De ladder van Hawkes

Niet de ladder van Hawkes

De Britse archeoloog Christopher Hawkes (1905-1992) was een van de eersten die het belang van de Mildenhall Treasure begrepen, maar zal wel voor eeuwig – nou ja, voor de voorzienbare eeuwigheid – herinnerd worden om de naar hem vernoemde “ladder van Hawkes”. Hij benoemde het concept in 1954 en het gaat om een hiërarchie van onderzoeksgebieden, die zijn voor te stellen als de sporten van een ladder.

Hiërarchie van onderzoeksgebieden

Het is voor een archeoloog betrekkelijk eenvoudig om aan de hand van voorwerpen uitspraken te doen over de technologie in een bepaalde samenleving. Pas als je uitspraken daarover kunt doen, kun je klimmen naar de volgende sport en uitspraken gaan doen over de economie van die samenleving. Pas wie daarover iets zinvols weet te zeggen, redeneerde Hawkes, kan naar de volgende sport reiken en nadenken over de sociale verhoudingen en de politieke structuren die passen bij de gereconstrueerde economie. En pas als we iets weten over politiek en sociale verhoudingen, zouden we kunnen klimmen naar de hoogste sport: religie en ideologie, een terrein waartoe we ook kunst, literatuur, mythologie en wat dies meer mogen rekenen.

Je zou de ladder ook iets anders kunnen formuleren. De bestudering van het fysisch milieu is, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, fysica. Snoeiharde wetenschap. En deze snoeiharde wetenschap stelt beperkingen aan de economie. We zouden allemaal anders willen, maar een oneindige productie kan fysisch nou eenmaal niet bestaan. Doordat de economie in laatste instantie dus beperkt is, is ook het aantal configuraties beperkt waarmee een economie valt te organiseren.

Eén sport hoger op de ladder: de economie stelt grenzen aan de wijze waarop we de samenleving kunnen organiseren. Zolang mensen op verschillende manieren in het productieproces zijn opgenomen, is een klasseloze samenleving onmogelijk. Nog een tree hoger: de wijze waarop de samenleving is georganiseerd, beperkt de religieuze en ideologische mogelijkheden. Het idee van een “koning der goden” veronderstelt bijvoorbeeld een menselijke koning.

Kritiek

Om misverstanden te voorkomen: de verhouding tussen de lagere en de hogere niveaus wordt getypeerd door het woord “beperken”. Het is dus (en ik benadruk dit voor vulgair marxistische en neoliberale lezers) géén determineren. Hoewel het denkbeeld dus geen superstellige uitspraken impliceert, zijn er wel wat kanttekeningen te plaatsen.

Eén: de beperkingen werken twee kanten op. Om een goed-liberale gedachte – John Stuart Mill – aan te halen: alleen als de samenleving je het gebruik of bezit van iets toestaat, kun je er economisch iets mee doen, zodat de wijze waarop de samenleving is georganiseerd, beperkingen stelt aan de economie. Hier beperkt een hogere sport op de ladder de mogelijkheden op een lagere sport. Ook religie en ideologie stellen beperkingen aan de lagere niveaus. Ik heb weleens geblogd over de impact van het joodse sabbatsjaar op de economie.

Twee: op de lagere niveaus is het aantal opties zeer beperkt. Op de hogere niveaus is daarentegen veel meer mogelijk. Daar gaat de mens zijn eigen cultuur vormen. De Ladder van Hawkes heeft dan ook vooral betrekking op de robuustheid van de analyse. Op de laagste sport zijn de conclusies dwingender en minder ambigue dan op de hogere sporten, waar de menselijke vrijheid groter is. Archeologen benutten op die niveaus niet zelden het werk van andere vakgebieden. De economische wetenschap, de sociale wetenschappen, de tekstuele wetenschappen gaan dan een grotere rol spelen.

Hoe menselijker hoe onkenbaarder

Waar het op neerkomt is dat archeologen de mens beter kennen naarmate hij meer gehoorzaamt aan de natuurwetten, en dat archeologen de mens minder kennen naarmate hij meer zijn eigen cultuur schept. The more human, the less intelligible. Hoe meer mens we zijn, hoe slechter archeologen ons begrijpen.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#ChristopherHawkes #JohnStuartMill #LadderVanHawkes #MildenhallTreasure #robuustheid #sabbatsjaar

De Mildenhall Treasure

De grote schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Februari 1942. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. Een Britse piloot met ziekteverlof maakt een rijtoer in de omgeving van een luchtmachtbasis aan de Engelse oostkust. De man weet dat hij niet meer zal herstellen en weet niet wat hij zal doen als hem binnenkort eervol ontslag wordt verleend. Misschien terug naar de oliemaatschappij waar hij voor de oorlog werkte? Misschien een diplomatieke functie in een van de Britse koloniën in Afrika? Of misschien de journalistiek?

Journalistiek

Hij denkt aan het laatste nu hij heeft vernomen dat een boer in de voorgaande maand bij het ploegen Romeins zilver heeft gevonden. Daar zit een verhaal in. Hij weet de man, een dagloner, te vinden. Die vertelt dat hij het materiaal heeft overgedragen aan de landeigenaar. De piloot-met-journalistieke-aspiraties spreekt ook de landeigenaar, die hem het zilver laat zien. Hij wil er geen afstand van doen. Bovendien: het is oorlog, dit is Oost-Engeland, sinds de Battle of Britain wagen museummedewerkers zich hier niet langer. En er is in dit gebied ook nog de herinnering aan de vondst van Sutton Hoo, toen de mensen van het British Museum hier geen al te beste indruk hadden gemaakt. De eigenaar wil het materiaal behouden.

Twee kommen (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Zwijgend constateert de piloot het bedrog: de landeigenaar berooft zijn dagloner van zijn vindersloon. Hij maakt notities voor een artikel, maar dat journalistieke stuk komt er niet, aangezien hij even later wordt benoemd tot een van de militair attachés in Washington. Daar heeft hij verantwoordelijk werk: sinds een paar maanden zijn de Verenigde Staten in oorlog met Japan en Duitsland, en de Britse en Amerikaanse legers moeten nog leren samenwerken. De nieuwe diplomaat heeft ander werk aan het hoofd, de aantekeningen over de zilverschat belanden ergens onderaan een stapel urgentere zaken.

De stof laat hem echter niet los. Als hij na de oorlog wordt gedemobiliseerd, publiceert hij alsnog het verhaal over de archeologische vondst. Daar is een aanleiding voor: de archeologische autoriteiten hebben in 1946 het zilver in beslag genomen. Omdat de landeigenaar de vondst niet heeft gemeld, krijgt noch hij noch zijn dagloner een vergoeding. Terwijl de laatste, als hij de vondst niet had afgestaan maar had gemeld, 50% vindersloon zou hebben gehad. Ook het British Museum, dat het zilver heeft verworven, vindt deze gang van zaken onbetamelijk. Men voelt wroeging en zorgt ervoor dat elke man uiteindelijk 1000 pond krijgt, wat omgerekend neerkomt op €55.000.

Pollepels (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

De Mildenhall Treasure

Een fooi. Het ging om niet minder dan vierendertig zilveren voorwerpen, waaronder een schaal van ruim acht kilo met dionysische afbeeldingen. Er zijn twee kleinere schalen, kommen, een soort dienblad, lepels. En ook al weet niemand na vier jaar de precieze vindplaats nog aan te wijzen, deze Mildenhall Treasure is een sensatie. De zilverwaarde is ongeveer 250.000 pond (omgerekend €14.000.000), maar de feitelijke betekenis is een heel andere: het materiaal komt uit de vierde eeuw en bewijst dat laat-Romeins Britannië niet zo arm was als oudheidkundigen tot dan toe hadden aangenomen. De dionysische afbeeldingen suggereren bovendien dat het heidendom nog vitaal was.

Te rijk voor dat tijdvak, te heidens voor een gekerstend keizerrijk: de twee mannen worden verdacht van fraude en het helpt niet dat ze de vindplaats niet exact meer weten. Ze worden gewantrouwd, krijgen ze te horen, en ze moeten maar dankbaar zijn voor hun fooi. Om die reden besluit de gedemobiliseerde piloot-diplomaat het verhaal te publiceren: in 1947 verschijnt het onder de titel “He Plowed Up $1,000,000”. De auteur, die zonder verder werk is en moet leven van zijn pen, staat niettemin de helft van zijn royalties af aan de dagloner die de vondst had gedaan. Hem is immers ongeveer 125.000 pond door de neus geboord.

Kleine schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Inmiddels weten oudheidkundigen meer. Er zijn sinds de jaren veertig meer schatten gevonden in het achterland van de laat-Romeinse kustverdediging, de Litus Saxonicum, hoewel zelden meer zo spectaculair. Dat het heidendom ook in de vierde eeuw bestond, is iets waar niemand nog van opkijkt. Oudheidkundigen weten dus meer van de laatantieke wereld. Vermoedelijk is deze schat – want voor één keer mogen we een archeologische vondst “schat” noemen – in de jaren zestig van de vierde eeuw, toen diverse groepen “barbaren” Romeins Britannië plunderden, begraven door de eigenaar van een paleisvilla, en heeft deze geen gelegenheid gehad het zilver op te halen.

Flauwe archeologiejournalistiek

Inmiddels weten oudheidkundigen meer – niet alleen over laatantiek Engeland, ook over de manier waarop archeologische autoriteiten het beste handelen als burgers een toevalsvondst doen. Volmaakt is het systeem nog altijd niet, maar inmiddels zien archeologen amateurs niet meer als vandalen maar als medestanders.

Nog een kleine schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Dat nieuwe beleid heeft ook een nogal gênant gevolg, want het wemelt inmiddels van de flauwe archeologiejournalistiek. Steeds opnieuw lezen we hoe een voorbijganger, een ploegende boer, een spelend kind, een dienstplichtige die een schuttersputje graaft of een andere niet-specialist een vondst doet, die keurig bij de autoriteiten meldt, en dat die vondst dan ook nog belangrijk is. Dat is zelden werkelijk waar, en zulke flauwe stukjes dienen dan ook niet om u te informeren, maar om het publiek aan te sporen tot net gedrag. Nudgen is vanzelfsprekend geen journalistieke taak.

Enfin. De Mildenhall Treasure is nu dus in het British Museum. De dagloner bleef gefrustreerd achter. De piloot-diplomaat publiceerde nog negentien romans, elf verhalenbundels en zevenenvijftig filmscenario’s, waaronder de James Bond-film You Only Live Twice. U heeft vast wel eens iets gelezen van Roald Dahl.

[Dit was het 529e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#BritishMuseum #heidendom #LitusSaxonicum #MildenhallTreasure #RoaldDahl #SuttonHoo #TweedeWereldoorlog