hoogbejaarde man zijn levenseinde. […]

Op dat moment verwijderden de Visigoten zich van de Alanen om de troep Hunnen aan te vallen. Bijna hadden ze Attila omgebracht, maar die was bijtijds weggevlucht en had zich met zijn gevolg teruggetrokken binnen de omheining van zijn kamp, dat hij met karren had verschanst. De omwalling was kwetsbaar, maar toch probeerden zij daarachter hun leven te redden.

[Wordt later vandaag vervolgd]

#Aetius #Alanen #Attila #CatalaunischeVelden #ChâlonsEnChampagne #Frankrijk #Gallië #Gepiden #Hunnen #Jordanes #Visigoten #warLord

De gesel Gods (4)

Bourgondische gesp (Musée d’Archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

[In dit vierde deel van deze zevendelige reeks over Attila de Hun maakt hij dan eindelijk zijn opwachting. Het eerste deel was hier. Ik behandelde de geleidelijke desintegratie van het West-Romeinse Rijk tot 444.]

Dat de afstammelingen van de Germaanse migranten die zich in Gallië hadden gevestigd, merendeels loyaal waren, bleek in 451, toen ze mede in het krijt traden om de Romeinse wereld te verdedigen tegen de Hunnen. De kern van deze stammenfederatie was door Oekraïne en Roemenië naar het westen getrokken, had aanvallen uitgevoerd op het Oost-Romeinse Rijk en had zich gevestigd in het gebied dat eeuwen later, toen de Magyaren dezelfde route aflegden, werd vernoemd naar hun vijfde-eeuwse voorgangers: Hunnenland ofwel Hongarije.

Door isotooponderzoek is bevestigd hoe fluïde deze etnische groep was. Daar waren al aanwijzingen voor, zoals een anekdote van de Byzantijnse auteur Priscus over een bewoner van een stad aan de Donau die erkend werd als Hunse krijger, maar nu zijn er dus ook laboratoriumresultaten die bevestigen dat mensen met een akkerbouwersvoedingspatroon hun sedentaire bestaan inruilden voor een leven als nomadische ruiter, en vice versa. Het is hoe het eeuwenlang is gegaan op de Centraal-Euraziatische steppe.

De Hunnen golden als gevaarlijk, want ze waren in staat grote bogen te hanteren terwijl ze te paard zaten. Zo konden ze hun vijanden van grotere afstand beschieten en aanvallen zonder te worden aangevallen.

In 451 trokken de Hunnen en de mensen die zich bij hen hadden aangesloten, zoals de Ostrogoten, naar Gallië. Hun leider was koning Attila, die in de Middeleeuwen de bijnaam flagellum dei zou krijgen, “de gesel Gods”. Het leger stak de Rijn over, veroverde Metz en rukte op naar Orléans. Het doel van de tocht was niet zozeer het plunderen of het verwerven van land, als wel het tonen dat de Hunnen overal konden toeslaan waar ze wilden. Na terugkeer kon dan worden onderhandeld met de Romeinen over de hoogte van de jaarlijks te betalen afkoopsom.

Attila’s tegenstander was de Romeinse generaal Aetius, die zich verzekerde van de hulp van de (afstammelingen van) Germanen in Gallië. Een eerste succes boekte de coalitie in de zomer, toen de Hunnen op het punt stonden Orléans in te nemen. Een gecombineerd Romeins-Visigotisch ruiterleger kwam op het laatste moment ter plaatse aan en dwong Attila terug te keren, want hoe efficiënt zijn ruiters ook waren, als hij werd belegerd in de veroverde stad, had hij daar weinig aan. Dus maakte hij rechtsomkeert, in de hoop ergens slag te kunnen leveren met zijn tegenstanders en zijn bewegingsvrijheid te herwinnen.

[Wordt later vandaag vervolgd]

#Aetius #Attila #Frankrijk #Gallië #Hunnen #warLord #WestRomeinseRijk

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

De muren van Ayaz Kala

De Kushana’s

Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

Een stupa bij Mohra Moradu

Late Oudheid

Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

De noordelijke gebieden vielen in handen van groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

Fayaz Tepe

De onvermijdelijke Kushana’s

De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

#Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute

Die Hunnen kommen! Rennet! Fliehet! usw.

Der Untertitel ist Programm, geheimnisumwittert und leider schwer zu greifen. Meine neue Lektüre über die Hunnen.

#Buch #Sachbuch #lektüre #Lesen #Literatur #Hunnen #Rom #Antike

https://schreibgewitter.de/neue-lektuere-barbarensturm-aus-dem-osten/